De fabeltjes van de vermogensbelastingen (opinie)
Nu ook Les Engagés een vermogensbelasting voorstelt, waarschuwt Voka-hoofdeconoom Bart Van Craeynest dat België vandaag al de hoogste inkomsten uit vermogensbelastingen van Europa haalt en dat bijkomende lasten de economische groei kunnen schaden.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
Volgens Voka-hoofdeconoom Bart Van Craeynest haalt België al de hoogste inkomsten uit vermogensbelastingen in Europa. Hij waarschuwt voor de economische gevolgen van nieuwe rijkentaksen.
Na eerder al de PS, Vooruit en de PVDA, was het deze week aan Les Engagés om uit te pakken met een voorstel voor een soort ‘rijkentaks’. Tegen de achtergrond van de miljardenput in onze begroting blijven velen de oplossing zien in allerlei belastingen op de ‘zwaarste schouders’. Telkens wordt daarbij gegoocheld met de vele extra miljarden aan belastinginkomsten die daar te halen zouden zijn. Daarbij negeren ze telkens de lastige realiteit dat we in België al veel inkomsten halen uit allerlei belastingen op vermogen.
We halen al veel belastingen uit allerlei belastingen op vermogen
In België is er vandaag geen belasting op meerwaarden op aandelen. Dat wordt in bepaalde hoeken vaak voorgesteld als bewijs dat vermogens bij ons niet belast worden. Maar dat klopt niet. We hebben in België een lange reeks belastingen die gelinkt zijn aan het bezit van, inkomen uit of transacties van vermogen. Denk bijvoorbeeld aan de roerende voorheffing of de successierechten. Volgens cijfers van de Europese Commissie halen we uit allerlei belastingen op vermogen vandaag al zo’n 3,7% van het bbp, of bijna 25 miljard euro, aan inkomsten. Dat is het hoogste in Europa.
Nu kunnen hoge inkomsten uit belastingen op vermogen het resultaat zijn van de combinatie van heel veel vermogen (of heel veel transacties van vermogen) en een lage belastingdruk, of van een gemiddeld vermogen en een zware belastingdruk. Luxemburg is uiteraard een voorbeeld van het eerste. België zit eerder in het tweede kamp. Opnieuw volgens cijfers van de Europese Commissie heeft België de tweede zwaarste belastingdruk op vermogen in Europa (na Frankrijk, Luxemburg hangt achteraan die lijst).
Het feit dat we vandaag al de meeste inkomsten uit belastingen op vermogen halen van heel Europa suggereert dat het potentieel om daar nog veel extra miljarden te halen, heel beperkt is. Er valt veel voor te zeggen om onze belastingen gelinkt aan vermogen beter/efficiënter te organiseren, maar dat moet vooral gaan om een verschuiving van belastingen (onder meer via minder uitzonderingen en aftrekmogelijkheden), niet zozeer over extra belastinginkomsten.
Risico’s voor de groei
Sommige partijen lijken opmerkelijk overtuigd om de limieten van onze belastingen te testen. Maar hoe hoger de belastingdruk opgedreven wordt, hoe groter de negatieve impact op de economische activiteit. Dat werd deze week ook pijnlijk in de verf gezet door de reactie van Odoo-baas Pinckaers op het voorstel van Les Engagés. Die gaf aan dat hij zich genoodzaakt zou zien om België te verlaten. Odoo is één van de weinige tech-unicorns in ons land. We hebben veel meer van die unicorns nodig, niet minder.
Een cruciaal probleem van onze overheidsfinanciën is de aanhoudend ondermaatse economische groei van de voorbije jaren. Lagere groei ondermijnt onze overheidsfinanciën. In die zin zouden we moeten mikken op een beleid dat onze economie versterkt, niet op symbolen die onze economie nog verder dreigen te verzwakken. In een economie met al veel belastingen op vermogen die nog eens substantieel gaan verhogen, dreigt voor belangrijke economische schade te zorgen. We hebben net meer ondernemerschap en meer economische groei nodig, niet minder. En dus ook minder belastingen op ondernemen, niet meer.
Bart Van Craeynest, hoofdeconoom bij Voka en auteur van ‘België kan beter’