Hittegolf van juni eist zwaardere tol dan gedacht: bijna 2.000 extra overlijdens
De hittegolf die België eind juni trof, heeft ongeveer 2.000 extra overlijdens veroorzaakt. Dat blijkt uit bijgewerkte cijfers van gezondheidsinstituut Sciensano. Met een oversterfte van 48 procent gaat het om de zwaarste hittegolf sinds de analyses in 2000 van start gingen. Vooral Wallonië werd zwaar getroffen.
Gepubliceerd door A JS
Tussen 18 juni en 3 juli overleden in België bijna 2.000 mensen meer dan normaal verwacht mocht worden. Dat komt neer op een oversterfte van 48 procent. Vorige week ging Sciensano nog uit van 1.747 bijkomende overlijdens. Dat aantal is intussen opgetrokken nadat nieuwe overlijdens werden geregistreerd en de analyse met twee dagen werd uitgebreid.
Waarom het cijfer nog is opgelopen
Voor de herziening zijn er twee verklaringen. Niet alle overlijdens worden meteen opgenomen in de officiële statistieken. Daarnaast bleek dat ook op de vierde en vijfde dag na de hittegolf nog opvallend meer mensen overleden dan normaal. Daarom nam het gezondheidsinstituut ook die twee dagen mee in de berekening.
Dat zogenoemde na-ijleffect is niet uitzonderlijk. Ook in andere landen overlijden mensen nog enkele dagen na een hittegolf aan de gevolgen van de extreme temperaturen. De analyse heeft betrekking op de periode van 18 juni tot en met 3 juli.
Wallonië springt eruit
Wallonië kreeg de zwaarste klap. Daar registreerde Sciensano 1.059 extra overlijdens, goed voor een oversterfte van 77 procent. In Brussel ging het om 188 extra overlijdens, een oversterfte van 63 procent. Vlaanderen bleef minder zwaar getroffen, maar ook daar stierven 768 mensen meer dan verwacht. De oversterfte bedroeg er 31 procent.
De hittegolf trof niet alleen ouderen. Ook bij mensen jonger dan 65 jaar registreerde Sciensano honderden extra overlijdens. Vooral mannen in die leeftijdsgroep bleken kwetsbaar.
Zwaarste hittegolf sinds het begin van de metingen
Sciensano noemt deze hittegolf de zwaarste sinds het gezondheidsinstituut in 2000 begon met het opvolgen van oversterfte tijdens warme periodes. Ter vergelijking: tijdens de hittegolf van augustus 2020 bedroeg de oversterfte 37,5 procent. In augustus 2006 ging het om 31 procent.
De uitzonderlijk hoge sterfte heeft meerdere oorzaken. De hitte hield lang aan, de temperaturen liepen uitzonderlijk hoog op en ook de ozonconcentraties waren hoog. Die combinatie woog zwaar door op de gezondheid van de bevolking.
Hoe Sciensano de oversterfte berekent
Voor de berekeningen gebruikte Sciensano gegevens uit het Rijksregister en sterftecijfers van woonzorgcentra via Statbel. Het gezondheidsinstituut vergeleek per leeftijdsgroep, geslacht en gewest het werkelijke aantal overlijdens met het aantal dat normaal verwacht wordt.
Omdat overlijdens soms pas later worden geregistreerd, kunnen de cijfers nog licht wijzigen. De som van de extra overlijdens per leeftijdsgroep of gewest komt bovendien niet exact overeen met het nationale totaal. Dat komt doordat de verwachte sterfte per categorie anders wordt berekend dan de verwachte sterfte voor België als geheel.