Stilleggen Britse windmolens kost dit jaar al meer dan 1 miljard pond
Groot-Brittannië heeft dit jaar al meer dan 1 miljard pond uitgegeven omdat windmolens moeten worden stilgelegd wanneer het elektriciteitsnet hun stroom niet kan verwerken. Vervolgens moeten gascentrales bijspringen. De rekening dreigt de komende jaren nog fors op te lopen.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Het Britse stroomnet kan de snelle uitbreiding van windenergie niet volgen. Daardoor betalen gezinnen en bedrijven zowel voor windstroom die niet wordt geproduceerd als voor gascentrales die de weggevallen productie moeten vervangen.
De Britse energietransitie botst steeds harder op de beperkingen van het elektriciteitsnet. Sinds begin dit jaar liepen de kosten om windmolens tijdelijk stil te leggen en vervangende stroom te regelen al op tot meer dan 1 miljard pond. Dat is omgerekend ongeveer 1,15 miljard euro.
Daarmee werd die grens twee maanden eerder bereikt dan vorig jaar. Op hetzelfde moment in 2025 lag de rekening nog ongeveer 300 miljoen pond lager. Dat blijkt uit cijfers van Wasted Wind, een initiatief dat wordt gesteund door energieleverancier Octopus Energy.
De oorzaak ligt niet bij een tekort aan wind. Integendeel. Door winderig weer en de bouw van nieuwe turbines bereikten Britse windparken begin dit jaar verschillende productierecords.
Het probleem begint wanneer die stroom naar de verbruikers moet. Vooral windparken in en rond Schotland produceren geregeld meer elektriciteit dan de bestaande hoogspanningsverbindingen naar andere delen van Groot-Brittannië aankunnen.
Eerst windmolens uit, daarna gascentrales aan
Om overbelasting van het net te voorkomen, moet de staatsoperator National Energy System Operator (Neso) windmolens dan laten afschakelen. De uitbaters krijgen daarvoor een vergoeding.
Daar stopt de rekening echter niet. De elektriciteit die daardoor wegvalt, moet elders worden geproduceerd. Vaak gebeurt dat door gascentrales dichter bij de grote steden extra te laten draaien. De Britse consument betaalt dus voor twee ingrepen. Eerst worden windmolens tegen betaling stilgelegd. Daarna krijgen andere centrales geld om de ontbrekende stroom te leveren.
De oorlog tussen de Verenigde Staten en Iran maakte dat systeem dit jaar nog duurder. Door de hogere gasprijzen kost het meer om gascentrales als vervanging in te zetten. Neso rekent die kosten uiteindelijk door via de energiefacturen van gezinnen en bedrijven.
Rekening kan oplopen tot 8 miljard pond
Het probleem dreigt de komende jaren groter te worden. Neso verwacht dat de kosten door beperkingen op het elektriciteitsnet over het komende jaar oplopen tot 3,2 miljard pond. Dat is ongeveer 1 miljard pond meer dan tijdens de voorbije twaalf maanden.
Tegen het einde van dit decennium kan de jaarlijkse rekening zelfs richting 8 miljard pond gaan. De Britse regering wil tegen 2030 veel meer hernieuwbare elektriciteit produceren. Daardoor worden in hoog tempo nieuwe windparken op het net aangesloten.
De uitbreiding van het stroomnet loopt daar echter op achter. Bovendien kunnen grote infrastructuurwerken het probleem tijdelijk verergeren. Bestaande kabels moeten tijdens werkzaamheden soms buiten dienst worden gesteld. Daardoor is er tijdelijk nog minder capaciteit beschikbaar.
Vandaag doet het probleem zich vooral voor bij windparken in en rond Schotland. Later kan ook de oostkust van Engeland ermee te maken krijgen. Daar worden nieuwe windparken voor de kust van East Anglia aangesloten.
‘Miljarden betalen om wind weg te gooien’
Octopus Energy-topman Greg Jackson noemt de manier waarop de Britse elektriciteitsmarkt werkt “bonkers”, oftewel absurd. Zijn bedrijf pleit daarom voor regionale stroomprijzen. “We zouden deze wind moeten gebruiken om mensen lokaal goedkope elektriciteit te geven, in plaats van miljarden te betalen om die weg te gooien”, zegt Jackson.
Daarmee komt het dossier ook op het bord van de nieuwe Britse premier Andy Burnham. De Labour-politicus volgde Keir Starmer op 20 juli op en maakte de hoge energiefactuur meteen tot een van zijn prioriteiten. Een van zijn eerste maatregelen was de afschaffing van de btw op elektriciteit vanaf 1 oktober. Die ingreep moet een gemiddeld huishouden ongeveer 45 pond per jaar besparen.
Octopus wil dat Burnham verder gaat. Bij regionale stroomprijzen kan elektriciteit goedkoper worden in gebieden waar op dat moment veel stroom wordt geproduceerd. Dat moet gezinnen en bedrijven aansporen om elektriciteit te gebruiken wanneer er lokaal een overschot is.
Het idee is niet nieuw. Ook Neso zag eerder voordelen in regionale prijzen. De netbeheerder gaf vier jaar geleden al aan dat de nationale elektriciteitsmarkt niet ontworpen was voor de omschakeling naar klimaatneutraliteit.
Burnham voor lastige keuze
Burnhams voorganger Keir Starmer wees regionale prijzen echter af. Zijn regering vreesde grote prijsverschillen tussen regio’s. Energiebedrijven voerden bovendien aan dat zo’n hervorming investeringen kon afremmen.
Burnham staat daardoor voor een lastige keuze. Zijn regering wil de energiekosten voor gezinnen verlagen, terwijl de rekening voor het stilleggen van windmolens juist snel stijgt. Neso verwacht dat een structurele oplossing zowel een verdere uitbreiding van het elektriciteitsnet als hervormingen van de energiemarkt vergt.
Bron: The Times