Recordaantal pv’s in België: is de gewone automobilist een fiscale melkkoe geworden?
Met meer dan 4,1 miljoen snelheidsovertredingen in zes maanden breekt België volgens Gocar een nieuw boeterecord. Maar achter het discours over verkeersveiligheid groeit de vraag of vooral de gewone automobilist wordt geviseerd door een steeds meer geautomatiseerde boetemachine.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
Samenvatting van het artikel
België registreert een recordaantal snelheidsovertredingen, maar de explosie van vooral kleine overschrijdingen doet steeds meer automobilisten twijfelen of verkeersveiligheid nog primeert op fiscale opbrengst.
De cijfers zijn duizelingwekkend. In de eerste helft van 2025 werden in België 4.189.224 snelheidsovertredingen vastgesteld. Dat is een stijging van meer dan 10% tegenover het jaar voordien en van meer dan 80% in amper vier jaar tijd.
Nooit eerder werd er in ons land zoveel geflitst. Officieel wordt die explosie verklaard door de sterke toename van trajectcontroles en automatische controlesystemen die de voorbije jaren op grote Waalse en Vlaamse verkeersassen werden uitgerold. Maar achter die statistische inflatie schuilt een vraag die steeds meer automobilisten zich stellen: is het Belgische verkeersbeleid nog altijd in de eerste plaats gericht op echt gevaarlijk rijgedrag, of is het uitgegroeid tot een gigantische belasting op autorijden?
Miljoenen kleine overtredingen
Wanneer we de cijfers in detail bekijken, springt één element meteen in het oog: de overgrote meerderheid van de overtredingen gaat over zeer kleine snelheidsoverschrijdingen.
Bijna 75% van de vastgestelde snelheidsovertredingen situeert zich tussen 0 en 10 km/u boven de toegelaten snelheid, na aftrek van de technische foutenmarge.
Met andere woorden: het zijn niet in de eerste plaats wegpiraten die aan waanzinnige snelheden rijden die de statistieken voeden, maar gewone bestuurders die worden bestraft voor enkele kilometers per uur te veel, vaak na een simpel moment van onoplettendheid.
Dat fenomeen is bijzonder zichtbaar in stedelijke zones waar 50 km/u geldt. Die zijn alleen al goed voor meer dan 1,45 miljoen overtredingen.
En iedereen merkt het dagelijks: met de wildgroei aan zones 30, de voortdurend veranderende snelheidslimieten en moderne wagens die steeds stiller en krachtiger worden, is een perfect stabiele snelheid aanhouden soms bijna een obsessieve oefening geworden.
Een massale automatisering van sancties
Het probleem zit ook in de veranderde filosofie achter verkeerscontroles. Lange tijd was de repressie in de eerste plaats gericht op gedragingen die duidelijk als gevaarlijk werden beschouwd: alcohol achter het stuur, zeer zware snelheidsovertredingen, agressief rijgedrag of manifeste recidive.
Vandaag is het model grotendeels geautomatiseerd. De radar verbaliseert mechanisch, zonder nuance, zonder context en op industriële schaal.
België verwerkt inmiddels meerdere miljoenen overtredingen per jaar. Tussen 2015 en 2023 steeg dat aantal van 4,6 naar 8,4 miljoen per jaar.
In dat systeem wordt de doorsnee bestuurder de ideale doelgroep: solvabel, meteen identificeerbaar en statistisch veel rendabeler dan de echte verkeersdelinquenten.
De grootste gevaren blijven moeilijk te onderscheppen
De paradox is des te opvallender omdat de werkelijk extreme overtredingen relatief marginaal blijven in de statistieken. Snelheidsoverschrijdingen van meer dan 30 km/u vertegenwoordigen ongeveer 67.000 gevallen, dus slechts een zeer klein deel van het totaal.
Nochtans zijn het precies die gedragingen die de grootste risico’s inhouden op dodelijke ongevallen.
Uiteraard wijst de regering geregeld op de verstrenging van het verkeersstrafrecht, met de recente invoering van verkeersdoodslag in het Belgische recht. Maar die evolutie komt vooral na het drama.
Tussen de extreem gevaarlijke recidivist en de bestuurder die aan 56 km/u wordt geflitst, lijkt vandaag een hele gradatie aan gedragingen te worden opgeslorpt door éénzelfde geautomatiseerde, bestraffende logica.
Een staat die afhankelijk wordt van boetes?
Ook de budgettaire vraag kan niet langer worden genegeerd. Naarmate de overheidsfinanciën onder druk komen te staan, worden de inkomsten uit verkeersboetes steeds belangrijker. En hoe meer automatische controlesystemen er bijkomen, hoe voorspelbaarder die inkomsten worden.
Het probleem is dat die logica uiteindelijk een diepe argwaan voedt bij een deel van de automobilisten. Zij krijgen het gevoel dat verkeersveiligheid soms vooral dient als handige rechtvaardiging voor een verdoken belasting.
Dat gevoel wordt nog versterkt door de lopende discussies over de wettelijke termijn voor het versturen van processen-verbaal.
Vandaag vervalt het vermoeden waarmee de bestuurder automatisch via de nummerplaat kan worden geïdentificeerd na veertien dagen, zoals het Hof van Cassatie heeft bevestigd.
Maar door de administratieve overbelasting die wordt veroorzaakt door de explosie van het aantal pv’s, zou de regering nu overwegen om die termijn op te trekken naar dertig dagen.
Met andere woorden: in plaats van de boetemachine af te remmen of meer menselijke middelen in te zetten, lijkt het idee vooral te zijn om te vermijden dat bepaalde dossiers om procedurele redenen vervallen.
Een groeiende kloof met automobilisten
Het politieke risico is reëel. Door elke verplaatsing steeds meer te veranderen in een traject onder permanente bewaking, voedt de overheid geleidelijk aan een culturele breuk met miljoenen bestuurders die zichzelf niet als verkeersdelinquenten zien.
Veel automobilisten aanvaarden perfect dat alcohol achter het stuur, straatraces of waanzinnige snelheden streng worden bestraft. Maar ze begrijpen steeds minder van een beleid dat soms de indruk wekt de hardleerse wegpiraat en de werknemer die om zes uur ’s ochtends op een lege gewestweg enkele kilometers per uur te snel rijdt, op één en hetzelfde continuüm te plaatsen.
Door alles automatisch te willen controleren, riskeert de staat vooral de sanctie zelf te banaliseren. En wanneer een sanctie als louter fiscaal wordt ervaren, verliest ze geleidelijk aan haar morele legitimiteit.