Clarinval: “Deze regering is helaas linkser dan we hadden gedacht”
MR-vicepremier David Clarinval spaart zijn coalitiepartners niet. In een interview met De Tijd noemt hij de regering-De Wever “helaas wat linkser dan we hadden gedacht”. Vooral Vooruit en Les Engagés maken hervormingen volgens hem moeilijker, terwijl hij voor de begroting waarschuwt voor nieuwe belastingen.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
David Clarinval noemt de regering-De Wever linkser dan verwacht, verdedigt zijn arbeidsmarkthervormingen en verzet zich tegen nieuwe belastingen om de begroting op orde te krijgen.
Voor MR-vicepremier en minister van Werk David Clarinval was het zomerakkoord een belangrijke test. In een interview met De Tijd blikt hij terug op de moeizame onderhandelingen binnen de federale regering. De MR wilde aantonen dat ze ondanks de spanningen binnen de coalitie nog altijd hervormingen kan binnenhalen.
Clarinval zegt dat zijn partij "95 procent" van haar prioriteiten heeft gerealiseerd, met onder meer de annualisering van de arbeidstijd, een lagere vliegtaks, een nieuwe voetbalwet en een verbod op radicale organisaties.
"Vooruit en Les Engagés zijn behoorlijk linkse partijen"
Toch is de tevredenheid niet onverdeeld. Clarinval erkent dat de samenwerking binnen de regering vaak moeilijk verloopt. Daarbij viseert hij vooral de twee centrumlinkse coalitiepartners. "Ik voel me goed in deze regering, zelfs al is ze helaas wat linkser dan wat we op voorhand hadden gedacht. Vooruit en Les Engagés zijn toch behoorlijk linkse partijen."
Ook over Les Engagés is hij kritisch. De partij probeert zich volgens hem te onderscheiden van de MR door zich linkser op te stellen, onder meer met voorstellen zoals een rijkentaks. Dat maakt de onderhandelingen moeilijker, al benadrukt hij dat de sfeer binnen de regering respectvol blijft.
Vakbonden krijgen opnieuw kritiek
Clarinval verdedigt tegelijk zijn hervorming van de arbeidsmarkt. De annualisering van de arbeidstijd moet het mogelijk maken om de werktijd over een volledig jaar te berekenen. Werknemers kunnen dan in drukke periodes meer uren presteren en op rustigere momenten minder werken. Volgens de minister biedt dat meer flexibiliteit voor zowel werknemers als werkgevers.
Hij verwerpt de kritiek van het ABVV dat werknemers daardoor tot 1.500 euro netto per jaar zouden verliezen. De minister noemt die berekeningen onjuist en verwijst naar cijfers van de federale overheidsdienst Werkgelegenheid. Mocht in bepaalde situaties toch inkomensverlies blijken, dan wil hij daarvoor een compensatie uitwerken.
Ook de vakbonden zelf krijgen een stevige uithaal. "Al twee jaar zijn ze tegen alles wat ik doe. (...) Dat zijn geen vakbondsacties, dat zijn politieke acties."
Geen nieuwe belastingen
In het najaar wacht de federale regering een bijzonder moeilijke begrotingsronde. Er moet ongeveer 10 miljard euro worden gevonden om het begrotingstekort terug te dringen. Clarinval wil daarbij vasthouden aan het regeerakkoord, waarin is afgesproken dat bijkomende saneringen in de eerste plaats via besparingen verlopen en slechts beperkt via belastingen.
De MR-vicepremier wijst erop dat de overheidsuitgaven de voorbije jaren sterk zijn gestegen. De pensioenuitgaven klommen van 48 naar 72 miljard euro, de uitgaven voor de gezondheidszorg van 26 naar 43 miljard euro. Ook de rentelasten lopen volgens hem de komende jaren verder op. Nieuwe belastingen zijn daarom niet de oplossing, zegt hij. De focus moet liggen op lagere uitgaven én een sterker economisch groeibeleid.
"Bedrijven creëren jobs"
Clarinval noemt zijn hervormingen noodzakelijk om de Belgische economie competitiever te maken. Hij verwijst onder meer naar de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, de uitbreiding van flexi-jobs, soepelere regels voor nachtwerk en lagere sociale bijdragen.
"Veel van mijn voorgangers schijnen te zijn vergeten dat het de bedrijven zijn die jobs creëren, en niet de minister van Werk", zegt hij. België moet volgens hem tegelijk de arbeids- en energiekosten verlagen, de arbeidsmarkt verder moderniseren en ondernemingen beter beschermen tegen oneerlijke buitenlandse concurrentie.