Strijd om Straat van Hormuz escaleert verder: Iran voert aanvallen op, twee schepen gezonken en oliehandel in het nauw
Twee vrachtschepen zijn gezonken in de buurt van de Straat van Hormuz nadat ze door projectielen waren geraakt. Dat gebeurde terwijl Iran zijn aanvallen op het scheepvaartverkeer opvoert. Hoewel sinds het begin van de maand al 26 schepen zijn getroffen, blijven de olie-exporten voorlopig op peil.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
Twee schepen zijn gezonken in de buurt van de Straat van Hormuz, waar Iran zijn aanvallen opvoert.
De strijd om de controle over de Straat van Hormuz escaleert verder. Twee vrachtschepen zijn in de buurt van deze strategische zeestraat gezonken, meldt Reuters. Iran voert intussen zijn aanvallen op de scheepvaart in de Golf op, in het kader van de oorlog tegen de Verenigde Staten en Israël, die op 28 februari begon.
Volgens The New York Times zijn sinds het begin van oktober al 26 schepen getroffen. Daarmee is dit de gevaarlijkste periode voor de commerciële scheepvaart sinds het uitbreken van het conflict.
Ondanks de toename van het aantal aanvallen blijven de olie-exporten van de Golfstaten voorlopig op een aanzienlijk niveau. Dat is onder meer te danken aan de beschermingsoperaties van de Amerikaanse marine.
Twee schepen gezonken, één zeeman omgekomen
Het eerste schip, de GFS Pride, een containerschip dat onder de vlag van Singapore voer, werd dinsdag tijdens de doortocht door de Straat van Hormuz geraakt door een projectiel. Na een brand liep het zware schade op en zonk het uiteindelijk. De 21 bemanningsleden konden volgens de Maritieme en Havenautoriteit van Singapore veilig worden geëvacueerd.
Ook de Cape Dao, een bulkcarrier die geregistreerd staat in Antigua en Barbuda, zonk in de buurt van de zeestraat. Het schip werd op 23 september door een projectiel getroffen. Daarbij kwam een bemanningslid om het leven. De overige opvarenden konden worden geëvacueerd.
Uit een analyse van gegevens van de Internationale Maritieme Organisatie door Reuters blijkt dat deze twee schepen het tweede en derde vaartuig zijn dat sinds het begin van de oorlog is gezonken.
De Singaporese autoriteiten hebben de aanvallen op de commerciële scheepvaart veroordeeld als onaanvaardbaar en in strijd met het internationaal recht.
De dreiging beperkt zich inmiddels niet langer tot olietankers. Ook containerschepen en bulkcarriers worden geviseerd, waardoor het volledige handelsverkeer in de regio wordt bemoeilijkt.
Teheran wil opnieuw de controle over de zeestraat afdwingen
Sinds de eerste Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran op 28 februari probeert Teheran zijn geografische ligging aan de Straat van Hormuz als strategisch drukmiddel in te zetten.
Vóór de oorlog passeerde ongeveer een vijfde van de wereldwijde handel in olie en vloeibaar aardgas door deze zeestraat. Het is dan ook een cruciale doorgang voor de energie-export uit het Midden-Oosten.
Als reactie op de Amerikaanse zeeblokkade van Iraanse havens en de verscherping van de sancties dreigt Iran zijn aanvallen op het scheepvaartverkeer op te voeren.
Volgens twee hoge Iraanse functionarissen die door Reuters werden geïnterviewd, past Teheran zijn tactiek aan om de olieprijzen hoog te houden en de politieke druk op Washington op te voeren in de aanloop naar de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen.
De Iraanse strijdkrachten zetten onder meer drones en raketten in tegen commerciële schepen. De Verenigde Staten proberen konvooien te beschermen en projectielen te onderscheppen.
Olie-export blijft ondanks aanvallen overeind
De intensivering van de aanvallen heeft voorlopig niet geleid tot een instorting van het olietransport.
Volgens gegevens van TankerTrackers.com passeert sinds het begin van oktober dagelijks meer dan 12 miljoen vaten ruwe olie door de Straat van Hormuz. Dat volume ligt iets hoger dan in september.
De ramingen van Kpler zijn voorzichtiger. Het bedrijf schat het dagelijkse transport op bijna 10 miljoen vaten, tegenover ongeveer 11 miljoen in de voorgaande maand. De verschillen zijn onder meer te verklaren door de moeilijkheden om schepen te volgen. Veel vaartuigen schakelen hun transponders uit wanneer ze door het gebied varen.
In beide ramingen blijft het volume onder de ongeveer 17 miljoen vaten olie die vóór de oorlog dagelijks door de zeestraat werden vervoerd.
De Amerikaanse militaire bescherming heeft sinds mei wel bijgedragen aan een geleidelijke hervatting van het olietankerverkeer. Het Amerikaanse Central Command stelt dat de voorbije maanden, met steun van de Amerikaanse strijdkrachten, 1,25 miljard vaten olie door de Straat van Hormuz zijn vervoerd.
Olieprijs op 106 dollar, transportkosten vertienvoudigd
Hoewel Iran er voorlopig niet in slaagt de olie-export uit de Golf duurzaam stil te leggen, blijven de aanvallen zwaar wegen op de energiemarkten.
Woensdag noteerde een vat Brentolie rond 106 dollar, meldt The New York Times. Ook de kosten voor het olietransport zijn fors gestegen. Vóór de oorlog kostte het ongeveer 3 dollar om een vat olie vanuit de Perzische Golf naar Oost-Azië te vervoeren. Vandaag is dat meer dan 30 dollar.
De vertienvoudiging van de transportkosten maakt de invoer duurder en draagt ertoe bij dat de brandstofprijzen hoog blijven.
De Golfstaten proberen tegelijkertijd hun afhankelijkheid van de Straat van Hormuz te verminderen door meer gebruik te maken van pijpleidingen over land. Volgens TankerTrackers werd in oktober dagelijks ongeveer vijf miljoen vaten ruwe olie uitgevoerd via routes die de zeestraat omzeilen.
Als die volumes worden opgeteld bij de olie die via de zee wordt vervoerd, komen de regionale exporten uit op ongeveer 17 miljoen vaten per dag. Vóór het conflict ging het om meer dan 19 miljoen vaten.
Amerikaanse bescherming staat onder druk
De toename van de aanvallen roept ook vragen op over het vermogen van Washington om deze handelsroute op lange termijn veilig te houden.
Het Amerikaanse Central Command zegt de beschermingsoperaties voort te zetten in samenwerking met regionale partners en scheepvaartbedrijven. Toch aarzelen sommige rederijen inmiddels om de Straat van Hormuz te gebruiken, ondanks de aanwezigheid van Amerikaanse strijdkrachten.
Ook de Rode Zee vormt een steeds groter risico. De Houthi-rebellen in Jemen, die door Iran worden gesteund, hebben onlangs hun aanvallen op Saoedi-Arabië opgevoerd. Daarbij werden onder meer energie-infrastructuur en de internationale luchthaven van Riyad geviseerd.
Die aanvallen bedreigen ook alternatieve routes die worden gebruikt om de Straat van Hormuz te omzeilen. Dat geldt in het bijzonder voor de Saoedische olie-export die via pijpleidingen naar de Rode Zee wordt vervoerd.
Voor de wereldwijde markten blijft de situatie daardoor paradoxaal: de olievolumes blijven circuleren, maar dat gaat gepaard met een toenemende militarisering van de scheepvaartroutes en fors hogere kosten.
Zolang de aanvallen aanhouden en Washington en Teheran geen duurzaam akkoord bereiken, blijft de internationale energiehandel kwetsbaar voor nieuwe verstoringen.