Waarom zijn politici zo bang voor referenda?
In 2008 bevond IJsland zich aan de rand van de afgrond. Drie banken, Kaupthing, Landsbanki en Glitnir, hadden het eiland in een financieel moeras geduwd. Het ging om de grootste bankencrisis in de geschiedenis in verhouding tot de omvang van de lokale economie. Tussen 29 september en 9 oktober 2008, op amper tien dagen tijd, zag de IJslandse regering zich verplicht de controle over de drie banken over te nemen.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
Waarom zijn politici zo terughoudend tegenover referenda? Aan de hand van IJsland, Zwitserland en België onderzoekt dit artikel hoe directe democratie botst met gevestigde politieke macht en waarom inspraak van burgers vaak op weerstand stuit.
De door de crisis aangerichte ravage in de IJslandse economie had grote gevolgen voor het eiland. De regering moest aftreden en het debacle luidde een jarenlange recessie in. Toch opende deze crisis ook de deur voor een opvallend experiment. In plaats van louter herstelmaatregelen te nemen, besloot het land zijn Grondwet volledig te herdenken en deed daarvoor een beroep op zijn bevolking.
IJsland ‘crowdsourcete’ zijn Grondwet
Via een loting werden duizend burgers aangeduid om eerst na te denken over de fundamentele waarden die in de nieuwe grondtekst moesten terugkomen. Vervolgens werd een grondwettelijke raad samengesteld van 25 leden, verkozen uit een brede groep van meer dan vijfhonderd kandidaten, die elk voldoende steunbetuigingen moesten verzamelen om mee te dingen.
Die raad werkte vier maanden lang aan de tekst, maar deed dat op een ongebruikelijke manier. Elke week werden voorlopige versies op Facebook gedeeld, zodat burgers opmerkingen en suggesties konden indienen via sociale media. Ruim vierduizend reacties vloeiden zo rechtstreeks het schrijfproces binnen.
Het resultaat van die open aanpak was een vernieuwde Grondwet die uiteindelijk in een volksraadpleging werd voorgelegd en door 66 procent van de IJslanders werd goedgekeurd. Het proces staat internationaal bekend als de eerste door burgers geschreven grondwet ter wereld.
Het failliet van de representatieve democratie
Dat was echter buiten de politiek gerekend. Ondanks de steun van de bevolking weigerde de Althing, het IJslandse parlement, de tekst officieel goed te keuren. Politici vreesden voor hun eigen macht en vonden de tekst juridisch niet sterk genoeg.
Dat was op zich geen verrassing. Hoewel alle elementen die de burgerdemocratie vormen hier waren samengebracht, kreeg het referendum amper aandacht van de gevestigde politieke partijen. Ook kranten die nauwe banden met die partijen onderhielden, berichtten er amper over.
Tot op vandaag blijven de politieke partijen die nieuwe grondwet negeren, een gegeven waarin velen het failliet van de representatieve democratie zien.
Het eeuwige excuus: de Koningskwestie (1950)
Ook in ons land zijn politici kille minnaars van referenda. Meestal wijst men daarvoor naar de Koningskwestie, die in 1950 de beide taalgemeenschappen in ons land sterk verdeelde en het land aan de rand van een burgeroorlog bracht.
Steeds opnieuw wordt het argument aangehaald dat burgers onvoldoende geïnformeerd zouden zijn om zich over complexe problemen uit te spreken, of dat referenda de spanningen tussen de twee grote taalgemeenschappen zouden doen oplaaien.
Vandaag zijn het enkel Vlaams Belang en de PVDA die voor nationale referenda pleiten. Wel werd in 2014 de Grondwet gewijzigd om volksraadplegingen op gewestelijk niveau mogelijk te maken, al zijn die tot op heden nog niet gehouden.
Op gemeentelijk niveau vinden ze wel regelmatig plaats, al zijn deze altijd raadgevend en nooit bindend. Het grootste obstakel blijft de vrees voor een herhaling van de Koningskwestie, waarbij een nipte meerderheid van een taalgroep een besluit opdringt aan de andere taalgroep.
Daar valt iets voor te zeggen, de Brexit indachtig, toen Schotland en Noord-Ierland ervoor kozen om in de EU te blijven, maar zij door de doorslaggevende Engelse en Welshe stemmen verplicht werden de eenheidsmarkt te verlaten.
Zwitserland, land van melk en honing?
Leidde de Brexitstem in het Verenigd Koninkrijk tot een winner-takes-all-scenario, dan blijkt Zwitserland het ware gidsland inzake referenda. Het belangrijkste mechanisme dat de taalgroepen beschermt, is de dubbele meerderheid. Voor belangrijke beslissingen is niet alleen een meerderheid van de stemmen van het volk nodig, maar ook een meerderheid in de kantons.
Dit betekent dat de kleinere, vaak Franstalige of Italiaanstalige kantons, een veto kunnen uitspreken en politici gedwongen worden om voorstellen te doen die voor alle taalgroepen aanvaardbaar zijn.
Gaat in België veel macht naar de gewesten, dan behouden de 26 Zwitserse kantons een enorme mate van zelfstandigheid. Veel zaken waarover Belgen ruzie maken, denk aan onderwijs of cultuur, worden in Zwitserland op kantonnaal niveau beslist via lokale referenda.
De echte Volksrepubliek
In zijn boek Swiss Watching schrijft de in maart 2025 overleden Engelse schrijver Diccon Bewes daarover het volgende:
“Voor buitenstaanders is het moeilijk voor te stellen hoe een land kan functioneren als elke wet en elke overheidsmaatregel aan een volksstemming wordt onderworpen. Voor de Zwitsers is het juist moeilijk te begrijpen hoe een land kan functioneren zonder dat. De poll tax, de Irak-oorlog, privatiseringen en belastingverhogingen: allemaal zouden ze veel minder waarschijnlijk zijn in Zwitserland, precies omdat ze aan een referendum zouden worden onderworpen.
Het Zwitserse volk kan wetgeving initiëren of vernietigen. Ze kunnen de regering dwingen tot nieuw beleid of beslissingen verwerpen die al genomen zijn. Geen enkele persoon of partij heeft ooit de volledige macht. Vergeet China en Noord-Korea. Als één land het verdient een Volksrepubliek te worden genoemd, is het Zwitserland.”
Zwitserland telt dan ook geen 52 ministers. Het politieke systeem rust er op het militiesysteem, waarbij het uitgangspunt is dat burgers hun politieke mandaat naast hun reguliere beroep uitoefenen. De 7 leden van de Bundesrat zijn de enige echte fulltime bestuurders die elk een departement leiden.
Parlementsleden in de Nationale Raad en de Kantonsraad besteden gemiddeld zestig tot negentig procent van een werkweek aan hun politieke taken, maar blijven daarnaast vaak actief in hun beroep als advocaat, leraar, ondernemer of arts.
In België lijkt de representatieve democratie, waarbij de macht bij de verkozen volksvertegenwoordigers ligt en niet rechtstreeks bij de burger, voorlopig onbedreigd. Een tweederdemeerderheid halen, voor wat dan ook, lijkt in dit land politiek onmogelijk. Zeker niet voor maatregelen die meer inspraak zouden geven aan de burger.
Was het niet de Britse politicus James Callaghan die zei: “Kalkoenen stemmen niet voor Kerstmis.”