Maarten Boudry na ontslag van jonge zwarte Cambridge-professor: "Progressieve ideologie kreeg voorrang op wetenschap"
Jason Arday gold jarenlang als hét gezicht van diversiteit aan de Universiteit van Cambridge. De jongste zwarte professor uit de geschiedenis van de universiteit werd wereldwijd geprezen om zijn uitzonderlijke levensverhaal. Nu hij ontslag neemt na een fraude- en plagiaataffaire, rijst de vraag hoe hij ooit zo hoog kon opklimmen.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Voor Maarten Boudry toont de zaak-Arday aan hoe identiteit en ideologie soms belangrijker werden dan wetenschappelijke kwaliteit. De Britse columnist Gareth Roberts noemt de affaire een pijnlijke ontmaskering van het progressieve establishment dat Ardays opmars jarenlang toejuichte.
Toen Cambridge Jason Arday in 2023 benoemde tot hoogleraar sociologie, kreeg dat wereldwijd aandacht. Zijn levensverhaal maakte indruk. Arday groeide op met autisme, sprak pas op elfjarige leeftijd zijn eerste woorden en vertelde dat hij pas op latere leeftijd leerde lezen en schrijven. Zijn benoeming werd voor velen het bewijs dat talent en doorzettingsvermogen zelfs de grootste hindernissen kunnen overwinnen.
Van inspirerend verhaal naar academisch schandaal
Drie jaar later sloeg de euforie helemaal om. Beschuldigingen van grootschalig plagiaat brachten Arday plots in een heel ander daglicht. Onderzoekers ontdekten meer dan honderd passages in zijn doctoraat die opvallende gelijkenissen vertoonden met de thesis van een andere doctoraatsstudent.
Daarnaast moesten verschillende wetenschappelijke artikels worden aangepast nadat citaten waren gewijzigd of verwijderd. Ook verschillende academische functies, diploma's en andere vermeldingen op zijn cv bleken niet te kloppen. Zo presenteerde Arday zich jarenlang als auteur van het boek Being Young, Black and Male: Challenging the Dominant Discourse, een boek dat echter nooit werd gepubliceerd. Toch dook de titel jarenlang op in zijn biografie, wetenschappelijke publicaties en promotiemateriaal voor lezingen.
Arday betwist een deel van de aantijgingen en spreekt van een racistische campagne tegen hem. In een open brief schrijft hij dat de voortdurende publieke aandacht en persoonlijke aanvallen een zware tol hebben geëist op hem en zijn familie. Zijn vertrek mag volgens hem niet worden gezien als een verlies van vertrouwen in de wetenschap of als een erkenning van alle beschuldigingen. "Het is eenvoudigweg de beslissing van iemand die de grens heeft bereikt van wat een mens redelijkerwijs kan verdragen", schrijft hij.
"Het probleem is groter dan Jason Arday"
Voor Maarten Boudry draait de affaire niet in de eerste plaats om Jason Arday. Zijn ontslag was volgens hem onvermijdelijk. De echte vraag is hoe Cambridge hem jarenlang kon voorstellen als een van de grootste academische talenten van zijn generatie.
"Cambridge kan de bladzijde niet zomaar omslaan en doen alsof Jason Arday gewoon één rotte appel was", schrijft Boudry. "Als een zichtbaar rotte appel tot de top van het vak kan worden verheven zonder dat iemand hem grondig inspecteert, zegt dat meer over de fruitmand dan over die ene appel."
Boudry noemt Arday zelfs een "godsgeschenk". Niet omdat hij diens gedrag verdedigt, maar omdat de affaire volgens hem pijnlijk duidelijk maakt hoe het systeem heeft gefaald. Om Arday tot professor aan Cambridge te benoemen, moesten tientallen bestuurders, professoren, mentoren en benoemingscommissies hun goedkeuring geven.
Daarom vindt Boudry dat de verantwoordelijkheid niet bij één professor mag eindigen. Cambridge omschreef Arday bij zijn benoeming als een van de beste onderzoekers ter wereld. Ook nadat de eerste beschuldigingen van plagiaat waren opgedoken, bleef de universiteit hem publiek steunen. Bovendien ondertekenden duizenden academici een open brief waarin zij hun vertrouwen in Arday uitspraken, terwijl de aantijgingen al bekend waren.
Kritische journalist moest zich verantwoorden bij politie
Intussen kreeg de affaire nog een opmerkelijk staartje. Jack Grove, journalist bij Times Higher Education, kreeg een telefoontje van de Metropolitan Police nadat een klacht wegens intimidatie tegen hem was ingediend. Aanleiding waren een reeks vragen die hij aan Jason Arday had gestuurd over het vermeende plagiaat en andere onregelmatigheden in diens academische dossier. De politie onderzocht de klacht vier maanden lang, maar sloot het dossier uiteindelijk zonder verdere stappen af.
Wie de klacht precies indiende, is nooit bekendgemaakt. Grove kreeg daar ook geen duidelijkheid over. De Universiteit van Cambridge ontkende dat zij achter de melding zat. Wel had Arday eerder het gerenommeerde advocatenkantoor Carter-Ruck ingeschakeld. Dat verweet Times Higher Education een raciaal gemotiveerde campagne tegen hem te voeren.
Grove reageerde achteraf verbaasd. De politie had hem gevraagd Jason Arday niet langer te contacteren omdat diens mentale gezondheid onder druk stond. "Ik deed gewoon mijn werk. Journalisten moeten vrij zijn om vragen te stellen, ook aan bekende professoren", zei hij. Pas nadat Arday weigerde zijn vragen te beantwoorden, begon Grove zijn academische dossier grondig uit te pluizen.
"De onzin van het progressivisme ontmaskerd"
Ook de Britse columnist Gareth Roberts mengt zich in het debat. Roberts schrijft voor het conservatieve weekblad The Spectator. Net als Boudry vindt hij dat de affaire veel verder gaat dan het dossier van één professor. "De Jason Arday-affaire heeft vooral het establishment ontmaskerd dat hem naar de top heeft gebracht", schrijft hij.
Voor Roberts legt de zaak vooral de zwakke plekken van de universiteiten bloot. De affaire "ontmaskert de onzin van het progressivisme genadeloos", schrijft hij. Daarmee doelt hij op een academische cultuur waarin identiteitspolitiek en diversiteitsdoelstellingen volgens hem belangrijker werden dan de kwaliteit van onderzoek en een kritische beoordeling van kandidaten.
Toch spaart Roberts Arday zelf opvallend genoeg. "Arday zelf kun je deze zaak nauwelijks verwijten", schrijft hij. "Hij is vooral opmerkelijk door het effect dat hij op anderen had." De grootste verantwoordelijkheid ligt volgens hem bij professoren, bestuurders, redacteurs van wetenschappelijke tijdschriften en benoemingscommissies die zijn verhaal jarenlang zonder veel vragen omarmden.
Aan het einde van zijn commentaar trekt Roberts de conclusie nog verder open. "Het progressieve circus is zo groot dat het gewoon verdergaat." Hij verwacht dan ook niet dat de zaak-Arday op zichzelf veel zal veranderen aan de cultuur die volgens hem aan de basis ligt van deze affaire.
"Academische excellentie moet wijken voor huidskleur"
Ook de Canadees-Libanese evolutiepsycholoog Gad Saad ziet in de affaire-Arday een bevestiging van zijn jarenlange kritiek op het diversiteits-, gelijkheids- en inclusiebeleid (DEI) aan universiteiten. In zijn boeken The Parasitic Mind en Suicidal Empathy waarschuwt hij dat identiteitspolitiek de klassieke academische waarden steeds vaker verdringt. Verdienste en wetenschappelijke excellentie zouden daardoor plaatsmaken voor huidskleur, slachtofferschap en morele symboliek.
De zaak-Arday vormt voor Saad het meest sprekende voorbeeld van die evolutie. Hij verwijst niet alleen naar de plagiaatbeschuldigingen en de betwiste elementen uit Ardays curriculum, maar ook naar de manier waarop Cambridge en tal van vooraanstaande academici hem bleven verdedigen. Dat critici meteen van racisme werden beschuldigd, ziet Saad als een illustratie van een academische cultuur waarin een inspirerend identiteitsverhaal zwaarder kan doorwegen dan een kritische beoordeling van wetenschappelijke kwaliteit.
“Universiteiten zitten vol met Jason Ardays”
Voor Maarten Boudry bewijst de affaire dat de discussie niet mag stoppen bij het ontslag van één professor. Wie Jason Arday jarenlang prees als een uitzonderlijk academicus en hem ook tijdens de eerste beschuldigingen bleef verdedigen, draagt volgens hem eveneens verantwoordelijkheid.
"De ongemakkelijke waarheid is dat universiteiten vol zitten met Jason Ardays", besluit hij. Daarmee bedoelt hij niet dat overal fraudeurs rondlopen. Wel ziet hij een universiteitscultuur waarin ideologische overtuigingen en identiteitspolitiek volgens hem te vaak belangrijker worden dan kritische kwaliteitscontrole.
Ook Roberts komt tot een gelijkaardige conclusie. Beiden zien de zaak-Arday niet als een losstaand incident, maar als een symptoom van een breder probleem binnen de academische wereld. De vraag is daardoor niet alleen waarom één professor zo ver kon opklimmen, maar ook waarom de controlemechanismen zo lang faalden.