Van Quickenborne blijft strijden voor alternatief centenindex: "Huidige regeling is een ordinaire belastingverhoging"
De regering-De Wever wijkt niet af van de centenindex na een gesprek met de sociale partners over een alternatief. Die maatregel valt niet in goede aarde bij de oppositie. Vooral Vincent Van Quickenborne, Kamerlid voor Anders, blijft met scherp schieten op de centenindex.
Gepubliceerd door Niels Saelens
Samenvatting van het artikel
Ondanks de definitieve goedkeuring van de centenindex blijft Vincent Van Quickenborne (Anders) pleiten voor een alternatieve regeling.
De federale regering zet door met de veelbesproken centenindex. Dat heeft minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) dinsdag duidelijk gemaakt in de Kamer. Door die maatregel worden dit jaar (of in 2027 voor bepaalde sectoren, waaronder de dienstensector) en in 2028 de hoogste lonen niet geïndexeerd. Concreet wordt alles boven de kaap van 4.000 euro niet aangepast aan de stijgende levensduurte. Bij de uitkeringen wordt de centenindex al toegepast op alles boven de 2.000 euro.
De centenindex treedt in werking vanaf 1 juni 2026. De ene groep werknemers zal de impact van de maatregel sneller voelen dan de andere. Dat komt omdat het tijdstip en de manier waarop het loon wordt geïndexeerd afhankelijk zijn van het paritair comité waaronder je valt. Door de sneller dan verwachte toename van de inflatie zien sommige werknemers in juni al hun lonen stijgen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor wie werkt in een cementenfabriek (PC 106.010), in een gas- en elektriciteitsbedrijf (PC 326.000) of voor arbeiders die actief zijn in de petroleumnijverheid (PC 211.000). De loonstijgingen in die sectoren komen uit op ongeveer 0,3 procent. In juli volgen de bouw-, metaal-(,) en schoonmaaksector, waar de lonen stijgen met respectievelijk 1,1, 2,9 en 2,1 procent.
Om verder te lezen, abonneer u of gebruik een krediet.
Al abonnee? Inloggen