99.000 werklozen verliezen uitkering, meer dan helft vraagt leefloon aan: deze rekensom verklaart waarom
Ruim 99.000 mensen verloren dit jaar hun werkloosheidsuitkering. Meer dan de helft vroeg daarna een leefloon aan, veel meer dan de regering had verwacht. Wie alleen naar die mensen wijst, mist een deel van het verhaal. In België kan het verschil tussen een uitkering en een laag loon verrassend klein worden.
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
Meer dan de helft van de 99.000 mensen die hun werkloosheidsuitkering verloren, vroeg daarna een leefloon aan. Wie de cijfers wil begrijpen, moet niet alleen naar het leefloon kijken. Sociale voordelen, de kosten van werken en de zware lasten op arbeid bepalen mee hoeveel een baan werkelijk extra oplevert.
De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd was een van de belangrijkste hervormingen van de regering-De Wever. Wie te lang werkloos blijft, verliest voortaan zijn uitkering. Zo wil de regering meer mensen aan het werk krijgen en tegelijk besparen.
Dit jaar verloren ruim 99.000 mensen hun uitkering. De regering verwachtte dat ongeveer één op de drie daarna een leefloon zou aanvragen. Het werden er 52.593, meer dan de helft. Ruim 43.600 mensen kregen het leefloon ook toegekend.
Daar kun je verontwaardigd over zijn. Mensen verliezen de ene uitkering en kloppen vervolgens aan voor een andere. Toch is hun keuze niet moeilijk te begrijpen. Wie zijn inkomen verliest, kijkt welke steun nog beschikbaar is. De mensen aan het OCMW-loket kunnen ook rekenen. Interessanter is daarom wat hun rekensom blootlegt.
Een leefloon is meer dan cash
Sinds maart krijgt een alleenstaande ongeveer 1.340 euro leefloon per maand. Een samenwonende ontvangt ongeveer 894 euro. Voor iemand met een gezin ten laste loopt het bedrag op tot ruim 1.811 euro.
Maar daar stopt de rekening niet. Wie drie maanden onafgebroken een leefloon ontvangt, krijgt automatisch de verhoogde tegemoetkoming in de gezondheidszorg. Daardoor worden doktersbezoeken goedkoper. Ook voor geneesmiddelen en ziekenhuiszorg kan de eigen bijdrage lager liggen.
Bovendien beschermt de sociale maximumfactuur gezinnen met een laag inkomen tegen hoge medische kosten. Zodra een bepaald bedrag aan remgeld is betaald, worden verdere kosten die onder het systeem vallen terugbetaald.
Ook het openbaar vervoer wordt goedkoper. Bij De Lijn kost een jaarabonnement voor een volwassene normaal 499 euro. Met verhoogde tegemoetkoming betaal je 68 euro. Dat scheelt 431 euro per jaar. Ook bij de NMBS bestaan stevige kortingen.
Energie en andere voordelen
Daar komt voor leefloners het sociaal tarief voor energie bij. Ze betalen daardoor een gereguleerd tarief voor elektriciteit, aardgas of warmte. Hoe groot het voordeel precies is, hangt af van het verbruik en het energiecontract waarmee je vergelijkt.
Een laag inkomen kan nog andere voordelen opleveren. Denk aan goedkopere kinderopvang, schooltoeslagen, sociale huisvesting of lokale kortingen voor sport en cultuur. De voorwaarden verschillen per gezin en woonplaats. Niet al die voordelen zijn uitsluitend voor leefloners bestemd. Ook mensen die werken en weinig verdienen, kunnen er recht op hebben. Dat onderscheid is belangrijk.
Toch ontstaat er een probleem wanneer het inkomen door werk stijgt. Sommige voordelen verminderen dan of verdwijnen helemaal. Daardoor levert een hoger loon niet altijd dezelfde stijging van het beschikbare inkomen op.
En dan begint de rekening van het werk
Tegelijk kost gaan werken geld. Wie elke dag naar zijn werk moet, betaalt voor trein, bus, brandstof of een wagen. Voor sommige gezinnen is zelfs een tweede auto nodig. Voor ouders kan vooral de kinderopvang zwaar wegen. Wie voltijds gaat werken, heeft vaak meer opvang nodig. Dat kan iedere maand een flink bedrag kosten.
Daarom zegt de eenvoudige vergelijking tussen een leefloon en een nettoloon te weinig. Je moet kijken naar wat een gezin aan het einde van de maand werkelijk overhoudt. Iemand kan door te gaan werken enkele honderden euro's meer verdienen. Trek daar vervoer en kinderopvang van af. Tel vervolgens mee dat sommige kortingen en tegemoetkomingen verminderen. Dan kan het verschil plots een stuk kleiner worden.
Dat betekent niet dat een leefloon evenveel of meer oplevert dan werken. Daarvoor verschillen gezinnen te sterk van elkaar. Maar de keuze aan de keukentafel wordt uiteindelijk gemaakt op basis van wat er werkelijk overblijft.
Van het ene loket naar het andere
Daar wringt het bij de hervorming van de werkloosheid. Een uitkering schrappen maakt van niemand een werknemer. Meer dan de helft van de uitgesloten werklozen klopte vervolgens aan bij het OCMW. Een deel van de rekening verhuist daardoor van het ene stelsel naar het andere. De federale overheid bespaart op werkloosheidsuitkeringen, terwijl elders nieuwe kosten ontstaan.
Dat maakt de hervorming niet overbodig. Een werkloosheidsverzekering is bedoeld om mensen op te vangen wanneer ze hun baan verliezen. Het is moeilijk te verdedigen dat iemand er jarenlang zonder beperking gebruik van kan blijven maken.
Maar een einddatum alleen brengt mensen niet aan het werk. Wie na jaren werkloosheid ver van de arbeidsmarkt staat, heeft soms opleiding of begeleiding nodig. Alleen een uitkering schrappen verandert daar niets aan.
Werken moet opnieuw de beste deal zijn
Daar ligt het echte probleem. Wie mensen aan het werk wil krijgen, moet ervoor zorgen dat werken duidelijk meer oplevert. Dat begint bij de loonbrief. Vooral op lage en middenlonen moet van iedere extra verdiende euro meer overblijven. Tegelijk mogen sociale voordelen niet plots allemaal verdwijnen zodra iemand boven een bepaalde inkomensgrens komt.
Ook begeleiding naar een baan blijft nodig. Sommige langdurig werklozen kunnen snel opnieuw beginnen. Anderen hebben na jaren zonder werk meer hulp nodig. Hen simpelweg van het ene loket naar het andere sturen, lost weinig op.
De cijfers over het leefloon vertellen daarom meer dan alleen hoeveel de hervorming kost. Ze tonen ook een oud Belgisch probleem. We belasten arbeid zwaar en bouwen tegelijk een hele reeks voordelen rond lage inkomens.
Vervolgens zijn we verbaasd wanneer mensen hun rekening maken. Wie wil dat mensen voor werk kiezen, moet ervoor zorgen dat die keuze financieel duidelijk de beste is. Werken moet niet een paar euro meer opleveren. Het verschil moet groot genoeg zijn om er niet lang over te hoeven nadenken.