Belgen keren opnieuw vaker terug naar kantoor
Steeds meer Belgische werknemers laten het thuiswerk achter zich. Tegelijk groeit de vraag naar kantoren die beter zijn afgestemd op samenwerking, concentratie en ontmoetingen. Dat blijkt uit de nieuwe Office Barometer van de kantorenspecialist Befimmo.
Gepubliceerd door Niels Saelens
Samenvatting van het artikel
Steeds meer Belgische werknemers kiezen opnieuw voor kantoorwerk, vooral vanwege het contact met collega’s, maar de huidige kantoorinrichting blijkt niet altijd aangepast aan die terugkeer.
De terugkeer naar kantoor zet zich in België duidelijk voort. Een derde van de werknemers (33 procent) zegt dit jaar niet langer van thuis uit te willen werken, tegenover 25 procent vorig jaar. Ook bij studenten die later een kantoorjob ambiëren, groeit de voorkeur voor voltijds werken op kantoor met 8 procentpunten, tot 18 procent.
Bij de huidige beroepsbevolking heeft 59 procent geen vaste thuiswerkdag meer. 55 procent werkt zelfs helemaal niet meer van thuis uit, tegenover 46 procent vorig jaar. Ook vrijdag, traditioneel de populairste thuiswerkdag, verliest terrein: het aandeel werknemers dat die dag thuiswerkt, daalde van 28 naar 22 procent.
De cijfers komen uit de jaarlijkse Office Barometer van Befimmo, uitgevoerd door iVOX bij 1.000 werknemers en 200 studenten.
Vooral het contact met collega’s brengt werknemers naar kantoor
De belangrijkste reden om naar kantoor te komen, is sociaal en professioneel contact. Voor 41 procent is samenwerking en verbinding met collega's een belangrijke motivatie. Daarnaast worden beter materiaal (21 procent) en een duidelijke scheiding tussen werk en privé (19 procent) genoemd.
Maar de terugkeer naar kantoor legt tegelijk een probleem bloot: lang niet elke werkomgeving is aangepast aan de activiteiten die er plaatsvinden.
Minder werknemers vinden dat hun kantoorinrichting creativiteit, teamwork en geconcentreerd werken ondersteunt. Vooral een combinatie van open en afgesloten ruimtes blijkt goed te scoren. Toch werkt slechts 12 procent van de Belgische kantoormedewerkers in zo'n omgeving.
In kantoren met uitsluitend open ruimtes en flexibele werkplekken zegt 51 procent dat lawaai en afleiding de productiviteit aantasten. Gemiddeld ligt dat op 37 procent.
Arbeidsmarktexpert Stijn Baert ziet daarin een duidelijke link met thuiswerk. Werknemers zonder vaste werkplek blijken vaker voor thuiswerk te kiezen, terwijl mensen met een afgesloten kantoorruimte vaker dagelijks naar kantoor willen komen. Volgens Baert doen werkgevers er daarom goed aan niet uitsluitend te investeren in open kantoorlandschappen met flexplekken.
Jongeren stellen andere eisen
Opvallend is dat werknemers en studenten niet helemaal dezelfde verwachtingen hebben. Studenten staan positiever tegenover flexibiliteit en hechten meer belang aan de bereikbaarheid..
Zo vindt 76 procent van de studenten een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer belangrijk, tegenover 50 procent van de huidige werknemers. Ook winkels en horeca in de buurt wegen voor jongeren zwaarder door.
“Wie vandaag het kantoor van morgen ontwerpt, doet er goed aan die twee generaties niet over dezelfde kam te scheren”, zegt Befimmo-CEO Jean-Philip Vroninks.
Fysieke vergaderingen blijven populair
Ook vergaderen gebeurt nog opvallend vaak fysiek. Slechts 1 procent van de werknemers vergadert uitsluitend online, terwijl 32 procent alleen fysieke vergaderingen heeft.
Voor belangrijke gesprekken met klanten of externe partners kiest 73 procent expliciet voor een fysieke ontmoeting. Bij werknemers tussen 18 en 34 jaar loopt dat zelfs op tot 81 procent.
Tegelijk vindt 35 procent van de werknemers het aantal vergaderingen te hoog. Bijna twee op de drie werknemers die vergaderen, zegt dat minstens de helft van hun vergaderingen nutteloos is.
Externe vergaderruimtes worden daarom geregeld ingeschakeld wanneer intern onvoldoende plaats is of wanneer verspreide teams elkaar centraal willen ontmoeten. De belangrijkste verwachtingen zijn eenvoudig: een zaal voor vijf tot acht personen, betrouwbare technologie en technische ondersteuning.
AI baart hr en bedrijfsleiders zorgen
Naast werknemers en studenten werden ook 50 hr-managers en CFO's bevraagd over artificiële intelligentie. Zij vrezen opvallend genoeg meer voor verlies van vaardigheden dan voor massaal jobverlies.
32 procent noemt vaardigheidsverlies bij medewerkers die AI structureel gebruiken als een belangrijk risico, tegenover 14 procent dat vooral jobverlies vreest. Vooral kritisch en analytisch denken, schrijfvaardigheid en probleemoplossend vermogen worden genoemd als vaardigheden die onder druk kunnen komen.
Tegelijk ziet een deel van de bedrijfsleiders duidelijke voordelen. 46 procent verwacht dat AI vooral repetitief werk zal verminderen en 38 procent verwacht een productiviteitswinst.
Toch is ook de onzekerheid groot: 36 procent van de bevraagde hr-managers en CFO's vreest dat hun eigen functie op termijn gedeeltelijk of volledig door AI kan worden overgenomen.
Volgens Befimmo-CEO Vroninks ligt daar een belangrijke uitdaging voor bedrijven: “Wie AI omarmt, moet evenveel investeren in de mensen die ermee moeten werken.”