Brussel wil de economie redden, maar waar moet het geld vandaan komen?
Brussel wil opnieuw een economische motor worden. Minister van Economie Laurent Hublet presenteerde daarvoor een ambitieus herstelplan tot 2029. Toch blijft één cruciale vraag onbeantwoord: hoe betaalt een regio met een torenhoge schuld en aanhoudende tekorten deze relance?
Gepubliceerd door A.G.
Samenvatting van het artikel
Brussel lanceert een ambitieus economisch herstelplan, maar laat voorlopig onbeantwoord hoe de regio dat wil financieren.
Brussel kampt al jaren met economische achterstand. Daarom wil minister Laurent Hublet (Les Engagés) de hoofdstad opnieuw aantrekkelijk maken voor bedrijven, investeerders en werknemers. Zijn plan mikt op meer groei, meer jobs en meer economische activiteit.
De timing is echter opvallend. Want terwijl Hublet een nieuwe koers uitstippelt, staat de Brusselse begroting zwaar onder druk. De regio ziet haar schuldenberg jaar na jaar groeien en moet steeds meer geld uitgeven aan intresten.
Schuldenberg blijft groeien
De financiële situatie van Brussel oogt steeds zorgwekkender. Tegen eind 2026 zou de geconsolideerde schuld oplopen tot ongeveer 17,7 miljard euro. De directe schuld alleen al bedraagt meer dan 16 miljard euro. Nog opvallender is de verhouding tussen schulden en inkomsten. Een regio betaalt haar schulden immers niet terug met haar economische productie, maar met haar ontvangsten. Net daar knelt het schoentje.
De eigen schuld van Brussel bedroeg in 2024 al meer dan tweemaal de jaarlijkse inkomsten. Die verhouding zou de komende jaren verder oplopen. Tegen 2029 dreigt de schuld zelfs meer dan drie keer zo hoog te zijn als de jaarlijkse ontvangsten van de regio. Daarbovenop blijft Brussel diep in het rood gaan. Voor 2026 wordt een tekort van bijna één miljard euro verwacht. Tegelijk stijgt de jaarlijkse rentelast tot ruim een half miljard euro.
Vier sectoren moeten het verschil maken
Toch wil Hublet niet wachten. Hij schuift vier sectoren naar voren die de Brusselse economie opnieuw moeten versterken. Een eerste pijler is wat hij "soevereiniteit" noemt. Daaronder vallen onder meer financiële diensten, grote instellingen, infrastructuurbeheerders en belangrijke publieke en private spelers. Samen vertegenwoordigen zij bijna de helft van de Brusselse toegevoegde waarde.
Daarnaast ziet de minister veel potentieel in de gezondheidszorg. Die sector stelt al meer dan 66.000 mensen te werk. Verder wil hij inzetten op cultuur, media, congresactiviteiten en zakentoerisme. Ook de zogenaamde stedelijke maakindustrie krijgt een prominente plaats. Daarbij gaat het om bouwactiviteiten, logistiek, productie en andere economische activiteiten die rechtstreeks in de stad verankerd zijn.
"Brussel kan zich niet langer beperken tot een administratieve hoofdstad", is de achterliggende gedachte. De regio moet opnieuw produceren, investeren en werkgelegenheid creëren.
Grote plannen voor Zuidstation en Audi
Het herstelplan bevat ook een aantal concrete projecten. Zo moet het Zuidstation uitgroeien tot een nieuwe economische trekpleister. De omgeving zou een mix krijgen van woningen, bedrijven en diensten. Hublet verwijst daarbij naar het succes van station Saint-Lazare in Parijs.
Daarnaast wil hij een competitiviteitspact lanceren. Dat moet investeringen aantrekkelijker maken, onder meer via fiscale voordelen. Vooral de voormalige Audi-site in Vorst krijgt daarbij een sleutelrol. De minister ziet die site als een proefproject voor nieuwe economische versnellingszones. In zulke zones zouden vergunningen sneller worden afgeleverd en zouden aangepaste fiscale regels gelden.
Toch blijft de realiteit hard. Voor de Audi-fabriek is vandaag nog altijd geen overnemer gevonden. Daardoor blijft het verschil tussen politieke ambitie en economische werkelijkheid aanzienlijk.
Ook kmo's krijgen een aparte plaats in het plan. Via het programma "Oxygen" wil Hublet ondernemingen extra ondersteunen. Daarnaast droomt hij ervan om van Brussel een Europese hoofdstad van artificiële intelligentie te maken.
De rekening blijft een mysterie
Ondanks de grote ambities ontbreekt voorlopig één essentieel element: een prijskaartje. Hublet geeft toe dat er nog geen concreet budget op tafel ligt. "Het doel is een zo duidelijk mogelijke koers uit te zetten", zei hij bij de voorstelling van het plan. "Afhankelijk van de omstandigheden kan die koers evolueren. We zullen de impact van de maatregelen meten om te zien wat ze opleveren."
Daarmee ligt de richting vast, maar de financiering niet. En precies daar schuilt de grootste uitdaging. Want hoe bouw je een economische relance uit wanneer een regio al meer dan 500 miljoen euro per jaar uitgeeft aan rente op haar schuld? Voor Brussel draait het debat daardoor niet langer alleen om economische groei. Steeds meer gaat het ook over financiële overleving.