Elektrificatie van Belgische industrie trappelt ter plaatse
De energie-intensiteit van de Belgische industrie is hoger dan de buurlanden en met de elektrificatie vlot het niet. Dat staat in een studie van de federale overheidsdienst (FOD) Economie, die de concurrentiekracht van de Belgische economie in kaart brengt.
Gepubliceerd door Bram Bombeek
Samenvatting van het artikel
- De Belgische industrie betaalt 42 procent meer aan energiekosten per eenheid product dan onze buurlanden.
- De groene transitie stokt: elektriciteit verliest zelfs terrein in de industriële energiemix.
- Het enige concurrentievoordeel is relatief goedkoop aardgas voor grootverbruikers.
In 2023 betaalde de Belgische verwerkende industrie 146 euro aan energiekosten per duizend euro aan toegevoegde waarde. In onze buurlanden Duitsland, Nederland en Frankrijk was dat gemiddeld 88,50 euro. Een verschil van 42 procent. Het zijn vooral de chemie, de voedingssector en de metaalindustrie die voor de hogere energie-intensiteit zorgen. Voor de voedingsindustrie - de grootste industriële werkgever in ons land - is de energie-handicap reëel: die sector heeft de hoogste energiekosten per eenheid product van al onze buurlanden.
Tussen 2008 en 2024 is de energie-intensiteit in België en de buurlanden met ongeveer een derde gedaald. In 2023 was 76,1 procent van het Belgische, totale energieverbruik afkomstig van buitenlandse bronnen, tegenover gemiddeld 60,6 procent bij de buurlanden. België is daarmee één van de meest afhankelijke landen van de hele EU, wat ons land kwetsbaarder maakt voor geopolitieke schokken en prijspieken op internationale markten.
Om verder te lezen, abonneer u of gebruik een krediet.
Al abonnee? Inloggen