Rik Torfs pleit voor rechtszekerheid over Joodse besnijdenis: "Het is niet aan rechters om te bepalen wat essentieel is voor een religie"
De politiek laat religieuze minderheden in de steek. Die waarschuwing klonk opvallend scherp tijdens een panelgesprek over Joodse besnijdenis met Jinnih Beels, Rik Torfs en André Gantman op een conferentie van de European Jewish Association in Brussel. De oproep aan de regering was duidelijk: toon eindelijk politieke moed.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Het panel pleitte voor een wettelijk kader dat religieuze besnijdenis verzoent met godsdienstvrijheid, kinderrechten en rechtszekerheid.
De conferentie Circumcision, Religious Freedom and the Future of Jewish Life in Belgium, georganiseerd door de European Jewish Association (EJA), vond plaats terwijl in Antwerpen een gerechtelijke procedure loopt tegen twee mohels, religieuze besnijders. Daardoor kreeg het debat extra actualiteitswaarde.
Centraal stond de vraag hoeveel ruimte België religieuze minderheden nog laat om hun geloof vrij te beleven. Voor de deelnemers raakt de discussie daarmee aan de fundamenten van de rechtsstaat.
Jinnih Beels: "Politici zijn het evenwicht kwijt"
De moderator legde Jinnih Beels, gedeputeerde van de provincie Antwerpen en gewezen Antwerps schepen voor Vooruit, meteen een fundamentele vraag voor. Is het debat over religieuze besnijdenis een voorbeeld van politici die het evenwicht kwijt zijn tussen kinderrechten, ouderlijke rechten en godsdienstvrijheid? "Absoluut", antwoordde ze zonder aarzelen.
Beels waarschuwde dat fundamentele rechten vandaag te vaak tegenover elkaar worden geplaatst. "Je kan fundamentele grondrechten niet tegen elkaar afwegen of er een ranking aan geven. Het is niet: kinderrechten op één, ouderlijke rechten op twee en godsdienstvrijheid op drie. Zo werkt onze rechtsstaat niet."
Ze herinnerde eraan dat de Belgische Grondwet niet alleen de vrijheid beschermt om een geloof te hebben, maar ook om het in de praktijk uit te oefenen. Daarom moet de overheid minderheden de ruimte geven hun geloof in vrijheid en veiligheid te beleven. "De opdracht van politici is een kader te creëren waarbinnen minderheden hun geloof kunnen beleven." Daar wringt vandaag het schoentje, klonk het.
Torfs waarschuwt profane rechters
Kerkjurist en gewezen KU Leuven-rector Rik Torfs plaatste het debat in een breder juridisch kader. Hij benadrukte dat godsdienstvrijheid veel verder gaat dan het recht om te geloven. Ze beschermt niet alleen individuele gelovigen, maar ook de collectieve geloofsbeleving en de interne organisatie van religieuze gemeenschappen. "Juist daar situeert zich vandaag het debat."
Religieuze besnijdenis kan bovendien steunen op artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat de vrijheid van godsdienst beschermt. Torfs ziet tegelijk een evolutie waarbij individuele zelfbeschikking steeds vaker zwaarder weegt dan de collectieve beleving van religie. Als voorbeeld verwees hij naar de redenering dat kinderen pas op volwassen leeftijd zelf over hun levensbeschouwing zouden mogen beslissen. "Dan zou je ook kunnen zeggen dat ouders hun kinderen geen taal meer mogen leren tot ze achttien zijn."
Torfs waarschuwde ook voor een evolutie waarbij rechtbanken zich steeds vaker uitspreken over wat binnen een religie als essentieel geldt. "Profane rechters die bepalen welke religieuze voorschriften wezenlijk zijn: daar moeten we voor opletten." Bij de beoordeling van eeuwenoude religieuze tradities mogen rechters zich bovendien niet laten meeslepen door "de waan van de dag". Volgens Torfs dreigt een hyperindividualistische visie op het zelfbeschikkingsrecht daarbij de klassieke interpretatie van de godsdienstvrijheid te verengen.
"De mohel hoort bij de religieuze traditie"
Torfs schoof een dubbele oplossing naar voren. Eerst moet duidelijk worden gemaakt dat religieuze besnijdenis niet los kan worden gezien van haar religieuze context. "Het gaat niet alleen over de uitvoering van de ingreep. Ook de persoon die ze uitvoert maakt deel uit van het religieuze kader. Je kan niet zomaar zeggen dat eender welke arts in eender welk ziekenhuis die taak kan overnemen."
Daarnaast pleitte hij voor duidelijke kwaliteitsgaranties. Niet-medische uitvoerders zouden een officiële erkenning kunnen krijgen nadat een commissie heeft bevestigd dat zij aan de medische en hygiënische voorwaarden voldoen. Hij verwees daarbij naar het systeem dat vandaag al bestaat in het Verenigd Koninkrijk.
“Antisemitisme speelt nog altijd mee”
Torfs ziet twee ontwikkelingen die het debat mee bepalen. Eerst wees hij op het bestaan van antisemitisme in de samenleving. "Het is soms openlijk, soms impliciet. En hoe meer het ontkend wordt, hoe verdachter het wordt", merkte hij op.
Daarnaast krijgen kinderrechten vandaag meer aandacht dan vroeger. Dat is op zich een positieve evolutie, zolang fundamentele rechten niet tegenover elkaar worden geplaatst. "Je moet geen ranking maken van mensenrechten, maar proberen ze met elkaar te verzoenen. Dat is perfect mogelijk."
André Gantman: “We blijven strijd leveren”
Advocaat, provincieraadslid en voormalig Antwerps schepen André Gantman maakte duidelijk dat de discussie veel verder gaat dan een medische of juridische kwestie. "Ik had nooit gedacht dat ik anno 2026 nog zou moeten pleiten voor de erkenning van het Joodse geloof."
Hij herinnerde eraan dat pogingen om de Joodse religieuze besnijdenis, de brit mila, te verbieden al dateren uit de tijd van de Seleucidische Grieken. De brit mila geldt in het jodendom als het teken van het verbond tussen God en het Joodse volk en behoort daarom tot de belangrijkste religieuze tradities.
Ook Chanoeka, het Joodse lichtjesfeest dat de overwinning op de Seleuciden herdenkt, staat symbool voor de strijd om fundamentele Joodse tradities, waaronder de besnijdenis, te behouden. “We hebben al eerder gevochten om het behoud van de besnijdenis. Dat zullen we ook nu blijven doen,” zei Gantman.
Hij wees daarnaast op een Nederlands decreet uit 1820 dat een wettelijk kader voor religieuze besnijdenissen vastlegde. Omdat België na 1830 rechtsopvolger werd van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, ziet hij daarin mogelijk nog altijd een juridische basis.
"De politiek moet eindelijk kiezen"
De moderator legde de bal vervolgens opnieuw in het kamp van de politiek. Welk signaal geeft België aan de Joodse gemeenschap wanneer één van haar belangrijkste religieuze tradities al jaren juridisch onzeker blijft? Jinnih Beels liet daar geen twijfel over bestaan. "Een verkeerd signaal."
Ze riep beleidsmakers op om niet langer te talmen. "Je hoeft zelf niet gelovig te zijn om te begrijpen hoe belangrijk deze traditie is. Als beleidsmaker moet je uit je tunnel kruipen, naar het algemeen belang kijken en de moed hebben om een beslissing te nemen."
Beels besloot met een scherpe conclusie. "Vandaag is er maar één schuldige, en dat is de politiek. Want die neemt geen beslissingen."
Die uitspraak vatte meteen ook de centrale boodschap van de conferentie samen. De discussie draait uiteindelijk niet alleen om religieuze besnijdenis, maar om een fundamentelere vraag: kunnen Joden hun geloof in België en Europa ook in de toekomst vrij en veilig blijven beleven?