België betaalt 258 miljoen aan langdurig zieken in buitenland: bijna dubbel zoveel als vijf jaar geleden
Dat bijna 15.000 langdurig zieken met een Belgische uitkering in het buitenland wonen, was al bekend. Nu weten we ook wat dat kost: ruim 258 miljoen euro in 2025, tegenover 138,5 miljoen in 2020. De uitgaven stegen in vijf jaar met maar liefst 86 procent. Een sluitende verklaring heeft minister Vandenbroucke daar niet voor.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
België betaalde in 2025 ruim 258 miljoen euro aan langdurig zieken in het buitenland. De uitgaven stegen in vijf jaar met 86 procent, veel sneller dan het aantal gerechtigden.
Het aantal langdurig zieken met een Belgische uitkering in het buitenland steeg in vijf jaar met 58 procent tot 14.713. Dat is aanzienlijk sneller dan de algemene stijging van het aantal langdurig zieken. Bij werknemers en werklozen nam het aantal mensen dat langer dan een jaar arbeidsongeschikt is tussen 2020 en 2025 met ongeveer 22 procent toe. De groep langdurig zieken in het buitenland groeide dus veel sneller.
Minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) maakte de bedragen vlak voor het parlementair reces bekend in de Kamercommissie Sociale Zaken, Werk en Pensioenen. Hij deed dat na vragen van Irina De Knop (Anders) en Ellen Samyn (Vlaams Belang).
Gemiddelde uitkering stijgt mee
De hogere factuur is niet alleen het gevolg van het grotere aantal gerechtigden. Ook per persoon wordt gemiddeld meer uitgekeerd. Een eenvoudige rekensom leert dat België in 2020 gemiddeld ongeveer 14.900 euro per langdurig zieke in het buitenland uitbetaalde. In 2025 was dat ongeveer 17.500 euro per jaar, of zo’n 1.460 euro per maand.
Gemiddeld steeg de uitkering daarmee met bijna 18 procent in vijf jaar. Het werkelijke bedrag verschilt uiteraard van persoon tot persoon. De cijfers vallen dus op drie manieren op. Het aantal langdurig zieken in het buitenland steeg met 58 procent. De totale uitgaven namen met 86 procent toe. En ook gemiddeld per gerechtigde wordt bijna 18 procent meer uitgekeerd dan vijf jaar geleden.
Vandenbroucke wijst naar vrij verkeer
Waarom de uitgaven in vijf jaar met 86 procent zijn gestegen, blijft onduidelijk. Vandenbroucke verwijst naar het vrije verkeer van personen in Europa. “Deze groei hangt mogelijk samen met het toenemende gebruik van het vrij verkeer in de EU, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland, waardoor meer gerechtigde zieken zich in het buitenland vestigden”, zei de minister.
De regels rond dat vrije verkeer zijn echter niet nieuw. Bovendien verklaart die uitleg op zich niet waarom de uitgaven veel sneller stegen dan het aantal langdurig zieken in het buitenland. Hun aantal nam met 58 procent toe, terwijl de factuur met 86 procent opliep. Ook per persoon werd gemiddeld bijna 18 procent meer uitgekeerd. Waarom die stijging zo groot was, zei Vandenbroucke niet.
Een Belgische ziekte- of invaliditeitsuitkering meenemen naar het buitenland kan overigens niet overal. Europese regels en internationale verdragen bepalen waar dat kan. Binnen de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte, Zwitserland en de meeste landen waarmee België een verdrag heeft, kan de uitkering onder bepaalde voorwaarden behouden blijven.
Ik blijf het enigszins wrang vinden dat langdurig zieken, zonder eigenlijk al te veel moeite te moeten doen, gewoon naar het buitenland kunnen vertrekken.
“Dit moet nader worden bekeken"
Ellen Samyn reageerde verbaasd toen ze de bedragen hoorde. “Ik kijk toch op van het bedrag. Als we kijken naar 2020, ging het afgerond over 138 miljoen. Op vijf jaar tijd zien we eigenlijk bijna een verdubbeling naar 258 miljoen in 2025”, zei ze. “Ik vind dat toch wel heel opmerkelijk, zeker omdat het over een periode van vijf jaar gaat. Dat moet toch nader worden bekeken.”
Samyn heeft ook vragen bij het gemak waarmee langdurig zieken hun uitkering in het buitenland kunnen behouden. “Ik blijf het enigszins wrang vinden dat langdurig zieken, zonder eigenlijk al te veel moeite te moeten doen, gewoon naar het buitenland kunnen vertrekken.”
Buitenlandse controles leveren problemen op
Wie in het buitenland woont, blijft onderworpen aan medische controles. Voor langdurig zieken in de EU, de EER, Zwitserland en landen waarmee België een verdrag heeft, gebeuren die in principe via instellingen in het land waar ze wonen.
Dat systeem vertoont gebreken, erkent Vandenbroucke. Medische verslagen komen soms te laat, ontbreken of zijn van onvoldoende kwaliteit. In sommige landen is er bovendien te weinig capaciteit om controles uit te voeren zo vaak als België dat vraagt.
“We bekijken momenteel samen met de ziekenfondsen hoe we die problemen kunnen oplossen”, zei Vandenbroucke. De minister benadrukte dat dezelfde regels moeten gelden voor langdurig zieken in binnen- en buitenland. Een specifieke maatregel om de sterke stijging van de uitgaven zelf aan te pakken, kondigde hij niet aan.
Elk jaar opnieuw beoordelen
De medische opvolging wordt wel strenger. Tijdens het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid moeten ook langdurig zieken in het buitenland contact hebben met een adviserend arts of iemand van het multidisciplinaire team. Dat gebeurt in de vierde, zevende en elfde maand.
Daarna wil Vandenbroucke ook tijdens de invaliditeit elk jaar een nieuwe beoordeling. Die kan gepaard gaan met een fysiek contact met de adviserend arts. Hoe dat precies moet gebeuren voor iemand die permanent in het buitenland woont, zei de minister niet.
Samyn vindt zo’n jaarlijkse beoordeling normaal, maar vraagt wel om rekening te houden met ongeneeslijk zieke mensen. Ze wijst bijvoorbeeld op mensen die hun laatste levensjaren in het buitenland willen doorbrengen. “Het lijkt ons ook niet productief, ook voor artsen, om personen opnieuw te herevalueren die nooit meer actief zullen kunnen zijn op de arbeidsmarkt”, zei ze.