"Verboden voor Joden" hangt niet meer aan de deur. Het zit vandaag in de mailbox
"Politiek te gevoelig." Met die woorden kreeg het Joods Informatie & Documentatiecentrum deze week te horen dat toekomstige reservaties bij een Antwerpse evenementenlocatie niet langer worden aanvaard. Een vrije tribune van Ralph Pais, vicevoorzitter van het Joods Informatie & Documentatiecentrum en ambassadeur van de European Jewish Association.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
"Politiek te gevoelig." Met die drie woorden liet evenementenlocatie Vestar in Antwerpen ons deze week weten dat het Joods Informatie & Documentatiecentrum er niet langer welkom is als klant. Enkele maanden geleden organiseerden wij daar een conferentie over de bestrijding van antisemitisme en de toekomst van het Joodse leven in België.
Geen protestactie, maar een bijeenkomst waar een rabbijn en een imam samen het woord namen, waar politici uit verschillende partijen aanwezig waren, onder wie eerste minister Bart De Wever, en waar werd gesproken over samenleven en dialoog.
De veiligheid werd volledig door onszelf verzorgd en bekostigd, in nauw overleg met de politie. Er was geen enkel incident. Toch horen wij nu dat toekomstige reserveringen van het JID niet meer worden geaccepteerd. Onze bijeenkomst zou "politiek te gevoelig" liggen.
Ik heb die woorden meermaals herlezen en de dame er speciaal over opgebeld. Wanneer is de strijd tegen discriminatie politiek geworden? Sinds wanneer is het verdedigen van een bedreigde minderheid controversieel?
Mijn grootouders hoefden tijdens de Tweede Wereldoorlog geen uitleg wanneer zij een bord zagen met "Verboden voor Joden". De boodschap was ondubbelzinnig.
Wij vertellen onszelf graag dat die tijd voorgoed achter ons ligt, en inderdaad, die bordjes hangen niet meer aan deuren van hotels of concertzalen. Maar de bordjes zijn verdwenen. Het beleid niet. Het is alleen sluwer verpakt.
Want dit is geen alleenstaand verhaal. Steeds vaker hoor ik gelijkaardige ervaringen van andere Joodse organisaties: hotels die afhaken, congrescentra die plots geen beschikbaarheid meer hebben, locaties die liever geen "gevoelige evenementen" organiseren.
Niemand schrijft vandaag nog "Verboden voor Joden" op een deur. Dat zou terecht iedereen choqueren. Maar voor wie geweigerd wordt, voelt een beleefde e-mail met de juiste woorden vaak identiek hetzelfde.
Geschiedenis verandert zelden met één grote klap. Ze verandert met kleine beslissingen die op zichzelf redelijk lijken: een zaal die geen risico wil nemen, een ondernemer die het eenvoudiger vindt om nee te zeggen dan een principiële keuze te maken. Niet uit overtuiging, uit angst. En precies daar schuilt het gevaar: extremisten hoeven geen deuren meer te sluiten. Angst doet het werk voor hen.
De kanarie in de koolmijn
Joden worden al eeuwen de kanarie in de koolmijn van Europa genoemd. Die uitdrukking komt uit de mijnbouw. Mijnwerkers namen vroeger een kanarie mee onder de grond omdat die veel gevoeliger was voor giftige gassen. Wanneer de kanarie stopte met zingen, wist iedereen dat er gevaar dreigde. Niet omdat de vogel belangrijker was dan de mijnwerkers, maar omdat hij als eerste aangaf dat er iets fundamenteel mis was.
Zo is het ook met antisemitisme. Wanneer Joden zich niet langer veilig voelen, hun identiteit beginnen te verbergen of zich afvragen of ze nog welkom zijn in het publieke leven, is dat zelden alleen een Joods probleem.
Het is vaak het eerste signaal dat een samenleving haar morele kompas begint te verliezen. De geschiedenis van Europa heeft dat meer dan eens bewezen.
De manier waarop een samenleving met haar Joodse gemeenschap omgaat, vertelt iets over haar eigen gezondheid. Wie denkt dat dit alleen Joden raakt, vergist zich. Vandaag wordt een Joodse organisatie geweigerd, morgen misschien een andere minderheid, overmorgen iedereen die afwijkt van wat op dat moment aanvaardbaar wordt geacht.
Misschien moeten we vertrekken
Ik schrijf dit niet omdat ik medelijden zoek, maar omdat ik wil dat mijn kinderen en kleinkinderen kunnen opgroeien in hetzelfde België waarin ook mijn niet-Joodse vrienden willen leven, een land waar niemand moet nadenken of hij welkom is omwille van zijn identiteit.
Maar wat mij het meeste angst aanjaagt, is dat de vraag binnen de Joodse gemeenschap verschoven is. Het gaat niet langer over de vraag of wij nog een zaal kunnen huren. Jonge ouders vragen zich af of hun kinderen ooit onbezorgd met een keppel over straat zullen lopen of vanaf nu hun identiteit zullen moeten verbergen voor hun veiligheid.
En steeds meer spreken hardop uit wat ondenkbaar leek: misschien moeten we vertrekken. Niet omdat ze België niet graag zien, integendeel, maar omdat ze zich beginnen af te vragen of België hen nog wel graag ziet.
Ons werd ‘Never Again’ beloofd
Dat breekt mijn hart. Mijn grootouders hebben de verschrikkingen van Auschwitz overleefd en geloofden, ondanks alles wat hun was afgenomen, dat hun kleinkinderen ooit weer in vrijheid zouden leven in Europa. Ons werd "Never Again" beloofd. Dat "Verboden voor Joden" voorgoed tot de geschiedenis zou behoren.
Dit gaat uiteindelijk niet over één zaal. Niet over één restaurant. Niet over Vestar. Het gaat over de vraag of wij als samenleving nog beseffen wat er gebeurt wanneer Joden zich opnieuw beginnen af te vragen of er voor hen nog een plaats is, niet alleen in een concertzaal, maar in België zelf.
Het probleem is niet wanneer de kanarie stopt met zingen. Het probleem is wanneer de mijnwerkers besluiten haar niet meer ernstig te nemen.
Ralph Pais, vicevoorzitter van het Joods Informatie & Documentatiecentrum en ambassadeur van de European Jewish Association.