Als de Vlaamse filmsector geen "woke subsidieclubje" is, wat dan wel?
De Vlaamse filmsector wil bewijzen dat ze geen "woke subsidieclubje" is. Maar ze bereikt het tegenovergestelde. Bezoekers zijn bijzaak geworden. Diversiteit en inclusie wegen zwaarder door dan herkenbaarheid. Vlaamse kijkers tellen minder mee dan festivaljury's en de internationale culturele bubbel.
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
De discussie over Vlaamse filmsubsidies draait uiteindelijk om één vraag: waarom krijgen films met weinig publiek toch zoveel belastinggeld?
De discussie over de Vlaamse filmsubsidies kreeg de voorbije dagen een opmerkelijk vervolg. Nadat Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van Stichting Merito, de legitimiteit van tientallen miljoenen euro's aan filmsubsidies in vraag stelde, schoten verschillende stemmen uit de sector in de verdediging.
Scenarist en presentator Raf Njotea, covoorzitter van de Scenaristengilde, verwerpt het beeld van een "elitair, woke clubje subsidievreters". Producent Hans Everaert verzekert dan weer dat er "geen elitair clubje aan de knoppen zit". Everaert is niet de eerste de beste. Hij werkte bijna tien jaar als financieel directeur van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) en ontvangt vandaag als producent zelf VAF-steun. Everaert kent de weg naar subsidies dus bijzonder goed.
Om verder te lezen, abonneer u of gebruik een krediet.
Al abonnee? Inloggen