Belgische defensie-industrie groeit, maar blijft achter
De Belgische defensie-industrie profiteert van de oorlog in Oekraïne, de herbewapening van Europa en de twijfels over de Amerikaanse rol binnen de NAVO. Toch groeit de sector maar half zo snel als het Europese gemiddelde.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
Samenvatting van het artikel
De Belgische defensie-industrie groeit dankzij de Europese herbewapening, maar blijft achter op landen met grote defensiereuzen omdat Belgische bedrijven vooral onderdelen en gespecialiseerde technologie leveren.
De Belgische defensie-industrie zit duidelijk in de lift: de sector groeide de voorbije twee jaar telkens met 6 procent en haalde vorig jaar een omzet van ruim 2 miljard euro. Daarmee doet defensie het opvallend beter dan de bredere Belgische technologische industrie, die met 2,5 procent groeide.
Toch is er een stevige kanttekening: in vergelijking met de rest van Europa blijft België achter. De Europese defensie-industrie groeide in 2024 met 13,8 procent. Voor 2025 wordt een groei van 10,5 procent verwacht. België groeit dus, maar niet aan hetzelfde tempo als de grote Europese defensielanden.
Geopolitieke oorzaken
Volgens technologiefederatie Agoria is die groei vooral het gevolg van de geopolitieke realiteit. De oorlog in Oekraïne heeft de vraag naar wapens, munitie, drones en militaire technologie sterk opgedreven. Daarbovenop zorgen de herverkiezing van Donald Trump en de onzekerheid over het Amerikaanse engagement binnen de NAVO voor extra druk op Europa om sneller en meer in eigen defensie te investeren.
België telt ongeveer 80 defensiebedrijven, samen goed voor meer dan 5.000 jobs. Bekende spelers zijn onder meer FN Browning, Sabca, John Cockerill Defense, ScioTeq en OIP. Ook kleinere bedrijven profiteren van de stijgende vraag. Zo groeide Exail Robotics in Oostende uit tot een belangrijke producent van onderwater- en ontmijningsdrones.
Toch verklaart de structuur van de Belgische sector waarom de groei beperkter blijft dan elders in Europa. Belgische bedrijven leveren meestal onderdelen, technologie of gespecialiseerde systemen, maar zelden volledige eindproducten. Grote buitenlandse spelers zoals Rheinmetall, KNDS of Saab leveren wél complete wapensystemen, voertuigen, luchtafweer of munitie. Zij profiteren rechtstreeks van grote bestellingen en leveringen aan Oekraïne.
Voor Belgische bedrijven ligt de uitdaging dus in de internationale waardeketens. Wie kan meedraaien in grote buitenlandse defensieprojecten, kan stevig groeien. Dat gebeurt vandaag al bij de productie van onderdelen voor de F-35-gevechtsvliegtuigen en bij het CaMo-project, de samenwerking tussen België en Frankrijk rond onder meer nieuwe pantservoertuigen. Een deel van dat project wordt in België gerealiseerd.
Nog veel kansen
Volgens Agoria liggen er nog veel kansen open. Meer dan 500 Belgische technologiebedrijven zouden interesse hebben om zich op de defensiemarkt te richten. Vooral in luchtvaart, drones, cyberveiligheid, ruimtevaart, machinebouw, materiaaltechnologie en gespecialiseerde componenten ziet de federatie groeimogelijkheden.
Maar dan moet België volgens de sector ook sneller schakelen. Agoria pleit voor efficiëntere aanbestedingsprocedures. Niet om controles af te bouwen, wel om dossiers sneller vooruit te laten gaan. Defensieprojecten slepen vandaag soms jarenlang aan, terwijl de technologische ontwikkelingen razendsnel gaan.
Jobs volgen voorlopig trager
De omzetgroei vertaalt zich voorlopig nog niet massaal in extra jobs. Het aantal arbeidsplaatsen in de Belgische defensiesector steeg met 1 procent. Toch ziet Agoria signalen dat de werkgelegenheid de komende jaren sterker kan aantrekken, zeker bij bedrijven die wapensystemen, munitie of luchtvaarttechnologie produceren.
De grote vraag is of de defensieboom blijft duren als de oorlog in Oekraïne ooit eindigt. Volgens Agoria is dat waarschijnlijk. Europa beseft steeds meer dat het minder afhankelijk moet worden van de Verenigde Staten en zelf moet instaan voor zijn veiligheid. De Europese Commissie wil met het ReArm Europe-plan tegen 2030 tot 800 miljard euro aan defensie-uitgaven mobiliseren.