Interview met historicus Joël Kotek (ULB): "Ik betwist dat er in Gaza sprake is van genocide"
De Belgische historicus en politicoloog Joël Kotek is emeritus hoogleraar aan de Université libre de Bruxelles (ULB) en gespecialiseerd in de Holocaust, genocides en antisemitisme. Daarnaast is hij voorzitter van het Institut Jonathas, dat zich toelegt op de studie van en de strijd tegen antisemitisme.
Gepubliceerd door Nicolas de Pape
In zijn recentste essay, Le génocide à l'épreuve de Gaza. Essai sur un mot dévoyé (uitgeverij Hermann), gaat historicus Joël Kotek opnieuw in op de juridische basisprincipes waarmee de grote genocides van de twintigste eeuw worden beoordeeld. Hij focust daarbij onder meer op de genocidale intentie (dolus specialis) en de concrete aanwijzingen daarvoor. Volgens hem ontbreken die in Gaza, ondanks het Israëlische offensief.
21News: Door terug te grijpen naar het Genocideverdrag van 1948 en het begrip genocidale intentie in het bijzonder, gaat u in tegen de heersende opinie. Voelt u zich alleen staan?
Joël Kotek: "Ik ga in tegen de dominante opvattingen in de media en het activistische discours, maar niet tegen het recht. Noch het Internationaal Strafhof (ICC), noch het Internationaal Gerechtshof (IGH) heeft de kwalificatie genocide aangenomen. Ook vooraanstaande juristen, onder wie Irwin Cotler, Yann Jurovics en Philippe Sands, die sommigen kritisch staan tegenover Israël, wijzen die kwalificatie af. Hetzelfde geldt voor de overgrote meerderheid van de historici die gespecialiseerd zijn in de Holocaust en genocides, onder wie Vincent Duclert, Yves Ternon, Georges Bensoussan en Annette Wieviorka.
Juridisch is het de dolus specialis die doorslaggevend is: de specifieke intentie om een groep als zodanig geheel of gedeeltelijk biologisch te vernietigen. Het is niet de ernst van de feiten of het aantal slachtoffers dat bepaalt of er sprake is van genocide, maar de intentie. Het Internationaal Gerechtshof vereist dat die intentie de enige redelijke verklaring voor de daden vormt. Als er een andere verklaring mogelijk is, bijvoorbeeld een oorlog tegen Hamas, vervalt volgens die redenering de kwalificatie genocide.
Philippe Sands verwoordt het eenvoudig: "Als er twee mogelijke motieven zijn voor het plegen van een misdrijf, kun je niet zomaar besluiten dat het om genocide gaat."
Als historicus voegt Kotek daar nog een criterium aan toe: de beslissing zelf, het zogenaamde "nulpunt", waarop de intentie wordt omgezet in een bevel om een groep uit te roeien."
21News: Hoe verklaart u dan dat Israël door internationale organisaties en zelfs door historici van genocide wordt beschuldigd?
Joël Kotek: "Iedereen die Israël van genocide beschuldigt, wijst in stilte de definitie af die in 1948 werd vastgelegd. Amnesty International geeft dat zelf toe op pagina 101 van zijn rapport, waar de organisatie de definitie en de rechtspraak "te restrictief" noemt. Rafaëlle Maison breidt de definitie uit tot de vernietiging van een samenleving. Het idee van een "langzame" of "structurele genocide", dat teruggaat op Patrick Wolfe, laat de tijd, de plaats en zelfs het doden van mensen als criterium los. Als je die criteria hanteert, wordt de hele koloniale geschiedenis per definitie genocidaal. Anderen beroepen zich op de formulering "geheel of gedeeltelijk". De rechtspraak heeft echter verduidelijkt dat het moet gaan om een substantieel deel van de groep, in die mate dat het voortbestaan van de groep zelf in gevaar komt.
Laten we eerlijk zijn: dezelfde juristen die Israël vandaag van genocide beschuldigen, waren vroeger een stuk strenger. Vanuit de overtuiging dat het internationaal strafrecht nauwkeurig moet worden toegepast, verzetten ze zich toen tegen een verruiming van het begrip genocide. Vandaag verruimen ze dat begrip zodra het om Israël gaat. Olivier Corten is daarvan het duidelijkste voorbeeld. In 2007 bekritiseerde hij, in zijn commentaar op het arrest van het Internationaal Gerechtshof over Srebrenica, de "bijzonder soepele" interpretatie die het Hof aan het begrip "deel" van de beschermde groep gaf. Volgens hem vertegenwoordigden de slachtoffers slechts ongeveer 3 procent van de Bosnische moslims, waardoor het Hof de grens tussen etnische zuivering en genocide vertroebelde.
In Gaza ligt het aantal doden volgens de cijfers die Hamas naar voren schuift, met inbegrip van strijders, rond 3,5 procent van de bevolking. Toch lijkt dezelfde eis van dolus specialis plots veel minder zwaar te wegen. William Schabas volgt een vergelijkbaar spoor. In 2009 beschouwde hij Srebrenica in de eerste plaats als etnische zuivering. In 2019 pleitte hij, toen hij Myanmar adviseerde over de beschuldiging van genocide tegen de Rohingya, nog voor een strikte interpretatie van de dolus specialis. Vandaag zet hij zich in voor de kwalificatie genocide in Gaza. Daarbij mogen we niet vergeten dat hij in 2015 ontslag nam uit de VN-onderzoekscommissie over Gaza, nadat bekend was geraakt dat hij eerder een opdracht voor de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) had uitgevoerd.
Pascal zei het al vóór mij: "Wat aan deze kant van de Pyreneeën waarheid is, is aan de andere kant een dwaling." Het recht is hier niet langer een instrument van gerechtigheid, maar een wapen. De rechtswetenschap wordt met twee maten gemeten.
Het aantal slachtoffers is op zichzelf geen criterium, maar vormt volgens mij wel een aanwijzing voor de intentie. Bij alle genocides werd meer dan 70 procent van de geviseerde groep vernietigd. De 3,5 procent in Gaza is een aanzienlijk en tragisch cijfer, maar wijst volgens mij juist op het ontbreken van een genocidale intentie."
Hoe de beschuldiging ingang vond
21News: Waarom heeft het woord zo'n ingang gevonden? Hoe komt het dat "genocide in Gaza" intussen deel uitmaakt van het gangbare taalgebruik van politici, intellectuelen en journalisten?
Joël Kotek: "Daar zijn verschillende redenen voor.
Ten eerste is genocide sinds de Holocaust uitgegroeid tot de enige misdaad die nog telt, het "ultieme label van het kwaad". Elk collectief leed lijkt aanspraak te willen maken op die kwalificatie. Een onrecht wordt niet langer gezien als het niet in die termen wordt benoemd. Tussenliggende categorieën, zoals oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, lijken niet meer te volstaan, hoewel die niet minder ernstig zijn.
De tweede reden is het zogenaamde Overton-venster. Dat begrip verwijst naar het spectrum van ideeën die op een bepaald moment aanvaardbaar worden geacht in het publieke debat. Een stelling die aanvankelijk marginaal is of zelfs moreel wordt afgewezen, kan door voortdurende herhaling toch ingang vinden. Dat is hier gebeurd. De beschuldigers verwijzen in een cirkel naar elkaar: Amnesty publiceert een rapport, B'Tselem verwijst ernaar, anderen citeren B'Tselem en uiteindelijk ontstaat een zichzelf bevestigend geheel van verwijzingen. Door de herhaling in de media is een ongefundeerde bewering veranderd in een aanvaardbare mening en vervolgens in een vanzelfsprekendheid.
Een leugen wordt niet waar door ze voortdurend te herhalen, maar kan wel de plaats van de waarheid innemen, zeker wanneer ze zich hult in de mantel van consensus en morele deugdzaamheid.
In België is dat fenomeen opvallend. Gemeenteraden hebben vaak unaniem moties aangenomen over de "aan de gang zijnde genocide", zonder dat daar een rechterlijke uitspraak aan ten grondslag lag. Paul Magnette en minister Maxime Prévot hebben het woord overgenomen. De rector van de Universiteit Gent vroeg zich af of filosoof Maarten Boudry, die de kwalificatie betwistte, nog wel les mocht geven. Wie gewoon om een moment van reflectie vraagt, wordt verketterd en soms zelfs met de dood bedreigd, zoals senator Viviane Teitelbaum.
Uiteraard kan niet iedereen die Israël van genocide beschuldigt, van antisemitisme worden beticht. Sommige Israëli's, zoals schrijver David Grossman, gebruiken het woord om hun eigen samenleving wakker te schudden. Dat geldt ook voor de makers van NAZA.
Voor het overige speelt het Joodse karakter van de staat Israël volgens mij een belangrijke rol. Zoals Georges Bensoussan opmerkt: als de beschuldiging zo vaak weerklinkt, komt dat doordat ze gretig wordt verwacht. Het idee dat Israëli's zich als nazi's gedragen, is oud. Het dook al op in 1948, ook in de Belgische pers, onder meer in De Standaard. De Sovjetpropaganda blies de beschuldiging in de jaren zestig verder aan. Na het bloedbad van Sabra en Shatila in 1982, dat werd aangericht door christelijke milities, dook ze opnieuw op, net als tijdens de conferentie in Durban in 2001. In 2009 leverde de zoekterm "genocide in Gaza" op Google al bijna evenveel resultaten op als "Holocaust".
Een derde reden is dat de beschuldiging al klaar lag.
De snelheid waarmee ze opdook, is de eerste aanwijzing. De Israëlische historicus Raz Segal publiceerde op 13 oktober 2023 zijn artikel A Textbook Case of Genocide, amper zes dagen na het bloedbad en nog vóór er een grondoffensief was begonnen. Het ligt voor de hand dat hij het artikel enkele dagen eerder had geschreven, toen Israëlisch grondgebied nog werd binnengevallen en de smeulende ruïnes van de geteisterde kibboetsen nog overeind stonden. Zoals historicus Norman Goda opmerkt, werd niet alleen geoordeeld voordat het onderzoek was gevoerd: ook de grenzen van het misdrijf zelf werden verlegd. De beschuldiging was geen reactie op de feiten, maar ging eraan vooraf.
De omkering bestaat hierin dat de daders van de misdaad en hun medestanders de beschuldiging van genocide vrijwel onmiddellijk tegen de slachtoffers keerden. Amnesty deed er een jaar over om zijn rapport over 7 oktober te publiceren en weigerde de kwalificatie genocide te bespreken. Mensen die Israël van genocide beschuldigen, zoals Amos Goldberg en Didier Fassin, willen die term niet gebruiken voor 7 oktober. Fassin spreekt van een "bloedige inval". Dezelfde mensen die het begrip verruimen wanneer het over Israël gaat, hanteren dus een engere definitie wanneer Hamas ter sprake komt.
Ook de dubbele standaard tegenover Israël springt in het oog. Niemand spreekt van genocide in Syrië, waar 500.000 mensen om het leven kwamen, in Soedan of Jemen, waar het dodental op 300.000 wordt geraamd, of bij de circa 30.000 Iraniërs die in januari 2026 in twee dagen tijd door het mollaregime werden gedood. Amnesty heeft het woord nooit gebruikt om dodelijke bombardementen zoals die op Mosul, Raqqa of Aleppo aan te klagen, en evenmin voor de bloedbaden van 7 oktober.
De beschuldiging van genocide zet volgens mij, in een geseculariseerde vorm, de beschuldigingen van godsmoord en rituele moord voort. Het beeld verschuift van het "verstoten volk dat God heeft vermoord" naar de "verstoten natie die genocide pleegt". Irwin Cotler spreekt van een "genocidelaster". Er schuilt bovendien een bijzondere, perverse voldoening in het beschuldigen van de slachtoffers van de Holocaust van de misdaad die zij zelf hebben ondergaan, en dat in een context waarin de samenwerking met de vijand sterk is toegenomen.
De Franse filosoof Vladimir Jankélévitch merkte al in 1978 op: "En als de Joden zelf nazi's waren? Dat zou geweldig zijn."
21News: Welke verantwoordelijkheid draagt Hamas?
"Die is verpletterend, om de woorden van Jean-Pierre Filiu te gebruiken. Hamas ontketende de oorlog met het grootste bloedbad onder Joden sinds de Holocaust en maakte vervolgens het in gevaar brengen van burgers tot een strategisch middel: 500 kilometer aan tunnels voorbehouden aan strijders, commandocentra onder ziekenhuizen en scholen. Michael Walzer, die de Israëlische oorlogsvoering bijzonder streng beoordeelt, erkent dat aanvallen op Hamasstrijders onvermijdelijk ook burgers in gevaar brengen. Sinwar schreef dat "het bloedvergieten Hamas ten goede zal komen". Er is geen enkel bewezen geval van genocide waarbij het stoppen ervan afhankelijk was van de goede wil van de slachtoffers."
21News: Welke rol spelen antizionistische Joden, zoals de Union des progressistes juifs de Belgique? Hebben zij niet door dat anderen hen kunnen instrumentaliseren?
"Zij fungeren als een soort waarborg: "Zelfs Joden zeggen het." Groepen als Tsedek, de UJFP en de UPJB profileren zich als Joods, maar nemen tegelijk de meest virulente retoriek van het antizionistische kamp over, inclusief de beschuldiging van genocide. Ze beweren te spreken vanuit een Joods universalisme: het Joodse volk zou een volk apart moeten blijven, vrij van elke nationalistische compromittering. Kortom, het zou het "priesterlijke volk" van de mensheid zijn, dat voorbestemd is om de wereld de weg te wijzen.
In werkelijkheid gaat het om een racialistisch, zo niet racistisch wereldbeeld, omdat het een morele superioriteit van de Joden tegenover alle andere naties voorstaat. De paradox is overduidelijk: deze groepen ontzeggen Joden het recht op zelfbeschikking, terwijl ze dat recht terecht opeisen voor elk ander volk ter wereld, en in het bijzonder voor de Palestijnen.
Ik zie daarin ook een selectief geheugen. Deze milieus stammen af van een marxistisch links dat zich hier heeft gecompromitteerd met het Sovjetstaatsantisemitisme en dat elders, zoals bij de trotskisten, weigerde de gewapende strijd tegen de nazi's aan te gaan uit naam van de klassenstrijd. Israël zwartmaken kan dienen als een manier om met die compromissen af te rekenen, zonder ze ooit onder ogen te hoeven zien."
De kwestie van oorlogsmisdaden
21News: Welk bewijs voert u aan tegen de beschuldiging van genocide?
"Er is een reeks aanwijzingen die moeilijk te rijmen valt met de intentie om een bevolking uit te roeien. Zo was er in 2024 de door Israël gecoördineerde vaccinatiecampagne tegen polio, waardoor 95 procent van de kinderen werd geïmmuniseerd. Het rapport van Amnesty International rept daar met geen woord over. Het is moeilijk voorstelbaar dat de Turkse, nazi- of Hutu-genocidairs kinderen uit de bevolkingsgroepen die ze wilden uitroeien, zouden vaccineren.
Daarnaast waren er waarschuwingen, pamfletten, sms-berichten en humanitaire corridors. Ook het sterftecijfer van 3,5 procent, tegenover 60 tot 90 procent bij erkende genocides, het ontbreken van een bevel tot uitroeiing en het feit dat Israël een verdeelde maar levendige democratie blijft, zijn volgens mij relevante aanwijzingen.
Het zeer hoge aantal gewonden pleit paradoxaal genoeg eveneens tegen een genocidale intentie. Bij een genocide zijn er doorgaans weinig gewonden, omdat mensen snel en systematisch worden gedood. De overgrote meerderheid van de inwoners van Gaza leeft nog. Volgens cijfers van Hamas zelf compenseren de geboorten bovendien de verliezen."
21News: Heeft Israël desondanks geen oorlogsmisdaden gepleegd?
"Dat is precies mijn punt. In plaats van het begrip genocide uit te hollen, zouden we beter gebruikmaken van categorieën die de situatie nauwkeuriger beschrijven: zeker "oorlogsmisdaden", mogelijk ook "misdaden tegen de menselijkheid", en in elk geval het risico op "etnische zuivering" en uiteraard "urbicide", de doelbewuste vernietiging van een stad en haar stedelijke leefomgeving. Ook de vraag of het Israëlische optreden proportioneel is, moet vanzelfsprekend worden gesteld."
21News: Speelt de voortdurende beschuldiging van kolonialisme aan het adres van Israël een rol?
"Een centrale rol. Volgens Patrick Wolfe is kolonialisme door vestiging in wezen gericht op uitsluiting en eliminatie. Genocide wordt in die visie een voortdurend structureel proces, waardoor het niet langer nodig zou zijn om een specifieke intentie aan te tonen.
Zoals Norman Goda opmerkt, maakt de redenering "het is niet ingewikkeld, het is kolonialisme" elke discussie over het Genocideverdrag, de rechtspraak en de geschiedenis van het conflict overbodig, met inbegrip van de gebeurtenissen van 7 oktober.
Ook de oorsprong van het begrip is weinig bekend. De term werd in 1965 geïntroduceerd door Fayez Sayegh in een brochure van het onderzoekscentrum van de PLO. Dat gebeurde na een antikoloniale heroriëntatie van het Arabische nationalisme uit de jaren 1930, zoals Daniel Szeftel heeft aangetoond.
Die voorstelling van zaken berust op een verkeerde interpretatie van de geschiedenis. Israël is ontstaan uit een strijd tegen het Britse Rijk en uit noodgedwongen migratie. Bijna de helft van de Israëlische Joden is afkomstig uit de Arabische wereld, waaruit zij werden verdreven."
21News: Is het dan niet legitiem om kritiek te uiten op Israël, en in het bijzonder op bepaalde extremistische ministers in de regering-Netanyahu?
"Kritiek op de regering-Netanyahu, haar illiberale ontsporingen, het verloop van de oorlog of ministers als Ben Gvir en Smotrich is legitiem. Dat doe ik zelf ook. Maar het etiket "genocidaal" beschrijft geen beleid, het veroordeelt het bestaan van een staat: een genocidale staat heeft geen plaats meer onder de naties. Israël is de "Jood onder de naties" geworden en het palestinisme is, om de woorden van Taguieff te gebruiken, een seculiere religie. Mijn conclusie blijft die van de parameters van Clinton: een democratische en gedemilitariseerde Palestijnse staat, naast Israël en niet in de plaats ervan."