Belastinghervorming moet kloof tussen leefloon en minimumloon vergroten tot meer dan 800 euro
De fiscale hervorming moet het verschil tussen werken en niet-werken vergroten tot minstens 500 euro per maand tegen 2030. Volgens nieuwe simulaties moet dat gaan lukken. "Wie werkt, houdt duidelijk meer netto over", stelt minister van Financiën Jan Jambon (N-VA).
Gepubliceerd door Bram Bombeek
Samenvatting van het artikel
- De belastinghervorming moet het verschil tussen een loon en een uitkering fors doen oplopen, dat blijkt uit nieuwe simulaties.
- De regering wil dat doen door de belastingvrije som te verhogen en de werkbonus op te trekken.
De hervorming is een van de paradepaardjes uit het regeerakkoord van de Arizona-regering. Vandaag nog benadrukte CD&V-voorzitter Sammy Mahdi dat er op belastingverlaging onder geen beding beknibbeld mag worden, ondanks de penibele begrotingstoestand. Premier Bart De Wever kondigde vorig najaar nog aan dat werkenden door die hervorming per jaar 1.000 euro netto extra zullen overhouden. Het regeerakkoord mikte erop het verschil tussen werken en niet-werken tot 500 euro te vergroten.
De beleidscel van minister Jambon heeft samen met de FOD Financiën microsimulaties opgesteld over wat de hervorming precies zal betekenen. Die oefening werd woensdag aan de Kamer overgemaakt. De twee belangrijkste maatregelen zijn het optrekken van de belastingvrije som en het verhogen van de werkbonus. Aan de hervorming is een budgettaire kost van 3 miljard verbonden.
In alle onderzochte scenario's blijkt de belofte over het verschil tussen werken en niet-werken ingelost. Voor een alleenstaande zonder kinderlast stijgt het verschil tussen werken tegen het minimumloon en langdurige werkloosheid van 562 euro naar 791 euro per maand. Tegenover een leefloon stijgt dat verschil naar 834 euro per maand. Voor een alleenstaande met één kind ten laste stijgt het verschil tussen werken tegen het minimumloon en langdurige werkloosheid van 373 euro naar 644 euro per maand.
Grootste winst voor lage en lagere middeninkomens
"De conclusie is helder", zegt minister Jambon. "Wie werkt, houdt duidelijk meer netto over. Voor een alleenstaande die voor een minimumloon gaat werken, loopt het tegen 2030 op tot bijna 150 euro netto extra per maand."
De winst is het grootst bij de lage en lagere middeninkomens. Voor voltijds werkende alleenstaanden tot en met 2.800 euro bruto bedraagt de gemiddelde lastenverlaging ongeveer 126 euro per maand tegen 2030. Gemiddeld genomen gaat het voor voltijds werkende alleenstaanden om bijna 96 euro per maand meer. Voor brutolonen tot en met 2.800 euro bedraagt de gemiddelde lastenverlaging ongeveer 161 euro per maand voor alleenstaanden met één kind ten laste en ongeveer 151 euro per maand met twee kinderen ten laste.