Rudi Garcia verdiende beter: waarom de Belgische voetbalbond de verkeerde keuze maakte (Analyse)
Rudi Garcia kon bij zijn komst niet iedereen overtuigen. Achttien maanden later had hij zijn doelstellingen gehaald, de Rode Duivels opnieuw een herkenbare identiteit gegeven en een competitief elftal gebouwd. Zijn vertrek voelt daarom als een gemiste kans voor het Belgische voetbal.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Sommige beslissingen roepen vooral vragen op. De keuze om het contract van Rudi Garcia als bondscoach van de Rode Duivels niet te verlengen, is er zo een. En dat zeggen we niet lichtzinnig.
Laat ons meteen duidelijk zijn: we behoren niet tot de onvoorwaardelijke bewonderaars van Garcia. Wie zijn loopbaan in Frankrijk en de Serie A volgde, onder meer bij AS Roma en Napoli, weet dat hij bij die twee grote Italiaanse clubs geen onvergetelijke indruk naliet. Zijn reputatie ging hem vooraf, en niet altijd in positieve zin.
Toch verdiende Rudi Garcia een contractverlenging bij de Rode Duivels. Daar zijn verschillende goede redenen voor.
Zijn doelstellingen? Gehaald
Behoud in de Nations League. Een kwartfinale op het WK. Voor een ploeg in volle overgang, met minder individuele kwaliteit dan tijdens de gouden generatie, is dat een meer dan behoorlijk bilan. Buiten de generaties van 1986 en 2018 zijn grote Belgische prestaties op een WK eerder uitzondering dan regel. Wie dat vergeet, legt de lat op een hoogte die niet overeenstemt met de realiteit van deze ploeg.
Garcia kreeg bovendien de moeilijke opdracht om een nieuwe ploeg te bouwen terwijl de verwachtingen hoog bleven. Hij moest resultaten halen én tegelijk de overgang naar een nieuwe generatie begeleiden. Op beide vlakken boekte hij vooruitgang.
Garcia ving de klappen op
In zijn achttien maanden als bondscoach slaagde Garcia erin zijn spelersgroep grotendeels af te schermen van de mediastormen en de onrust rond de voetbalbond. Hij nam de kritiek op zich en fungeerde als bliksemafleider wanneer het moeilijk liep. Dat is een van de ondankbaarste taken van een bondscoach, maar Garcia nam die rol consequent op.
Nog opvallender was zijn lef bij sportieve keuzes. Tegen Senegal keek België tegen een 2-0-achterstand aan en leek de wedstrijd verloren. Garcia nam toen een beslissing die weinig trainers zouden aandurven: hij haalde Kevin De Bruyne en Jérémy Doku, twee van de grootste sterren van de ploeg, naar de kant. Een enorme gok. Als die verkeerd was afgelopen, had Garcia zich bijzonder kwetsbaar gemaakt. Maar zijn ingreep werkte.
Hij aarzelde evenmin om jonge of minder ervaren spelers als Nicolas Raskin en Diego Moreira verantwoordelijkheid te geven. Ook Dodi Lukébakio kreeg zijn kansen en Garcia bleef vertrouwen schenken aan Charles De Ketelaere, die dat vertrouwen terugbetaalde.
Daarmee dacht Garcia verder dan één wedstrijd of één toernooi. Door die spelers op het hoogste niveau verantwoordelijkheid te geven, werkte hij tegelijk aan de volgende generatie Rode Duivels. België verliet de Verenigde Staten met meer duidelijkheid over zijn toekomst dan het vóór het WK had. Dat is een kwaliteit van goede trainers: moeilijke keuzes durven maken wanneer die op korte termijn kritiek kunnen opleveren.
Eindelijk opnieuw een herkenbare ploeg
Ook tactisch kreeg België opnieuw een duidelijker gezicht. De Rode Duivels behoorden op dit WK tot de ploegen die Spanje het moeilijkst maakten. België kwam dicht bij een stunt tegen de latere wereldkampioen en niemand had het onlogisch gevonden als de ploeg de halve finale had bereikt.
De afwezigheid van Thibaut Courtois in de slotfase heeft mogelijk mee het verschil gemaakt. België slaagde er bovendien als enige ploeg in om tegen La Roja te scoren en bracht de latere wereldkampioen echt aan het twijfelen.
Dat was geen toeval. De defensieve organisatie, het vermogen om moeilijke momenten samen te doorstaan en de bereidheid om tot het einde te blijven vechten: daarin werd de hand van Garcia steeds duidelijker. Waarom dan van koers veranderen?
Waarom moest Garcia dan toch vertrekken?
Die vraag mag rechtstreeks worden gesteld. Want op basis van onze informatie lijkt de beslissing niet uitsluitend sportief te zijn genomen. Nog vóór het WK volledig achter de rug was, zat er blijkbaar al een haar in de boter. Goed geïnformeerde bronnen geven aan dat het vertrek van Garcia al vastlag kort na de pijnlijke uitschakeling tegen Spanje. Kwartfinale of niet, het lot van de Fransman zou toen al bezegeld zijn geweest.
En dan is er nog een gevoelig element: de communautaire kwestie. Niemand zal het openlijk toegeven, maar een bondscoach van de Rode Duivels die zich in het Frans uitdrukt, ligt in het noorden van het land nog altijd gevoelig. Blijkbaar ligt een trainer als Roberto Martínez, die geen Nederlands sprak maar zich hoofdzakelijk in het Engels uitdrukte, makkelijker dan een Franstalige coach die gewoon Frans spreekt.
Als dat inderdaad een rol heeft gespeeld, is dat bijzonder jammer. En vooral contraproductief voor het Belgische voetbal. De bondscoach zou in de eerste plaats moeten worden beoordeeld op wat hij met zijn ploeg bereikt.
De voetbalbond neemt een grote gok
België had opnieuw een spelersgroep die verenigd en gedisciplineerd oogde en die kon wedijveren met de beste voetballanden ter wereld. Er lag stilaan een stevige basis. Automatismen begonnen te groeien en een herkenbare speelstijl kreeg vorm.
Nu van trainer veranderen betekent dat een deel van dat werk opnieuw moet beginnen. De voetbalwereld is geobsedeerd door onmiddellijke resultaten. Maar net daar zit de paradox: zelfs de resultaten pleitten voor Garcia. Een kwartfinale op een WK met een ploeg in volle overgang kan moeilijk als een mislukking worden beschouwd.
De Belgische voetbalbond heeft toch voor verandering gekozen. Misschien blijkt dat de juiste beslissing. Maar op basis van wat Garcia in achttien maanden heeft opgebouwd, is het minstens een grote gok. Een gok die over enkele jaren weleens als een zware strategische fout kan worden bekeken. En tegen die tijd is het te laat om te zeggen dat niemand het zag aankomen.