België was ooit een wereldmacht; nu is het vooral een bureaucratie
België had in 1905 acht ministers en 6.000 ambtenaren. Vandaag telt het er meer dan een miljoen. De politiek zorgde de voorbije eeuw vooral goed voor zichzelf en presenteerde de rekening aan de ondernemer.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
Van 6.000 ambtenaren in 1905 naar meer dan een miljoen vandaag: België heeft een overheid gebouwd die zichzelf bedient en de rekening doorstuurt naar de private sector.
Wereldmacht België
In 1905 functioneerde België met acht ministers en 6.000 ambtenaren. Het land was, naar industriële maatstaven, de vierde macht van de wereld. Er reden Belgische locomotieven door heel Europa. Dat systeem functioneerde zonder computers, zonder databanken, zonder geautomatiseerde loonadministratie en toch efficiënt. Vandaag telt België meer dan een miljoen overheidsjobs, beschikt het over alle digitale middelen die een bestuur maar kan wensen, en scoort het op de efficiëntiemeting van de Wereldbank half zo goed als Zwitserland of Denemarken.
De vraag die ondernemer en voetbalbestuurder Roland Duchâtelet in de podcast 'Discours met de Boys' stelde, is er een die economen al decennialang omzeilen: wat doen al die mensen? Het antwoord is ongemakkelijk. Volgens econoom en auteur Rudy Aernoudt (co-auteur van 'Belgium 2040') werkt bijna één op vijf actieve Belgen voor de staat. Eén Belg op 300 leeft van de politiek. Het aantal ambtenaren is in dertig jaar gestegen van 728.000 naar 1.062.000. Een toename van 45 procent, in een periode waarin de overheid zelf stelde efficiënter te willen worden.
Een boekhoudkundig sprookje
Wat Duchâtelet bijzonder hard valt, is hoe die groei economisch wordt gemaskeerd. Overheidsdiensten worden in het bruto binnenlands product (bbp) opgenomen tegen kostprijs en niet op basis van de waarde die ze creëren, maar op basis van wat ze kosten. Die boekhoudnorm, die dateert uit de jaren dertig, had een pragmatische reden: er bestaat geen marktprijs voor een belastingkantoor. Maar het onbedoelde gevolg is dat een regering haar bbp kan optrekken door simpelweg meer ambtenaren aan te nemen, zelfs als die geen enkele economische meerwaarde produceren.
Griekenland demonstreerde dat mechanisme op spectaculaire wijze. In de aanloop naar de eurocrisis nam Athene jaar na jaar overheidspersoneel aan. Het bbp steeg en de schuld als percentage van het bbp daalde. Op papier althans. Europa, of beter gezegd Europese politici, keken de andere kant op. 'Vanaf het begin van de toetreding van Griekenland in de eurozone wisten we dat het land valse statistieken gebruikte.' zei toenmalig minister van Financiën Didier Reynders daarover. Uiteindelijk was het de Europese belastingbetaler die de rekening gepresenteerd kreeg. Duchâtelet ziet in het Belgische model een zachte variant van dezelfde logica. Niet als bewuste fraude, maar als structureel falen van prikkels.
Wat de ondernemer betaalt
De factuur van dat systeem belandt bij de private sector. Een Belgische werkgever die iemand aanwerft aan een brutoloon van 4.000 euro per maand, betaalt effectief ruim 5.600 euro, inclusief werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid (RSZ), verplicht dubbel vakantiegeld, een dertiende maand en maaltijdcheques. In Duitsland bedragen de werkgeversbijdragen 20 à 21 procent van het brutoloon, in Nederland 18 à 20 procent. In België lopen ze op tot 27 à 28 procent. Tegelijk moeten die bedrijven voldoen aan een stijgende stroom verplichtingen: kwartaalaangiften, sectorale cao-naleving, GDPR-conformiteit, NIS2-cyberbeveiligingseisen en, sinds 2026, verplichte e-facturatie voor alle zakelijke transacties.
Dat alles drukt op de competitiviteit. De IMD-competitiviteitsindex (opgesteld door het International Institute for Management Development) toont dat België op drie jaar jaar tijd zakte van de 13de naar de 32ste plaats op 69 landen. Het criterium waarop ons land het slechtst scoort: de efficiëntie van de overheidsadministratie. Daar zakken we in dezelfde tijdsspanne van 22 naar plaats 42.
Een democratie uit een ander tijdperk
Duchâtelet stelt ook de architectuur zelf in vraag. Het Belgische democratische model, waarin burgers om de vijf jaar een stem uitbrengen op een partij, die die stem meeneemt in coalitieonderhandelingen en meerderheidsakkoorden, dateert uit een tijd zonder internet, zonder realtime informatie, zonder de mogelijkheid om burgers snel en breed te raadplegen. Of dat systeem nog optimaal is voor een samenleving die in snelheid van informatiedeling de politiek ver voorbij is gereden, is een legitieme vraag.
Hebben we beroepspolitici nodig?
Aernoudt pleit voor een politiek die een passie is, geen beroep. Vier of acht jaar in dienst van het algemeen belang, dan terugkeren naar het normale leven. Die structuur zou politici gedwongen verbonden houden met de realiteit van de mensen die ze vertegenwoordigen. Zo werkt het al in Zwitserland, waar parlementsleden naast hun mandaat een gewoon beroep uitoefenen. Het Belgische systeem gaat de omgekeerde richting uit: het professionaliseerde de politiek en institutionaliseerde de afstand.
De Nationale Bank berekende dat de Belgische overheidsadministratie voor hetzelfde werk 28 procent duurder uitvalt dan bij de buurlanden. Ambtenaren verdienen gemiddeld 919 euro per maand meer dan vergelijkbare profielen in de private sector. Die premie betaalt de ondernemer, Via belastingen, via bijdragen, via een concurrentiepositie die jaar na jaar verzwakt. In 1905 waren er 6.000 ambtenaren en was België een industriële wereldmacht. Die titel hebben we 120 jaar later ingeruild voor die van administratiekampioen.