Miljoenen voor Unia en gelijke kansen. Maar wie komt op voor de blanke man? (Analyse)
De affaire-Sophie Straat doet de discussie over de neutraliteit van Unia opnieuw oplaaien. Maar Unia is slechts één speler in een veel breder netwerk rond gelijke kansen. Vlaanderen subsidieert daarnaast organisaties voor vrouwen, LGBTQI+’ers en specifiek ook transgenders. Voor mannen ziet het plaatje er heel anders uit.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Vlaanderen besteedt miljoenen aan gelijke kansen en organisaties voor vrouwen, LGBTQI+’ers en andere groepen. Voor mannen bestaan geen vergelijkbare, gesubsidieerde organisaties die expliciet voor hun belangen en problemen opkomen.
Inhoud
- Bijna 10 miljoen euro voor Unia
- Merito bracht Vlaamse subsidies in kaart
- Van çavaria tot het Transgender Infopunt
- Vier organisaties rond gender alleen
- Vrouwen hebben de Vrouwenraad. En mannen?
- Mannen zijn niet altijd de bevoorrechte groep
- "Mannelijke privileges"
- Daar wringt het woke denken
- Mannen betalen mee, maar herkennen zich niet
De Nederlandse zangeres Sophie Straat vroeg tijdens haar optreden op de Gentse Feesten “alle witte mannen” om naar achteren te gaan en plaats te maken voor vrouwen, mensen van kleur en queer personen. Unia kreeg ongeveer tweehonderd meldingen, maar zag onvoldoende elementen voor discriminatie.
De vraag die blijft hangen: zou Unia hetzelfde oordelen als een artiest zwarte mannen, moslims of vrouwen naar achteren stuurde? Maar er is nog een andere vraag. Wie komt in ons gelijkekansenbeleid eigenlijk voor welke groep op? En hoeveel belastinggeld gaat daarnaartoe?
Bijna 10 miljoen euro voor Unia
Unia is de bekendste speler. In 2025 ontving het gelijkekansencentrum ruim 9,6 miljoen euro aan subsidies en toelagen. Het grootste deel daarvan kwam van de federale overheid. De personeelskosten bedroegen meer dan 9 miljoen euro voor ongeveer 96 voltijdse equivalenten.
Unia behandelt meldingen van discriminatie op basis van onder meer afkomst, huidskleur, leeftijd, handicap, geloof en seksuele geaardheid. Het geeft juridisch advies, bemiddelt en kan naar de rechter stappen. Daarnaast houdt het zich bezig met haatspraak, haatmisdrijven en negationisme.
Vlaanderen stapte in 2023 uit Unia, vooral op aandringen van N-VA. De partij vond Unia te links en te activistisch en verweet de instelling onze samenleving en haar structuren als racistisch weg te zetten.
In de plaats kwam het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI). Dat behandelt discriminatie binnen Vlaamse bevoegdheden, bijvoorbeeld in het onderwijs en op de huurmarkt. Voor discriminatie op basis van geslacht bestaat daarnaast het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. Die instellingen doen dus niet allemaal hetzelfde en hebben verschillende bevoegdheden.
Merito bracht Vlaamse subsidies in kaart
Maar daarmee hebben we nog lang niet het hele plaatje. Dankzij onderzoek van Stichting Merito, de denktank van econoom Ivan Van de Cloot, krijgen we een veel breder zicht op de Vlaamse subsidiestromen. Alleen al onder de begrotingspost ‘Gelijke kansen’ ging in 2024 6,64 miljoen euro aan subsidies de deur uit.
Het gaat daarbij niet om de financiering van Unia. Vlaanderen was daar toen al uitgestapt. Bovendien heeft Merito de federale subsidiestromen nog niet op dezelfde manier in kaart gebracht. Dat onderzoek volgt in het najaar.
En zelfs die 6,64 miljoen euro vertelt niet het hele Vlaamse verhaal. Ook buiten de officiële begrotingspost ‘Gelijke kansen’ krijgen organisaties rond discriminatie en diversiteit subsidies. Zo ontvangt de antiracistische organisatie Kif Kif Vlaams belastinggeld.
Op de website van Kif Kif verscheen in maart het artikel ‘Stoepverzet: over ruimte innemen in een witte wereld’. Daarin schrijft een Kif Kif-medewerker dat “opvallend vaak” witte mensen de volledige breedte van de stoep innemen en dat “mannen zich een weg banen” terwijl vrouwen opzijschuiven.
Zelfs de stoep ontsnapt niet meer aan het denken in huidskleur en geslacht. Zo ver is de gelijkheidswaanzin intussen doorgedrongen.
“Volgens Kif Kif nemen witte mensen te veel plaats in op de stoep. Mannen banen zich een weg en vrouwen moeten wijken.
Van çavaria tot het Transgender Infopunt
De Vlaamse organisaties zijn geen tweede Unia. Ze behandelen doorgaans geen individuele discriminatieklachten. Wel verzamelen ze kennis, voeren ze campagnes, adviseren ze de overheid en komen ze op voor bepaalde groepen.
Zo krijgt çavaria ongeveer 693.000 euro per jaar. De organisatie komt op voor LGBTQI+’ers, ondersteunt verenigingen en probeert het beleid te beïnvloeden. Daarnaast krijgt het Transgender Infopunt ongeveer 284.000 euro voor informatie en expertise over transgenderthema’s.
Ook GRIP krijgt ongeveer 657.000 euro. Die organisatie verdedigt de rechten van mensen met een handicap en probeert hun belangen op de politieke agenda te zetten. Zo bestaat er naast de officiële instellingen een heel netwerk van organisaties die met belastinggeld voor specifieke groepen werken.
Vier organisaties rond gender alleen
Alleen al rond gendergelijkheid financiert Vlaanderen verschillende organisaties. RoSa, de Nederlandstalige Vrouwenraad, Ella en Furia krijgen samen ruim 1,6 miljoen euro per jaar. Ze hebben elk hun eigen profiel, al overlapt hun werk deels.
RoSa krijgt ongeveer 644.000 euro en is een kenniscentrum rond gender en feminisme. De organisatie verzamelt kennis, geeft informatie en ondersteunt anderen die rond gender werken. De Nederlandstalige Vrouwenraad krijgt ongeveer 603.000 euro en komt veel nadrukkelijker op voor de belangen van vrouwen.
Dan zijn er nog Ella en Furia. Ella krijgt ongeveer 212.000 euro en richt zich vooral op de combinatie van gender en etnische achtergrond. Furia ontvangt ongeveer 174.000 euro en voert vanuit een feministische visie actie en probeert het beleid te beïnvloeden.
Ze doen dus niet exact hetzelfde. Toch zijn er duidelijke raakvlakken. RoSa en Ella bouwen allebei expertise op, terwijl zowel de Vrouwenraad als Furia vrouwenbelangen en feministische thema’s op de politieke agenda zetten. Waarom daar vier aparte organisaties met elk een eigen werking en subsidie voor nodig zijn, is een vraag die best gesteld mag worden.
Vrouwen hebben de Vrouwenraad. En mannen?
Ook rond jongens en mannen gebeurt er iets. Maar er is geen met de Vrouwenraad vergelijkbare, gesubsidieerde Vlaamse organisatie die opkomt voor mannen en hun problemen. MoveMen komt nog het dichtst in de buurt. Het werkt met jongens en mannen rond onder meer mentale gezondheid, vaderschap, relaties, geweld en ideeën over mannelijkheid. Ook het hoge aantal zelfdodingen bij mannen krijgt er aandacht.
Maar opnieuw hetzelfde patroon: MoveMen vertrekt niet vanuit mannenbelangen. Het zegt zelf dat het “vanuit een feministische visie” werkt aan meer gendergelijkheid. Veel aandacht gaat naar genderrollen en naar de vraag hoe traditionele ideeën over mannelijkheid kunnen worden doorbroken.
Dat is toch iets anders. De Vrouwenraad komt expliciet op voor vrouwen. Çavaria doet dat voor LGBTQI+’ers. Een vergelijkbare, door Vlaanderen gesteunde organisatie die de belangen en problemen van mannen behartigt, vinden we niet terug. Alsof opkomen voor mannenrechten nog altijd iets is wat alleen met de nodige schroom kan.
Mannen zijn niet altijd de bevoorrechte groep
Nochtans zijn mannen niet op elk terrein de bevoorrechte groep. Bijna zeven op de tien mensen die door zelfdoding overlijden, zijn mannen. Ook ongeveer 70 procent van de dak- en thuislozen is man. Bij dodelijke arbeidsongevallen loopt hun aandeel zelfs op tot meer dan 90 procent. Toch krijgen die enorme verschillen lang niet dezelfde maatschappelijke aandacht als ongelijkheid die vrouwen of minderheidsgroepen treft.
Ook in het onderwijs lopen jongens achter: 14,7 procent verlaat het secundair onderwijs vroegtijdig zonder voldoende kwalificatie, tegenover 9,5 procent van de meisjes. Dat is ruim de helft meer. Tegelijk is bijna negen op de tien leerkrachten in het lager onderwijs vrouw en zijn vrouwen ook in het secundair sterk in de meerderheid.
Er klinkt wel een roep om meer mannen voor de klas, maar stel u het omgekeerde eens voor: meisjes doen structureel slechter op school en bijna negen op de tien leerkrachten zijn mannen. De genderongelijkheid in het onderwijs zou vermoedelijk veel hoger op de politieke agenda staan.
"Mannelijke privileges"
Dat die problemen niet helemaal worden genegeerd, blijkt bijvoorbeeld uit Genderklik voor jongens, een project dat steun kreeg van Gelijke Kansen in Vlaanderen. De site wijst erop dat mannen minder lang leven, drie keer vaker sterven door zelfdoding, vaker zwaar lichamelijk werk doen en meer risico’s nemen. Ook de druk om financieel en professioneel succesvol te zijn, komt aan bod.
Maar ook hier valt meteen op hoe naar mannen wordt gekeken. De site spreekt over een “strak harnas van stereotiepe mannelijkheid”, “hegemonische mannelijkheid” en mannelijke privileges. Met andere woorden: als mannen dan al eens als slachtoffer worden erkend, worden hun problemen verklaard vanuit stereotiepe mannelijkheid en hun vermeende privileges.
Er bestaan ook initiatieven die veel directer vanuit een concreet mannenprobleem vertrekken. Zo richt Wij Zien Je Wel zich specifiek op jongens en mannen die slachtoffer zijn van seksueel geweld en vraagt het aandacht voor mannelijke slachtoffers. Voor zover we konden nagaan, krijgt dat initiatief geen vergelijkbare structurele Vlaamse subsidie.
Het patroon is opvallend. De gesubsidieerde initiatieven rond mannen kijken vaak door de bril van genderrollen, mannelijkheid en privileges.
Blanke mannen betalen mee voor een gelijkekansenbeleid dat hen privileges en dominantie verwijt en hun mannelijkheid problematiseert. Hoe lang pikken ze dat nog?
Daar wringt het woke denken
Daar wringt het woke denken. De blanke man geldt als bevoorrecht, dominant en drager van historische schuld. Daardoor lijkt discriminatie van blanke mannen minder zwaar te wegen dan discriminatie van groepen die als kwetsbaar worden gezien.
Kijk naar de manier waarop het systeem is opgebouwd. Vrouwen hebben organisaties die expliciet voor hun belangen opkomen. LGBTQI+’ers hebben çavaria. Voor transgenders is er zelfs nog een apart informatiepunt. Mannen worden anders bekeken. De meest zichtbare werking die specifiek met jongens en mannen bezig is, vertrekt zelfs uitdrukkelijk vanuit een feministische visie.
Dat maakt al die organisaties niet automatisch overbodig. Het betekent evenmin dat Unia of de Vlaamse overheid mannen bewust discrimineert. Maar het verschil valt moeilijk te ontkennen.
Mannen betalen mee, maar herkennen zich niet
Dat brengt ons tot de volgende paradox: blanke mannen betalen via hun belastingen net zo goed mee aan de financiering van Unia en organisaties die voor andere groepen opkomen. Ze betalen zelfs mee aan projecten die naar mannen en mannelijkheid kijken vanuit een feministische visie en die visie ook uitdragen in lessenpakketten voor het onderwijs.
Dat is nu eenmaal hoe belastingen werken. We betalen allemaal mee voor zaken waar we zelf niet rechtstreeks gebruik van maken. Maar wie miljoenen euro’s belastinggeld uitgeeft aan gelijke kansen, kan niet zonder maatschappelijk draagvlak.
En wat gebeurt er met dat draagvlak als een grote groep wel mag meebetalen, maar steeds opnieuw krijgt ingepeperd dat ze bevoorrecht en dominant is en zelf deel van het probleem vormt? Zelfs “alle witte mannen naar achteren” volstaat voor Unia niet om van discriminatie te spreken.
Wie gelijke kansen predikt, maar mannen het gevoel geeft dat die gelijkheid niet voor hen geldt, moet niet verbaasd zijn als het draagvlak verdwijnt.