Zweden staat op de rem voor loontransparantie. “België moet volgen,” zegt het VBO
De Zweedse regering wil de invoering van de Europese loontransparantierichtlijn met een half jaar uitstellen. Uitgerekend het meest vooruitstrevende land op het vlak van gendergelijkheid vraagt extra tijd om de regels werkbaar te maken na kritiek van het bedrijfsleven op de complexiteit en administratieve lasten. “België kan dit signaal niet naast zich neerleggen,” zegt het Verbond van Belgische Ondernemingen.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
- De Zweedse regering stelt de invoering van de Europese loontransparantierichtlijn uit vanwege de complexiteit en administratieve last.
- Het Verbond van Belgische Ondernemingen roept België op om dat signaal te volgen en te pleiten voor een herziening van de regels.
De Zweedse regering benadrukt dat de doelstelling van de Europese 'Pay Transparency Directive' op zich niet ter discussie staat: het wegwerken van ongerechtvaardigde loonverschillen tussen mannen en vrouwen blijft een prioriteit. Maar volgens Zweedse werkgeversorganisaties is de door de EU vooropgestelde timing niet haalbaar.
Volgens de oorspronkelijke planning zouden de nieuwe regels op 1 juli 2026 in werking treden, met een eerste rapportering in mei 2027. Zweden schuift die timing nu met een half jaar op: de inwerkingtreding wordt voorzien op 1 januari 2027 en de eerste rapportering op 20 mei 2028. Die extra voorbereidingstijd moet bedrijven en sociale partners toelaten zich beter te organiseren en de nieuwe verplichtingen rond loontransparantie correct en werkbaar in te voeren.
Te complex, te zwaar, te snel
De kritiek vanuit het Zweedse bedrijfsleven is duidelijk: de richtlijn is in haar huidige vorm te complex en te belastend. Werkgevers wijzen op de omvangrijke rapporteringsverplichtingen, de nood aan nieuwe systemen en de bijkomende juridische risico’s.
Om de overgang te ondersteunen, krijgt de Equality Ombudsman meer middelen. Die waakhond voor gelijke behandeling in Zweden moet bedrijven begeleiden en toezien op de naleving. Tegelijk wil Zweden vasthouden aan zijn model van sociale dialoog, waarbij overheid en sociale partners samenwerken aan oplossingen. Een te rigide Europese aanpak dreigt dat evenwicht te verstoren.
Concurrentiekracht onder druk
Voor het VBO bevestigt de Zweedse beslissing wat ook werkgevers in ons land al langer aangeven. Gedelegeerd bestuurder Pieter Timmermans pleit, samen met BusinessEurope, voor een tijdelijke pauze en een grondige herwerking van de richtlijn. Volgens de organisatie is de huidige tekst disproportioneel en onvoldoende afgestemd op nationale systemen. Bovendien dreigt ze de competitiviteit van ondernemingen te ondermijnen.
Het VBO waarschuwt ook voor de impact op loononderhandelingen. De uitgebreide bewijsvereisten maken het moeilijker om verschillen in verloning te baseren op prestaties of functies, wat het evenwicht op de arbeidsmarkt kan verstoren.
Europa wil minder regels
De discussie komt op een moment dat Europa zelf inzet op minder regeldruk. Tijdens de Europese Raad van 19 maart werd expliciet gevraagd om regelgeving te vereenvoudigen en inefficiënte regels te schrappen. Volgens het VBO past een herziening van de loontransparantierichtlijn perfect in die bredere beweging. Het Zweedse uitstel kan daarbij een kantelpunt vormen.
Volgt België of niet?
Volgens het VBO kan België zich niet afzijdig houden. België zit bij de Europese koplopers inzake loonkloof en heeft volgens de werkgeversorganisatie geen nood aan extra complexe regelgeving. “Wie gendergelijkheid wil versterken, moet zorgen voor werkbare regels,” klinkt het. “Zonder aanpassingen dreigt deze richtlijn haar doel voorbij te schieten.” Met het Zweedse signaal ligt de bal nu in het Europese kamp. De vraag is of andere lidstaten, en vooral België, mee op de rem gaan staan of vasthouden aan de oorspronkelijke planning.