Andy Pieters (N-VA): “Je kan niet jaren meebesturen en dan doen alsof je gisteren begonnen bent.”
Hij begon als tiener die mails stuurde naar lokale partijen om hun standpunten te vergelijken. Vandaag zit Andy Pieters in het Vlaams Parlement, in de Senaat en in het partijbestuur. Tussenin: tien jaar Jong N-VA, een zitje in het partijbestuur, kabinetten van Geert Bourgeois en Zuhal Demir en vijf intense jaren als kabinetschef.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
In het tweede deel van het interview pleit Andy Pieters (N-VA) voor structurele hervormingen in Brussel en de afschaffing van de Senaat.
Inhoud
- Confederalisme: staat dat nog op de agenda?
- Wat met Brussel dan?
- U klinkt kritisch voor andere partijen.
- Wanneer is deze federale regeringsdeelname voor u een succes?
- Wat moet er Vlaams dringend gebeuren?
- Stel dat u één beslissing zonder tegenmacht mocht nemen?
- U hanteerde ooit de “Jos en Gerda”-regel. Wat is dat?
Tweede deel van het interview.
Confederalisme: staat dat nog op de agenda?
Andy Pieters: Ja. Alleen is de toon veranderd door deze regeringsdeelname. Maar als je kijkt naar bepaalde hervormingen, zoals het beperken van uitkeringen in de tijd, dan zijn dat de facto confederale stappen. Ook ingrepen in langdurige ziekte gaan in die richting. Je voelt dat België nog altijd uit twee democratieën bestaat. Dat merk je in media-aandacht en politieke gevoeligheden. Ik heb periodes gehad waarin Franstalige media dagelijks belden over federale dossiers waar in Vlaanderen nauwelijks aandacht voor was. Dat toont hoe verschillend de realiteit soms wordt beleefd.
Wat met Brussel dan?
Andy Pieters: Ja, Brussel. Dat is altijd de vraag, toch? Wij hebben een uitgewerkt plan voor Brussel. Maar ik zie weinig echte structurele hervormingswil. Ik zie de toekomst van Brussel eerlijk gezegd niet rooskleurig in. Er wordt door de Brusselse Vivaldi-regering gesproken over 300 miljoen euro besparingen op ambtenaren, maar zonder concreet plan. Iedereen kan zo’n cijfer opschrijven. De vraag is: hoe ga je dat doen? En wie betaalt uiteindelijk de rekening? Ik hoop dat men eindelijk durft structureel ingrijpen: fusie van politiezones, vereenvoudiging van lokale besturen. Brussel zou eigenlijk als één grote stad moeten functioneren. Maar ik zie het voorlopig niet gebeuren.
U klinkt kritisch voor andere partijen.
Andy Pieters: Ik vind vooral dat politici verantwoordelijkheid moeten nemen. Als je jaren mee bestuurt en dan plots in de krant uitlegt hoe het allemaal anders moet, dan stel ik mij daar vragen bij. Je kan in dat geval niet doen alsof je gisteren bent begonnen. Mensen zijn het beu. Niet alleen fouten op zich, maar het gebrek aan erkenning ervan. “Own your shit”, om het plat te zeggen. Kijk naar het PFAS-dossier in Vlaanderen. Daar is in het parlement expliciet excuses aangeboden namens de overheid. Dat maakt je geloofwaardiger. Dan kan je ook verder. Als je nooit toegeeft dat er fouten zijn gemaakt, gelooft niemand je hervormingsverhaal.
Wanneer is deze federale regeringsdeelname voor u een succes?
Andy Pieters: Als we erin slagen de belofte van ongeveer 1.000 euro netto meer voor werkende mensen waar te maken zonder het begrotingstekort opnieuw te laten ontsporen. De moeilijke maatregelen moeten nu genomen worden. Anders verschuif je het probleem naar later. Als we koopkracht kunnen versterken en het deficit onder controle houden, dan is dat een succes. En daarnaast: de Senaat effectief afschaffen. Dat blijft voor mij een prioriteit. Het verhaal van de vertegenwoordiging van de Duitstalige gemeenschap moet opgelost worden, maar dat mag geen excuus zijn om het hele systeem te behouden. We hebben vandaag dubbele structuren die weinig toevoegen. Als je dat niet meer aan de kiezer kan uitleggen, moet je durven hervormen.
Wat moet er Vlaams dringend gebeuren?
Andy Pieters: Twee dingen. Ten eerste: de combinatie van Leefmilieu en Landbouw in één bevoegdheid blijft moeilijk. Iedereen voelt dat die belangen vaak botsen. Wij waren geen voorstander van die combinatie, maar in de regeringsonderhandelingen was dat een harde voorwaarde om überhaupt een regering te vormen. Nu moet het parlement erover waken dat leefmilieu niet het eerste en enige slachtoffer wordt bij besparingen. Dat wordt een delicate evenwichtsoefening. Ten tweede: het subsidiebeleid. Er wordt vaak geroepen dat Vlaanderen 20 miljard euro subsidies uitgeeft. Maar een groot deel daarvan gaat naar andere overheden, onder andere voor woonzorgcentra. Dat debat moet eerlijk gevoerd worden. Subsidies dienen bijvoorbeeld om een marktfalen op te vangen. Maar, niet alles wat vandaag subsidie krijgt, moet heilig zijn. Je moet kritischer kijken en transparanter zijn. Durven schrappen waar het maatschappelijk rendement beperkt is.
Stel dat u één beslissing zonder tegenmacht mocht nemen?
Andy Pieters: Dan zou ik de exploitatie van delen van het spoor privatiseren, met behoud van de infrastructuur in publieke handen. Het echte mobiliteitsprobleem in Vlaanderen zit op het spoor. We discussiëren over lokale buslijnen, maar als centrumsteden als Genk amper nog rechtstreeks met Brussel verbonden zijn, loopt er iets fundamenteel fout. Concurrentie op bepaalde lijnen kan efficiëntie verhogen. Als overheid kan je nadien bijsturen waar nodig.
U hanteerde ooit de “Jos en Gerda”-regel. Wat is dat?
Andy Pieters: In het kabinet hanteerden we twee principes. Dat was “Het Belang van Limburg-regel”. Dat betekende: als je een beslissing niet durft verdedigen op de voorpagina van de krant, moet je ze misschien niet nemen. De tweede was de “Jos en Gerda-regel”. Als je niet kan uitleggen hoe een maatregel het leven van Jos en Gerda concreet verbetert, dan hoort het dossier niet thuis in de prioriteiten. Politiek moet je kunnen uitleggen aan gewone mensen. Niet aan juristen van de Europese Commissie, niet aan ambtenaren. Aan Jos en Gerda. Uiteindelijk is dat waar democratie om draait.