Waarom Zwitsers onderwijs beter presteert dan het Belgische
Een vergelijking tussen Zwitserland en België toont hoe sterk de efficiëntie van een sociaal-politiek systeem kan verschillen, zelfs tussen twee relatief vergelijkbare landen.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
Ondanks een hoger aandeel van het bbp dat naar onderwijs gaat, presteert België structureel slechter dan Zwitserland, niet door gebrek aan middelen, maar door decennia van centralisering die autonomie, efficiëntie en motivatie uitholt. De belangrijkste maatstaf blijft uiteindelijk het resultaat: hoeveel welvaart een land creëert en hoe goed het die gebruikt.
Op basis van het bbp per inwoner presteert Zwitserland 20 tot 30 procent beter dan België. Dat verschil vertaalt zich in meer economische slagkracht, meer ruimte voor investeringen in infrastructuur, innovatie en levenskwaliteit, en veel lagere druk op overheidsfinanciën. In België zien we omgekeerd hoe zwakkere prestaties samengaan met hogere schulden en minder productieve uitgaven.
Het onderwijs
Die kloof wordt ook zichtbaar in het onderwijs, een domein dat cruciaal is voor de kwaliteit van een land op lange termijn. België besteedt 6,6% van zijn bbp aan onderwijs, terwijl Zwitserland 5,6% besteedt, maar in nominale termen bedragen de cijfers per capita respectievelijk €3386 en €5280, wat betekent dat Zwitserland 56% meer uitgeeft. Zwitserse studenten presteren consequent beter dan hun Belgische tegenhangers in wiskunde. Terwijl de wetenschappenscores van België sinds 2015 met 11 punten zijn gedaald, zijn de Zwitserse prestaties in wetenschap opmerkelijk stabiel gebleven. Dat wijst erop dat niet alleen het budget telt, maar vooral de efficiëntie waarmee middelen worden ingezet.
Ook binnen België wijzen de cijfers op een structureel probleem. Zo groeide tussen 2014 en 2024 het totale onderwijspersoneel in Vlaanderen — leerkrachten en administratief personeel samen — met bijna 13 à 14 procent in één decennium. Dat terwijl het aantal leerlingen slechts met 7 procent toenam. Ondanks het feit dat er vandaag meer personeel per leerling is dan 50 jaar geleden, hebben de onderwijsresultaten in zowel Vlaanderen als Wallonië historische dieptepunten bereikt in de PISA-scores. Dat suggereert dat het probleem niet in de eerste plaats een gebrek aan middelen of personeel is. Wel een gebrek aan efficiëntie in de organisatie van het systeem.
Sociale gelijkheid belangrijker dan kennisoverdracht
Volgens de analyse ligt een belangrijke oorzaak in de hervormingen van het secundair onderwijs in de jaren 1970. Die hervormingen wilden meer sociale gelijkheid creëren door traditioneel onderwijs te vervangen door een centraler gestuurd en meer uniform systeem. In de praktijk leidde dat tot minder autonomie voor scholen en leerkrachten, rigide leerprogramma’s en een sterke toename van administratieve lasten. Daardoor verschoof tijd en energie weg van de kernopdracht van onderwijs: lesgeven en kennis overdragen. Veel leerkrachten raakten bovendien gedemotiveerd. Wat dan mee bijdroeg aan uitstroom uit het beroep en personeelstekorten.Het was vooral een nivellering naar beneden.
Gedecentarliseerd = beter afgestemd op de realiteit
Daar ligt ook het fundamentele verschil met Zwitserland. Het Zwitserse model is meer bottom-up en gedecentraliseerd: verantwoordelijkheden liggen dichter bij burgers, scholen en lokale actoren. Daardoor zijn beslissingen beter afgestemd op de realiteit op het terrein en kunnen fouten sneller worden gecorrigeerd. Een leerkracht kent zijn klas, een school kent haar leerkrachten. Een centraal ministerie moet zich daarentegen baseren op rapporten en algemene regels. Wanneer zulke centrale sturing verkeerd uitpakt, wordt dat vaak pas jaren later zichtbaar in dalende prestaties. Dat geldt voor andere domeinen ook.
De les is dat goed functioneren van een land niet alleen afhangt van hoeveel geld het uitgeeft. Maar vooral van hoe het zijn instellingen organiseert. Overmatige centralisatie en administratie ondergraven efficiëntie, tasten motivatie aan en verzwakken uiteindelijk ook de economische prestaties. Een sterk land steunt op goed opgeleide, competente mensen in zowel de publieke als de private sector. Onderwijs blijft daarvoor een van de belangrijkste fundamenten. Dat begint in de kleuterklas. De klus duurt een generatie.
De auteur Eric Verhulst is ingenieur van opleiding en technologie ondernemer met een focus op het ontwerpen van hoog betrouwbare systemen. Daarnaast was hij oprichter van o.a. de denktank WorForAll.org en sinds kort van www.Schuman2030.eu