Wouter Duyck haalt uit na affaire-Arday: “Wie excellentie offert aan politieke dogma’s, vernietigt de universiteit”
De val van Cambridge-professor Jason Arday blijft nazinderen. Voor UGent-professor Wouter Duyck gaat de affaire veel verder dan één omstreden academicus. Hij ziet een universiteitswereld waarin politieke idealen steeds vaker zwaarder wegen dan prestaties, excellentie en de zoektocht naar waarheid.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
De zaak-Arday roept vragen op over de manier waarop universiteiten professoren selecteren en welke rol diversiteit daarbij speelt. Het schandaal voedt bovendien het wantrouwen tegenover academici uit minderheidsgroepen die hun positie wél op basis van hun prestaties hebben verdiend.
Inhoud
- Van wonderverhaal naar academisch schandaal
- Van bijzonder onderwijs naar Cambridge: “Het moét kunnen”
- “De slachtoffers zijn onzichtbaar”
- Ook sociologen halen uit naar identiteitspolitiek
- Conformisme kan carrière helpen
- Schade voor zwarte academici
- Ook reputatie Cambridge staat op het spel
- Als diversiteitsbeleid averechts werkt
Jason Arday gold jarenlang als een van de opmerkelijkste succesverhalen van de Britse academische wereld. Hij zou pas op volwassen leeftijd hebben leren lezen en zware ontwikkelingsproblemen hebben overwonnen. Op 37-jarige leeftijd schopte hij het tot hoogleraar onderwijssociologie aan de universiteit van Cambridge.
Van wonderverhaal naar academisch schandaal
De voorbije weken kwam dat zorgvuldig opgebouwde verhaal zwaar onder vuur te liggen. Er rezen vragen over zijn academische werk en zijn persoonlijke levensverhaal. Zo werd hij beschuldigd van plagiaat. Ook verschillende spectaculaire beweringen uit zijn biografie bleken moeilijk te staven.
Arday had onder meer verteld dat een varkenskop naar het huis van zijn ouders was gestuurd en dat de politie de zaak onderzocht. De Metropolitan Police liet aan The Guardian weten dat er geen dergelijk onderzoek was geweest. Toen de krant hem vroeg waarom hij dergelijke verhalen naar buiten had gebracht, antwoordde Arday: “Om eerlijk te zijn, dacht ik dat jullie me gewoon zouden geloven.”
Arday ontkent dat hij oneerlijk heeft gehandeld. Eerdere onderzoeken bij andere universiteiten gaven hem op bepaalde punten gelijk. Wel erkende hij dat hij enkele details uit zijn privéleven had aangedikt. Andere onderzoeken lopen nog. Hij nam intussen ontslag bij Cambridge.
Van bijzonder onderwijs naar Cambridge: “Het moét kunnen”
Voor Wouter Duyck, professor cognitieve psychologie aan de UGent, raakt de affaire aan een fundamenteler probleem. Hij wijst erop dat Arday ondanks een in zijn ogen bijzonder beperkt wetenschappelijk palmares een prestigieuze leerstoel aan Cambridge kreeg.
“Amper wetenschappelijke publicaties, citaties. Toch zomaar hoogleraar onderwijssociologie op Cambridge. En dan is het nog fake ook”, schrijft Duyck op X. Voor hem zijn twee principes niet onderhandelbaar binnen een universiteit: excellentie en waarheidsvinding. “Wie dát offert op het altaar van politieke dogma’s vernietigt de universiteit. En dat gebeurt volop, overal.”
Opvallend is het contrast met de manier waarop Cambridge Arday bij zijn benoeming ontving. Het hoofd van de onderwijsfaculteit zei hem: “Je bent de beste ter wereld in het onderzoek dat je doet”, schrijft The Independent. Inmiddels eisen ook academici binnen Cambridge antwoorden. Studenten die Arday begeleidde, hebben gevraagd om hun werk opnieuw te laten beoordelen.
Vooral het verhaal waarmee Arday jarenlang werd gepresenteerd, stoort Duyck. Een kansarme jongen met autisme die vanuit het bijzonder onderwijs uiteindelijk professor in Cambridge wordt: het was bijna het perfecte verhaal over sociale maakbaarheid.
“Het doet er niet toe dat dat niet kàn. Het moét kunnen. En dan doe je gewoon alsof het kan”, schrijft hij. Dat de prestaties er niet zijn, wordt in zijn ogen ondergeschikt aan het verhaal dat men wil vertellen.
“De slachtoffers zijn onzichtbaar”
Duyck trekt vervolgens de lijn door naar het onderwijs. Hij vergelijkt de affaire met de tronc commun, de gemeenschappelijke basisvorming in het Franstalige onderwijs. Daar ziet hij dezelfde neiging om het etiket belangrijker te maken dan de inhoud. “Iederéén is plots hoogbegaafd omdat het woordje ‘Latijn’ er staat”, sneert hij.
De echte slachtoffers van die aanpak zijn veel minder zichtbaar. “We zien [ze] enkel in de PISA-resultaten. Het zijn de jongeren die minder goed lezen en rekenen dan hun ouders.” Daar zit voor Duyck de paradox. Beleid dat ongelijkheid wil bestrijden, kan juist de leerlingen treffen die goed onderwijs het hardst nodig hebben om vooruit te komen. Hij spreekt van “Disneysymboliek” die de werkelijke vooruitgang van kansengroepen dreigt te ondergraven.
Ook sociologen halen uit naar identiteitspolitiek
Opmerkelijk genoeg klinkt ook binnen de sociologie kritiek. Een Britse sociologe verdedigt in het magazine Spiked haar vakgebied tegen het beeld dat de zaak-Arday nu oproept. Sociologie is geen minderwaardige academische discipline, betoogt ze. Ze verwijst naar klassiek onderzoek dat aantoonde hoe familiebanden, sociale klasse, werk en onderwijs maatschappelijke kansen beïnvloeden. De affaire rond Arday dreigt dat wetenschappelijke werk mee in diskrediet te brengen.
Tegelijk haalt ze scherp uit naar de universiteiten zelf. Academici moeten niet langer aanvaarden dat instellingen benoemingen en beleid doordrukken die hun wetenschappelijke geloofwaardigheid aantasten. “We moeten terug naar de basisprincipes”, schrijft ze. Universiteiten moeten in haar ogen af van “identiteitspolitiek, DEI-quota en het afvinken van hokjes”. In de plaats daarvan moeten ze opnieuw investeren in degelijk onderzoek naar wat werkelijk in de samenleving gebeurt.
Duyck plaatst wel een belangrijke kanttekening bij haar verdediging van de sociologie. De auteur prijst sociale wetenschappers omdat ze het wereldbeeld van miljoenen mensen hebben veranderd. Voor Duyck mag dat nooit het doel van wetenschap worden. “Wetenschap mag er niet om draaien ‘de wereldbeelden van mensen te veranderen’. Dat is politiek of ideologie, geen wetenschap”, reageert hij. “Het doel van wetenschap is begrijpen en waarheid zoeken. Maatschappelijke verandering is hoogstens een mogelijk neveneffect.”
Conformisme kan carrière helpen
Ook politicoloog Eric Kaufmann ziet een structureel probleem binnen delen van de academische wereld. In The Independent beschrijft hij hoe bepaalde onderwerpen of invalshoeken binnen de sociale wetenschappen moeilijk bespreekbaar zijn geworden. Andere onderzoeksthema’s zijn dan weer simpelweg uit de mode geraakt.
Kaufmann wijst daarbij op de manier waarop academische carrières werken. Onderzoekers zijn voor subsidies, benoemingen en promoties sterk afhankelijk van collega's. Daardoor kan het professioneel voordeliger zijn om mee te gaan met dominante ideeën dan ze uit te dagen.
Zelf merkte Kaufmann naar eigen zeggen hoe snel dat mechanisme werkt. Nadat hij openlijk begon te spreken over een linkse ideologische dominantie aan universiteiten, werd hij onder collega's “enigszins radioactief”. Openlijke vijandigheid ervoer hij nauwelijks, maar zijn sociale positie binnen het vakgebied veranderde wel.
The Independent plaatst tegelijk een kanttekening bij het debat over verdienste. Ook een klassieke meritocratie werkt niet in een vacuüm. Geld, connecties, familieachtergrond en onderwijs aan elitescholen beïnvloeden eveneens wie uiteindelijk academisch succes boekt.
Schade voor zwarte academici
Een tweede bijdrage in Spiked legt nog een ander probleem bloot. De auteur beschrijft hoe progressieve prominenten Arday aanvankelijk bijna automatisch verdedigden toen de eerste beschuldigingen opdoken. Ze ziet daarin een identiteitspolitiek waarbij groepssolidariteit de zoektocht naar waarheid dreigde te verdringen.
Onder zijn verdedigers bevonden zich academici, politici en bekende stemmen uit de zwarte Britse gemeenschap. Sommigen zagen de aanvallen op Arday als een conservatieve campagne tegen een succesvolle zwarte academicus. Naarmate meer informatie naar buiten kwam, brokkelde die solidariteit af. Dat maakt de affaire voor de auteur des te pijnlijker. Wie uit solidariteit lagere eisen lijkt te aanvaarden voor een zwarte professor, bewijst zwarte academici geen dienst.
Integendeel. Ze wijst erop dat ongeveer 160 zwarte professoren in Groot-Brittannië hun leerstoel bereikten door jarenlang onderzoek en academisch werk. Zij dreigen nu eveneens weggezet te worden als mensen die hun positie alleen aan diversiteitsbeleid danken.
De auteur noemt dat een belediging voor academici die hun positie wel op eigen kracht hebben verdiend. Bovendien vreest ze dat de affaire tegenstanders een argument geeft om elke succesvolle zwarte academicus als een zogenaamde “diversiteitsbenoeming” te bekijken.
Ook reputatie Cambridge staat op het spel
Daar komt nog de reputatie van Cambridge zelf bij. Spiked-columnist Simon Evans wijst erop dat Oxford en Cambridge tot de weinige Britse instellingen behoren die wereldwijd nog vrijwel automatisch met kwaliteit en prestige worden geassocieerd.
Juist daarom kan deze affaire zo schadelijk zijn. Als de indruk ontstaat dat bij academische benoemingen andere criteria zwaarder wegen dan wetenschappelijke verdienste, komt ook het vertrouwen in de instelling onder druk.
Evans komt daarbij uit bij hetzelfde principe dat Duyck centraal zet: waarheid. Voor een universiteit is de zoektocht daarnaar geen bijkomstigheid, maar haar bestaansreden. Een universiteit die haar eigen normen niet bewaakt, zet uiteindelijk haar zorgvuldig opgebouwde reputatie op het spel.
Als diversiteitsbeleid averechts werkt
Daarmee krijgt de zaak-Arday een wrange uitkomst. Diversiteitsbeleid moet mensen meer kansen geven. Maar zodra de indruk ontstaat dat daarvoor academische normen worden versoepeld, kan het resultaat precies het omgekeerde zijn.
Succesvolle academici uit minderheidsgroepen riskeren dan zelf met argwaan bekeken te worden. Ook wie zijn positie door jarenlang onderzoek en sterke prestaties heeft verdiend, kan het etiket van “diversiteitsbenoeming” opgeplakt krijgen.
Voor Wouter Duyck ligt de fundamentele grens daarom bij de opdracht van de universiteit zelf. Politieke of maatschappelijke idealen mogen nooit bepalen welke wetenschappelijke werkelijkheid wenselijk is. Excellentie en waarheidsvinding moeten vooropstaan. Zijn conclusie laat weinig ruimte voor twijfel: “Wie dát offert op het altaar van politieke dogma’s vernietigt de universiteit.”