Theo Francken haalt uit naar Paul Magnette: "Sociale fraude kost ons meer dan militaire uitgaven"
De clash tussen PS-voorzitter Paul Magnette en minister van Defensie Theo Francken (N-VA) loopt hoog op. Magnette hekelt de miljarden die de regering aan Defensie uitgeeft en voert aan dat dit ten koste gaat van de pensioenen en de gezondheidszorg. Francken spreekt van "schaamteloze leugens" en kaatst de bal terug: "Sociale fraude kost ons meer."
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
• Bijgewerkt op
Paul Magnette heeft in een scherpe video uitgehaald naar minister van Defensie Theo Francken. De PS-voorzitter omschrijft hem als een minister die "zijn leven doorbrengt op wapenbeurzen en met de Visa-kaart van de regering wapens koopt".
"Minister van Nationale Uitgaven"
Op X drijft Magnette de spot met de titel van Francken. Hij noemt hem de "minister van Nationale Uitgaven", een woordspeling op Nationale Defensie.
De socialist haalt de recente aankoop van vliegtuigen voor drie miljard euro erbij. Daarbovenop zou nog eens twaalf miljard euro extra naar Defensie gaan. Hij verwijst daarbij naar de geplande verhoging van de defensie-uitgaven tot 3,5 procent van het bruto binnenlands product.
"Een euro kan je maar één keer uitgeven"
Voor Magnette draait de discussie niet alleen om de militaire aankopen zelf. Hij viseert vooral de begrotingskeuzes van de federale regering. "Elke euro kan je maar één keer uitgeven", benadrukt hij.
Geld dat naar vliegtuigen, wapens en ander militair materieel gaat, kan niet meer worden gebruikt voor pensioenen, gezondheidszorg of openbare diensten. Ook maatregelen tegen de gevolgen van hittegolven schuift hij naar voren.
De PS-voorzitter vergelijkt twaalf miljard euro extra voor Defensie met "drie keer de besparingen die al op de rug van de gepensioneerden zijn doorgevoerd". Hij roept burgers op om Francken via sociale media aan te spreken en hem te vragen "te stoppen met het verspillen van het geld van de Belgen".
Daarmee volgt Magnette de lijn die de PS al langer verdedigt. Europa moet zijn veiligheid kunnen garanderen, maar de hogere defensie-uitgaven mogen voor de socialisten niet ten koste gaan van de sociale bescherming.
Francken: "Schaamteloze leugens"
Francken reageert al even scherp. De minister van Defensie beschuldigt Magnette ervan "steeds dieper te zinken" en met populistische boodschappen zijn achterban op te hitsen. "Zelfs Raoul Hedebouw kan nog iets van je leren als het erop aankomt je achterban op te hitsen met leugenachtig populisme", sneert hij.
Vooral de bewering dat hij persoonlijk twaalf miljard euro extra zou uitgeven met de "Visa-kaart van de regering" schiet bij Francken in het verkeerde keelgat: "Welke twaalf miljard?" De uitspraken van de PS-topman zet Francken weg als "schaamteloze leugens". Magnette zou investeringen, engagementen over meerdere jaren en de geleidelijke verhoging van het defensiebudget door elkaar halen.
Francken wijkt niet van zijn lijn af: de miljardeninvesteringen zijn noodzakelijk. Na tientallen jaren van onderfinanciering moet België zijn militaire capaciteit opnieuw opbouwen. De oorlog in Europa, de Russische dreiging en de internationale spanningen maken die investeringen in zijn ogen noodzakelijk.
Ook de NAVO-engagementen spelen mee. Het leger heeft nood aan modernere vliegtuigen, voertuigen, luchtverdediging en infrastructuur. Hij verwerpt dan ook het beeld dat het om prestigeprojecten gaat. Bovendien moeten de investeringen deels terugvloeien naar Belgische bedrijven, onderzoek en nieuwe technologie. Ook de industriële werkgelegenheid kan er voordeel uit halen.
"Sociale fraude kost ons meer"
Francken haalt vervolgens de sociale fraude erbij. "Sociale fraude kost ons meer dan militaire uitgaven", schrijft de minister. Hij verwijt de PS-voorzitter dat hij fel uithaalt naar militaire investeringen, maar veel minder hard optreedt tegen misbruik van uitkeringen en sociale fraude.
Magnette ziet dat anders. Voor hem is de vraag hoe de regering miljarden extra aan Defensie wil uitgeven en tegelijk de pensioenen, gezondheidszorg en andere overheidstaken wil blijven betalen. Beide politieke kopstukken staan daarmee lijnrecht tegenover elkaar over de vraag waar de regering haar geld aan moet uitgeven.