Waarom België nu opnieuw naar Turkije kijkt
Turkije kampt met hoge inflatie en stuurt af op een vierde Erdoğan-mandaat. Toch reisde koningin Mathilde zondag aan het hoofd van de grootste Belgische handelsmissie naar Turkije in meer dan een decennium. Tweehonderd bedrijven, vierhonderd deelnemers, vijf ministers. Is dit zinvol en zo ja, waarom nu?
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
Koningin Mathilde reist met 200 bedrijven en vijf ministers naar Turkije voor de grootste Belgische handelsmissie in veertien jaar, gedreven door defensiesamenwerking, nearshoring-logica en een wederzijdse handelsomvang van twaalf miljard euro.
Wie gaat mee?
De delegatie omvat 194 bedrijven, 17 federaties en handelskamers, 8 universiteiten en een indrukwekkende politieke entourage: vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot, defensieminister Theo Francken, de minister-presidenten van Vlaanderen en Brussel (Matthias Diependaele en Boris Dilliès) en Waals viceminister-president Pierre-Yves Jeholet. Aan Waalse zijde reizen veertig bedrijven mee, waaronder John Cockerill, Thales, FN Herstal, Amos en UCB. De missie bezoekt Istanbul (10–12 mei) en Ankara (13–14 mei), de twee economische hartcentra van het land.
Waarom Turkije?
Vrij evident: Turkije is al drie jaar op rij de vijfde grootste exportmarkt van België buiten de EU. De wederzijdse handelsomvang bedroeg vorig jaar ruim twaalf miljard euro, maar dat cijfer kan en moet hoger, aldus Francken. Geografisch is Turkije een scharnier tussen Europa, Azië en het Midden-Oosten. Economisch is het via een douane-unie geïntegreerd met de EU; strategisch is het NAVO-bondgenoot én officieel EU-kandidaat. In een tijdperk van nearshoring en friendshoring biedt dat een combinatie die weinig andere markten kunnen evenaren.
Waarom nu?
Ook vrij evident. De geopolitieke timing is bepalend. Europese bedrijven diversifiëren hun toeleveringsketens weg van China en Rusland, waarbij Turkije profiteert. Tegelijk groeide de Turkse defensie-industrie de voorbije jaren met driehonderd procent. Ankara exporteerde in 2025 voor tien miljard dollar aan wapens en eindigde op de elfde plaats wereldwijd. Brussel ziet daarin een kans: verschillende defensieakkoorden staan op de agenda van de missie. Bovendien is dit de eerste grote economische zending naar Turkije in veertien jaar, ruim overdue, dus.
Wat levert het voor beide kanten op?
Voor België zijn er vijf focussectoren: groene transitie, defensie en luchtvaart, havens en logistiek, farma en biotech en digitalisering. Onze bedrijven willen concrete zakelijke deuren openen in een markt van 85 miljoen consumenten. Voor Turkije is de missie een kapitaalinjectie in zijn ambitie om de eigen industrie op te schalen. Koen De Leus, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis, typeert de Turkse economie als gevangen in de zogenoemde 'middle income trap': het land moet ofwel zijn loonkosten drukken, ofwel zijn productie verrijken met hogere toegevoegde waarde. Buitenlandse expertise en investeringen zijn daarvoor onmisbaar. Niet makkelijk, want enkel Taiwan, Zuid-Korea, Singapore en Japan slaagden daarin. De lijst met landen die in deze middeninkomensval bleven steken leest veel uitgebreider. Denk aan Brazilië, Mexico, Argentinië, Zuid-Afrika en Thailand, om er een paar te noemen.
De voorbehouden
De economische logica is solide; de risico's zijn dat ook. Turkije staat voor aanhoudend hoge inflatie. Die zal naar verwachting oplopen tot 23 procent tegen eind 2026. Dat ondanks een basisrente van 28 procent. Indicatoren voor rechtsstaat, bestuur en corruptie verslechterden de voorbije jaren. President Recep Tayyip Erdoğan mikt op een vierde mandaat door de tweetermijnregel te schrappen. Voor bedrijven die willen produceren of investeren in Turkije blijven dat zware afwegingsfactoren. Economische missies openen altijd deuren. Welke bedrijven die ingang nemen en op welke voorwaarden, zal de komende maanden blijken.