Twee Europa’s: het oosten versnelt, het westen verliest vaart
In 2000 verdiende een Pool minder dan de helft van wat een Belg verdiende. Vandaag is dat verschil grotendeels verdwenen. Tegen 2030 haalt Polen België zelfs in. Ondertussen is het Belgische welvaartsniveau, gemeten tegen de globale standaard, gedaald. Niet ten opzichte van vroeger, maar ten opzichte van de rest van de wereld.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
Terwijl Oost-Europa dankzij de EU spectaculair convergeert, glijdt West-Europa weg door lage productiviteit, vergrijzing en politieke onmacht — en zal de Draghi-agenda zonder een echte crisis een vrome wens blijven.
Polen stond in 2000 op 34% van het Amerikaanse welvaartsniveau, de IMF-standaard om landen onderling te vergelijken. Tegen 2030 haalt het land naar verwachting 67%. Roemenië gaat van 27% naar 60%. Litouwen van 29% naar 69%. Wat verklaart dat succes? Toetreding tot de EU. Voormelde landen kregen toegang tot Europese fondsen en buitenlandse investeringen stroomden binnen. Ze bouwden moderne economische structuren op vanuit een lage startpositie. Ze moesten alles opbouwen en deden dat ook. De EU functioneerde voor hen als een krachtige convergentiemachine.
West-Europa staat stil, of gaat achteruit
In West- en Zuid-Europa wordt een ander verhaal geschreven. Portugal ging op 25 jaar van 64% naar 57% van het Amerikaanse niveau. Spanje van 72% naar 61%. En de meest schrijnende gevallen zijn de rijkere landen: Frankrijk zakte van 86% naar 71%, Italië zelfs van 93% naar 68%. Landen die decennialang als economische zwaargewichten golden, verliezen systematisch terrein.
De oorzaak is niet één grote crisis, maar een sluipend structureel probleem: West-Europa investeert onvoldoende in de technologieën die vandaag groei aandrijven: digitalisering, AI en schone energie. Ze beschermt ook graag wat al bestaat. Duitsland is daarvan de exponent bij uitstek. Ook de zoveelste poging tot “redding” van de Volvofabriek in Gent mag aan dat lijstje worden toegevoegd.
Gevestigde sectoren, grote publieke sectoren en sterke vakbonden zorgen voor stabiliteit, maar ook voor stagnering. Hervormingen die winnaars én verliezers creëren, raken geblokkeerd nog voor ze beginnen. Politiek zijn ze onmogelijk.
België past in dat patroon. Het reële bbp per hoofd groeide van €35.370 in 2000 naar €44.300 in 2024. In absolute termen gaan we dus vooruit, maar in relatieve termen blijven we achter. De productiviteitsgroei bedroeg in de periode 2015–2019 amper 0,2% per jaar, ver onder wat nodig is om de vergrijzingsfactuur te betalen. Tegen 2050 zullen de sociale uitgaven in ons land jaarlijks 26 miljard euro hoger liggen dan vandaag. In een optimistisch scenario, notabene.
Waarom de Russische dreiging niets verandert in West-Europa
Na de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 hoopten veel Europese beleidsmakers dat de veiligheidsschok ook een hervormingsschok zou zijn. Als Europa zich moest verdedigen, zou het ook moeten investeren, moderniseren, groeien.
Die hoop blijkt misplaatst. De landen die het meest reageren op de Russische dreiging zijnPolen, de Baltische staten, Finland en Zweden. Precies de landen die economisch al op de goede weg zijn. Zij verhogen niet alleen hun defensiebudgetten, maar investeren ook meer in publieke infrastructuur en onderwijs. De landen waar hervormingen het hardst nodig zijn, met name Italië, Spanje, Frankrijk en België, zien Moskou als een ver buitenlandspolitiek probleem, niet als een existentiële dreiging.
Onderzoek bevestigt dat: elk 750 kilometer dichter bij Moskou voorspelt een stijging van 0,30 procentpunt bbp aan defensie-uitgaven én 0,39 procentpunt aan publieke investeringen na 2022. De veiligheidsschok hervormt de grens van Europa. Het achterland blijft daarbij grotendeels onaangeraakt.
De Draghi-agenda: logisch maar politiek doodgeboren
Mario Draghi, voormalig ECB-voorzitter, legde in 2024 in een invloedrijk rapport de vinger op de wonde: Europa investeert te weinig in innovatie en energie, beschermt gevestigde belangen te veel, en mist de schaal om te concurreren met de VS en China. Zijn oplossing: diepgaande structurele hervormingen.
Het probleem is dat zulke hervormingen altijd winnaars én verliezers creëren. In zulke context zijn de verliezers de gepensioneerden, de ambtenaren en de gesubsidieerde sectoren. Precies de groepen met de meeste politieke macht in West-Europa. De econoom Mancur Olson beschreef dit fenomeen al in 1982: stabiele samenlevingen accumuleren ‘distributiecoalities’, denk aan vakbonden, beroepsverenigingenen lobby´s, die elk hun stuk van de koek beschermen. Geen enkele groep is groot genoeg om de economie te verwoesten, maar samen maken ze elke hervorming nagenoeg onmogelijk.
In West-Europa is die coalitie bijzonder sterk en grotendeels vergrijsd. Oudere kiezers hebben minder belang bij kortetermijnpijn voor langetermijnwinst. In landen als Italië en België vormen gepensioneerden een steeds groter deel van het electoraat. Wie durft aan hun pensioen te raken?
Zonder een ernstige begrotingscrisis of een schok die ook West-Europeanen persoonlijk raakt, blijft de Draghi-agenda wat ie vandaag is: een uitstekende diagnose zonder behandeling.