Studentenarbeid werd voorbije jaren fors populairder
Het Federaal Planbureau verwacht weinig van de versoepeling van studentenarbeid die de regering-De Wever doorvoerde. De directe impact op het aantal jobstudenten en gewerkte uren blijft volgens de studie beperkt.
Gepubliceerd door Bram Bombeek
Samenvatting van het artikel
- Het stelsel van studentenarbeid werd de voorbije jaren fors populairder, het Planbureau waarschuwt voor verdringen op de arbeidsmarkt.
- 5 procent van de studenten werkt vandaag al 600 uur per jaar.
De regering besliste eerder dit jaar om het aantal uren dat jobstudenten aan verlaagde sociale bijdragen mogen werken, op te trekken van 600 naar 650 per jaar. Bovendien vervalt de voorwaarde van twee afgewerkte jaren middelbaar voor 15-jarigen, waardoor alle 15-jarigen voortaan als jobstudent aan de slag kunnen.
Toch temperde het Planbureau meteen de verwachtingen. De uitbreiding naar 650 uren treft slechts 5 procent van de jobstudenten. De overgrote meerderheid blijft immers al ruim onder de huidige grens van 600 uur, waardoor de maatregel in de praktijk weinig verschil maakt. De verlaging van de leeftijdsdrempel voor 15-jarigen zou het totale aantal werkende studenten met 1 procent doen toenemen.
Intussen wijst het Planbureau op een bredere trend die wel voldoende aandacht verdient. De voorbije acht jaar groeide het volume aan studentenarbeid met 58 procent, terwijl reguliere arbeid slechts 7 procent groeide en interimarbeid zelfs met 20 procent daalde. Op basis van die cijfers vermoeden ze dat studentenjobs in toenemende mate reguliere laaggeschoolde arbeid verdringen. Het Planbureau benadrukt wel dat dit vervangingseffect nog verder onderzocht moet worden op basis van uitgebreidere gegevens. Het is een discussie die meestal gevoerd wordt in het kader van de flexi-jobs, maar de totale loonmassa in de studentenarbeid is drie keer zo hoog en komt boven de twee miljard op jaarbasis uit.
Tot slot wijst de studie op wetenschappelijk onderzoek naar de keerzijde van studentenarbeid. Wie te veel werkt naast de studies, riskeert lagere schoolresultaten en een langere studieduur. Aan de andere kant is er een beperkt positief effect op de latere integratie op de arbeidsmarkt.