Financieel vermogen van Belgische gezinnen daalt licht door spanningen in het Midden-Oosten
Het netto financieel vermogen van de Belgische gezinnen is in het eerste kwartaal met 1,7 miljard euro gedaald tot 1.334,3 miljard euro. Volgens de Nationale Bank is die terugval vooral te wijten aan de onrust op de financiële markten na de escalatie van het conflict tussen Israël en Iran.
Gepubliceerd door Niels Saelens
Samenvatting van het artikel
Het netto financieel vermogen van de Belgische gezinnen is in het eerste kwartaal licht gedaald door verliezen op de financiële markten, maar de Nationale Bank verwacht dat die terugval door het beursherstel slechts tijdelijk zal zijn.
De waardedaling kwam vooral door negatieve beursontwikkelingen. Belgische gezinnen leden volgens de Nationale Bank voor 5,7 miljard euro aan minwaarden op hun beleggingen. Vooral beleggingsfondsen verloren terrein (-5 miljard euro), gevolgd door verzekeringsproducten (-2,5 miljard euro) en beursgenoteerde aandelen (-1 miljard euro).
Belgen blijven beleggen ondanks volatiliteit op de beurzen
Hoewel de waarde van beleggingen onder druk stond, bleven Belgen massaal investeren. Gezinnen pompten tijdens het eerste kwartaal 7,8 miljard euro vers kapitaal in spaar- en beleggingsproducten, waardoor hun totale financiële activa zelfs met 2,1 miljard euro stegen tot 1.708,5 miljard euro.
Beleggingsfondsen bleven tegelijk de populairste investering. Belgen investeerden er netto 8,5 miljard euro in, een van de hoogste kwartaalbedragen van de voorbije jaren. Daarnaast vloeide 2,1 miljard euro naar verzekeringsproducten en werd nog eens 2 miljard euro extra op gereglementeerde spaarrekeningen geplaatst. Daartegenover stond er minder geld op zicht- en termijnrekeningen.
Schulden Belgische gezinnen lopen op
De schulden van de gezinnen namen in dezelfde periode met 3,9 miljard euro toe tot 374,2 miljard euro, vooral door bijkomende hypothecaire leningen.
De Nationale Bank verwacht dat de terugval van het financieel vermogen slechts tijdelijk zal zijn. Sinds april zijn de aandelenmarkten immers opnieuw opgeveerd en noteren ze hoger dan aan het begin van het jaar. Volgens de eerste ramingen zal dat herstel zich vertalen in een hogere waardering van de financiële bezittingen in het tweede kwartaal.
Sinds dit jaar moeten beleggers overigens een meerwaardebelasting van 10 procent betalen als ze effecten van de hand doen. Er geldt daarbij wel een fiscale vrijstelling tot 10.000 euro per jaar. Voor ondernemers met een zogeheten 'aanmerkelijk belang' - dat is wie minstens 20 procent van de aandelen van een bedrijf bezit - geldt een uitzonderingsregeling: de eerste 1 miljoen euro aan gerealiseerde meerwaarde is vrijgesteld per periode van 5 jaar. Voor de schijven daarboven gelden getrapte tarieven.