Canada: rapport waarschuwt voor islamistische infiltratie tot in overheid en universiteiten
Een rapport van 200 pagina’s van ISGAP waarschuwt voor een invloedrijk netwerk in Canada dat gelinkt zou zijn aan de Moslimbroederschap. Volgens het rapport reikt die invloed tot de federale overheid, verkiezingscampagnes, verenigingen, universiteiten en buitenlandse financiering.
Gepubliceerd door A.G.
Samenvatting van het artikel
Een rapport van ISGAP waarschuwt dat aan de Moslimbroederschap gelieerde netwerken in Canada via overheden, politiek, verenigingen en universiteiten steeds meer invloed zouden verwerven.
Inhoud
- Geen plotse machtsgreep
- Overheid en verkiezingen in het vizier
- Muslim Association of Canada als centraal dossier
- ‘Eenzijdig onderzoek’
- Universiteiten als ‘centraal werkterrein’
- Antisemitisme aan universiteiten is inmiddels gedocumenteerd probleem
- Elf aanbevelingen voor Ottawa
- Werk achter de schermen
De auteurs spreken minder over een clandestiene infiltratie dan over een geleidelijke strategie om invloed te verwerven binnen de kern van de democratische instellingen. Organisaties die in het rapport worden genoemd, betwisten die lezing echter met klem.
De conclusies zijn scherp. In het rapport Assault on Democratic Values and Principles: How Islamist Entryism Weakens Civil Society and Higher Education in Canada, dat op 24 augustus werd gepubliceerd, stelt het Institute for the Study of Global Antisemitism and Policy (ISGAP) dat de activiteiten van netwerken in Canada die ‘gelieerd’ zouden zijn aan de Moslimbroederschap niet langer als een reeks losstaande gevallen kunnen worden beschouwd. Volgens het instituut wijzen ze op een transnationale strategie die institutionele verankering, beïnvloeding van het publieke narratief, politieke mobilisatie en juridische bescherming combineert.
ISGAP is een Amerikaans onderzoeksinstituut dat zich richt op antisemitisme, extremisme en beïnvloedingsfenomenen. Het rapport werd namens de instelling gepubliceerd zonder dat een individuele auteur wordt vermeld. Volgens ISGAP is het gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, administratieve en gerechtelijke documenten, openbare bronnen en interviews. Het instituut benadrukt wel dat zijn analyses geen juridische kwalificaties vormen en geen strafrechtelijke verantwoordelijkheid toeschrijven aan de personen en organisaties die in het rapport worden genoemd.
Geen plotse machtsgreep
Het analysekader is gebaseerd op het concept tamkeen, dat in het rapport wordt omschreven als het geleidelijk opbouwen van invloed en gezag door zich stevig te verankeren in instellingen. De auteurs zien een ideologische continuïteit die teruggaat tot Hassan al-Banna, de oprichter van de Moslimbroederschap in 1928, en via Sayyid Qutb verder loopt tot Yusuf al-Qaradawi.
Twee historische documenten nemen een centrale plaats in de argumentatie in: The Project uit 1982 en vooral het Explanatory Memorandum uit 1991, dat in de Verenigde Staten werd opgesteld en expliciet op Noord-Amerika was gericht. Volgens ISGAP beschrijven die documenten een strategie waarbij wordt ingezet op aanwezigheid binnen bestaande maatschappelijke, politieke, educatieve en religieuze structuren, in plaats van die rechtstreeks te confronteren.
Het rapport onderscheidt vier mechanismen die elkaar zouden versterken: het sturen van het narratief rond islamisme, Israël, Palestina en islamofobie; het opbouwen van een aanwezigheid binnen verenigingen, moskeeën, scholen en universiteiten; die aanwezigheid vervolgens vertalen in politieke invloed; en ten slotte het inzetten van juridische procedures en beschuldigingen van discriminatie om de institutionele kostprijs van kritiek te verhogen.
Vooral die laatste stelling zal vermoedelijk tot discussie leiden. Het is op zichzelf een normaal onderdeel van een democratie om je rechten via de rechtbank af te dwingen. ISGAP stelt echter dat een opeenstapeling van rechtszaken, politieke campagnes en communicatiestrategieën er ook toe kan leiden dat toezichthoudende instanties worden ontmoedigd om in te grijpen.
Overheid en verkiezingen in het vizier
De studie richt zich onder meer op het Muslim Federal Employees Network (MFEN), een netwerk dat in 2021 werd opgericht binnen de federale afdeling van de Royal Canadian Mounted Police (RCMP) en naar schatting zo’n 70 leden telt, verspreid over verschillende overheidsdiensten.
Volgens de door ISGAP onderzochte documenten ijverde het netwerk ervoor om moslims officieel te erkennen als een ‘aangewezen groep’ binnen de Canadese wetgeving rond gelijke kansen op de arbeidsmarkt. Het rapport stelt ook dat het kantoor van voormalig speciaal vertegenwoordiger voor de bestrijding van islamofobie, Amira Elghawaby, bepaalde eisen van het netwerk heeft doorgegeven aan hoge federale ambtenaren, de Canada Revenue Agency en de veiligheidsdiensten.
Een tweede terrein is de politiek. ISGAP analyseert de activiteiten van The Canadian Muslim Vote (TCMV) en de Canadian Muslim Public Affairs Council (CMPAC), die zich richten op tientallen kiesdistricten waar de moslimstem een doorslaggevende rol kan spelen.
Tijdens de federale verkiezingen van 2025 beweerde de campagne Vote Palestine de steun te hebben gekregen van honderden kandidaten. ISGAP telt er 344, afkomstig uit vier partijen. De kandidaten die zich achter het platform schaarden, staan nog altijd vermeld op de website van Vote Palestine. Volgens het rapport zijn Palestina en Gaza bijzonder doeltreffende thema’s om kiezers politiek te mobiliseren.
Dat laatste is echter een interpretatie. Campagne voeren rond buitenlands beleid of kiezers verenigen rond gemeenschappelijke prioriteiten behoort op zichzelf eveneens tot de normale democratische activiteit.
Muslim Association of Canada als centraal dossier
De Muslim Association of Canada (MAC) vormt een van de belangrijkste dossiers in het rapport. De organisatie beheert een uitgebreid netwerk van moskeeën, scholen en gemeenschapscentra.
De Canadese belastingdienst, de Canada Revenue Agency (CRA), startte in 2015 een audit naar onder meer de activiteiten van MAC tussen 2012 en 2015. In een administratieve brief van 151 pagina’s uit 2021 stelde de dienst voorlopig dat er voldoende redenen waren om de liefdadigheidsstatus van de vereniging in te trekken en meer dan 1,3 miljoen Canadese dollar aan boetes op te leggen. De beoordeling was onder meer gebaseerd op honderdduizenden e-mails en financiële transacties.
De uiteindelijke beslissing was minder ingrijpend. MAC behield haar liefdadigheidsstatus en sloot een nalevingsovereenkomst met de belastingdienst. Volgens het ISGAP-rapport kreeg de organisatie een boete van ongeveer 1,12 miljoen Canadese dollar, onder meer vanwege ongeoorloofde voordelen en middelen die waren overgedragen aan niet-erkende begunstigden.
Het rapport stelt dat de definitieve beslissing van de belastingdienst nog altijd sprak over ‘talrijke aanwijzingen voor banden’ met de Moslimbroederschap, zonder MAC aan te merken als een formele tak van de organisatie.
‘Eenzijdig onderzoek’
MAC geeft een heel andere lezing. In een reactie aan Fox News na de publicatie van het nieuwe rapport noemt de organisatie de studie een ‘eenzijdig’ document dat gebaseerd is op achterhaalde en ontkrachte beschuldigingen. MAC stelt dat de voorlopige vragen van de belastingdienst over mogelijke banden met de Moslimbroederschap niet zijn overgenomen in de definitieve conclusies en benadrukt volledig onafhankelijk te zijn.
Ook de juridische strijd heeft de controverse niet definitief beslecht. MAC stelde dat de audit van de belastingdienst was aangetast door systematische vooringenomenheid en islamofobie. Het Superior Court of Ontario wees de zaak in 2023 voornamelijk af omdat het verzoek volgens de rechtbank ‘voorbarig’ was. De rechtbank sprak zich daarmee niet uit over de gehanteerde methodes of redeneringen van de belastingdienst. Het Court of Appeal of Ontario bevestigde die beslissing in 2024.
Universiteiten als ‘centraal werkterrein’
Het meest uitgebreide deel van het rapport gaat over het hoger onderwijs. ISGAP onderzocht onder meer de University of Toronto, York University, Toronto Metropolitan University en de University of Waterloo.
Volgens het rapport spelen zich daar twee ontwikkelingen naast elkaar af. De eerste heeft betrekking op pro-Palestijnse protesten, studentenverenigingen en bepaalde netwerken van professoren. De tweede draait rond buitenlandse financiering en samenwerkingen, in het bijzonder met organisaties die banden hebben met Qatar.
ISGAP wijst op samenwerkingen rond onder meer artificiële intelligentie, elektriciteitsnetwerken, geavanceerde materialen, energie en cyberveiligheid. Sommige van die technologieën kunnen zowel voor civiele als militaire doeleinden worden gebruikt. De bezorgdheid van het instituut heeft dan ook minder te maken met het bestaan van buitenlandse samenwerkingen op zich, dan met het feit dat de voorwaarden ervan niet altijd volledig bekend zijn: wie beschikt over de intellectuele eigendom, wie krijgt toegang tot gegevens, worden technologieën overgedragen en welke contractuele bepalingen gelden?
Canada heeft nochtans sinds 4 augustus 2026 een register voor transparantie rond buitenlandse beïnvloeding. Dat systeem richt zich voornamelijk op overeenkomsten met een buitenlandse opdrachtgever die bedoeld zijn om een politiek of overheidsproces te beïnvloeden. Het verplicht universiteiten echter niet om alle buitenlandse financiering systematisch te melden. Precies daarin ziet ISGAP een van de tekortkomingen van het huidige systeem.
Antisemitisme aan universiteiten is inmiddels gedocumenteerd probleem
Het rapport legt een rechtstreeks verband tussen deze invloedrijke netwerken, bepaalde vormen van antizionisme en de sterke toename van antisemitisme aan universiteiten. Het causale verband dat het rapport verdedigt, blijft echter omstreden en kan niet op basis van de statistieken alleen worden aangetoond.
De ernst van het probleem op Canadese universiteitscampussen blijkt intussen niet alleen uit onderzoek van ISGAP. Een grootschalige studie in opdracht van de Canadese regering, die in augustus werd gepubliceerd, levert bijzonder verontrustende resultaten op.
Uit het project Campus Antisemitism and Student Experiences, waaraan ongeveer 900 Joodse studenten deelnamen, blijkt dat 95,7 procent van de respondenten in de twaalf maanden daarvoor minstens één antisemitisch incident had meegemaakt of waargenomen. Zo’n 70 procent vindt dat hun onderwijsinstelling het probleem niet ernstig genoeg neemt. 68 procent beschouwt de campus niet als een veilige en inclusieve omgeving voor Joodse studenten en 57 procent zegt uit angst voor hun veiligheid bepaalde zichtbare kenmerken van hun Joodse identiteit te vermijden.
Die cijfers bewijzen niet dat de door ISGAP beschreven strategie van de Moslimbroederschap daadwerkelijk bestaat. Ze versterken wel een van de uitgangspunten van het rapport: Canadese universiteiten kampen vandaag met een crisis die diep genoeg is om de netwerken van activisten, hun financiering en de reactie van universitaire besturen kritisch onder de loep te nemen.
Elf aanbevelingen voor Ottawa
ISGAP formuleert uiteindelijk elf aanbevelingen. Het instituut vraagt Canada onder meer om zijn onderzoeken naar de vertakkingen van de Moslimbroederschap beter af te stemmen met de Verenigde Staten, buitenlandse financiering van universiteiten openbaar te maken, bepaalde transparantieverplichtingen uit te breiden naar verenigingen en liefdadigheidsorganisaties en nationale veiligheidscontroles in te voeren voor gevoelig onderzoek.
Daarnaast pleit ISGAP voor meer controlebevoegdheden voor de belastingdienst, meer transparantie rond studentenverenigingen die door universiteiten worden ondersteund en een specifieke evaluatie van het Canadian Islamic College, dat gelinkt is aan MAC. Daarbij zouden onder meer het bestuur, de financiering, de opleidingen en de institutionele banden van de instelling onder de loep moeten worden genomen.
Werk achter de schermen
Het rapport van ISGAP is dus geen gerechtelijk onderzoek en vormt evenmin het bewijs dat alle genoemde moslimorganisaties onder één gezamenlijke verborgen leiding zouden staan. De centrale stelling is genuanceerder: ideologisch verwante netwerken kunnen, zonder één overkoepelende commandostructuur, vergelijkbare doelstellingen nastreven, leiders, ideeën en institutionele kanalen delen en zo geleidelijk een buitenproportionele invloed verwerven.
Dat maakt de kwestie politiek bijzonder gevoelig. Islamisme en buitenlandse beïnvloeding bestrijden zonder die op één lijn te stellen met moslimburgers; de vrijheid van vereniging beschermen en tegelijk buitenlandse financiering controleren; de academische vrijheid waarborgen zonder antisemitische intimidatie te tolereren: het rapport van ISGAP kiest duidelijk zijn eigen invalshoek, maar de problemen rond transparantie en institutionele controle die het aankaart, reiken veel verder dan het debat over de Moslimbroederschap alleen.