Van Brexit tot Farage: de uitbarsting van een woede die Londen nooit echt wilde horen (analyse)
De Britse politiek is een historische fase van versnippering ingegaan. Achter de opmars van Nigel Farage en Reform UK schuilt vooral de uitputting van kiezers die genoeg hebben van immigratie, sociale achteruitgang en gebroken beloften.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
Tien jaar na het Brexit-referendum profiteert Nigel Farage van een groeiende Britse onvrede over immigratie, koopkracht en het gevoel dat de politieke elite de boodschap van de kiezers nooit heeft begrepen.
Het Verenigd Koninkrijk gold lange tijd als een van de meest stabiele voorbeelden van parlementaire democratie in het Westen. Een rustige constitutionele monarchie, twee gevestigde grote partijen, duidelijke machtswissels en een politieke cultuur die schokken kon opvangen zonder haar evenwicht te verliezen. Die tijd lijkt nu ver weg. Volgens een uitgebreide analyse van The Wall Street Journal is de Britse politiek een tijdperk van diepe versnippering binnengetreden, waarin premiers elkaar in een razend tempo opvolgen en het traditionele tweepartijenstelsel van Labour en de Conservatieven de woede in het land niet langer kan kanaliseren.
Het ontslag van Keir Starmer, na amper twee jaar in Downing Street, illustreert die versnelling. Zijn vermoedelijke opvolger, voormalig burgemeester van Manchester Andy Burnham, zou de zesde Britse premier in zeven jaar tijd worden. Tussen 1945 en 2016 kende het Verenigd Koninkrijk slechts dertien regeringsleiders. Sinds Brexit lijkt het land te zijn geëvolueerd van institutionele stabiliteit naar een soort permanente crisis, waarbij elke meerderheid belooft de orde te herstellen om vervolgens zelf te worden weggevaagd door het ressentiment dat ze niet wist aan te pakken.
Om verder te lezen, abonneer u of gebruik een krediet.
Al abonnee? Inloggen