Waarom durft Europa niet voluit achter de VS en Israël te gaan staan? (Analyse)
“Alle partijen moeten zich inhouden en het internationaal recht respecteren.” Dat was in essentie de boodschap die vanuit Europese hoofdsteden klonk na de Amerikaans-Israëlische aanval op het Iraanse regime. Opnieuw weigert Europa duidelijk stelling te nemen tegenover een barbaars regime dat al decennialang met harde hand regeert en de regio destabiliseert. Die houding wordt verkocht als diplomatieke wijsheid maar is in werkelijkheid niet anders dan laf te noemen.
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
Europa reageert met terughoudendheid en juridische taal op de actie tegen Iran, maar vermijdt een duidelijke keuze. Die houding getuigt van lafheid tegenover een regime dat zijn eigen bevolking onderdrukt en het Westen bedreigt. Blijft Europa schuilen achter diplomatie, of durft het eindelijk kleur te bekennen?
Terwijl twee bondgenoten een regime aanpakken dat zijn eigen bevolking onderdrukt en openlijk vijandig staat tegenover het Westen, beperkt Europa zich tot morele vermaningen.
In plaats van helder te zeggen waar het staat, verschuilt Europa zich achter diplomatieke taal en het internationaal recht. Alsof niet het schurkenregime in Teheran het probleem is, maar het feit dat de Verenigde Staten en Israël er eindelijk tegen durven optreden.
Een regime zonder scrupules
Iran is een theocratisch regime dat zijn macht baseert op religieuze dwang, censuur en meedogenloos geweld. Protesten worden neergeslagen, dissidenten verdwijnen achter tralies, vrouwen worden systematisch onderdrukt. Executies zijn er een instrument van intimidatie.
Tegelijk exporteert het regime instabiliteit. Het bewapent milities in de regio, financiert gewapende groeperingen en bouwt verder aan raket- en nucleaire capaciteit. De levering van Iraanse drones aan Rusland versterkt de oorlog in Oekraïne. Europa financiert Kiev, maar lijkt minder bereid de bron van een deel van die dreiging onder ogen te zien. Wie Iran nog altijd behandelt als een gewone onderhandelingspartner, miskent de aard van het regime.
Europa herhaalt zijn mantra
Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en Raadsvoorzitter António Costa benadrukten dat het internationaal recht moet worden gerespecteerd en dat escalatie moet worden vermeden. Von der Leyen onderstreepte dat de Europese Unie de recente gespannen situatie rond Iran “zeer zorgwekkend” vindt en riep op tot “maximale terughoudendheid, bescherming van burgers en volledige naleving van het internationaal recht.”
Ze sprak daarbij over de noodzaak om te werken aan een duurzame, geloofwaardige politieke transitie in Iran, waaronder het definitieve stoppen van het nucleaire en ballistische programma en het beëindigen van destabiliserende activiteiten in de regio, en noemde diplomatie de enige blijvende oplossing voor de crisis.
De Duitse bondskanselier Friedrich Merz, de Franse president Emmanuel Macron, de Spaanse premier Pedro Sánchez en de Italiaanse premier Giorgia Meloni gebruikten vergelijkbare bewoordingen. Ook Nederland sloot zich daarbij aan. Premier Rob Jetten riep op tot maximale terughoudendheid en pleitte voor diplomatieke gesprekken.
België: principe boven positie
Ook de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot stelde dat de Amerikaanse en Israëlische actie niet strookt met het internationaal recht en ook hij benadrukte dat België dat recht moet blijven verdedigen. Dat klinkt nobel. Alleen blijft de strategische vraag onbeantwoord: wat is het plan als diplomatie faalt zoals in het geval van Iran?
In eigen land klinkt daarover wel degelijk kritiek. Minister van Defensie Theo Francken blijft er terecht op hameren dat Europa te naïef is tegenover regimes die zich vijandig opstellen tegenover het Westen. Hij waarschuwde dat wie eindeloos blijft onderhandelen zonder harde consequenties zwakte uitstraalt. Europa moet volgens hem duidelijk maken dat het de veiligheidsanalyse van zijn bondgenoten ernstig neemt en niet telkens terugvallen op procedurele bezwaren wanneer er wordt ingegrepen. Francken benoemt daarmee het spanningsveld dat veel Europese leiders liever ontwijken.
Het contrast met Canada
Het verschil met Canada is opvallend. De Canadese premier Mark Carney sprak niet alleen zijn volledige steun uit voor de VS en Israël, maar formuleerde expliciet waarom. Hij stelde dat het voorkomen van een Iraans kernwapen een fundamenteel veiligheidsbelang is en bevestigde het recht van Israël op zelfverdediging. Hij plaatste de actie in een bredere context van internationale veiligheid en stabiliteit.
Carney koos daarmee niet voor een juridische benadering, maar voor politieke duidelijkheid. Hij maakte duidelijk dat een regime dat werkt aan nucleaire capaciteit en actief destabiliseert, niet vrijblijvend kan worden benaderd. Europa daarentegen formuleert vooral voorwaarden.
De fundamentele vraag
Dat brengt ons tot de fundamentele vraag: beschouwt Europa Iran als een structurele bedreiging voor zijn veiligheid? Als het antwoord ja is, dan hoort daar meer bij dan diplomatieke bezorgdheid en het zich lafhartig verschuilen achter internationaal recht. Als het antwoord nee is, dan moet men uitleggen waarom de Amerikaanse en Israëlische analyse onjuist is.
Wat nu gebeurt, is dat Europa zich comfortabel opstelt in het midden. Het wil niet te ver gaan in steun, maar ook niet openlijk breken met bondgenoten. Dat kan op het eerste gezicht verstandig lijken, maar is dat niet. Het straalt vooral besluiteloosheid uit. In geopolitiek geldt een eenvoudige regel: wie niet durft te kiezen, wordt niet serieus genomen.