België breidt inzet van anti-dronesystemen uit naar gevoelige civiele infrastructuur
De Belgische regering breidt het gebruik van anti-dronesystemen uit naar strategische civiele locaties. Naast politie, Defensie en inlichtingendiensten zullen voortaan ook exploitanten van gevoelige infrastructuur drones kunnen neutraliseren, zij het onder strikte voorwaarden.
Gepubliceerd door A JS
Samenvatting van het artikel
België verruimt het gebruik van anti-dronesystemen naar gevoelige civiele infrastructuur, maar koppelt die uitbreiding aan strenge technische en juridische voorwaarden.
België versterkt discreet zijn bescherming van kritieke infrastructuur. De ministerraad heeft ingestemd met een uitbreiding van het gebruik van droneverstoorders (jammers) naar nieuwe actoren buiten de traditionele veiligheidsdiensten. Die beslissing komt er in een context van toenemende bezorgdheid over technologische indringingen en veiligheidsrisico’s.
Tot nu toe konden enkel bepaalde diensten, zoals de politie, Defensie, de inlichtingendiensten en internationale instellingen zoals de NAVO en SHAPE, gebruikmaken van deze systemen die communicatieverbindingen kunnen verstoren. Voortaan krijgen ook strategisch belangrijke civiele operatoren toegang tot deze technologie.
Gevoelige locaties krijgen extra bescherming
Nucleaire installaties staan bovenaan de lijst van infrastructuren die van de maatregel kunnen profiteren. Daarnaast komen ook gevangenissen, Seveso-bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken en Europese instellingen in België in aanmerking voor het gebruik van dergelijke neutralisatiesystemen.
Volgens de overheid is dat een antwoord op de toenemende aanwezigheid van drones, die vaak moeilijk op te sporen en te onderscheppen zijn met klassieke middelen. De betrokken locaties krijgen zo een extra instrument om incidenten of veiligheidsrisico’s te voorkomen.
Strenge technische en juridische voorwaarden
De uitbreiding betekent echter geen vrije toegang tot de technologie. Elke operator zal vooraf een vergunning moeten verkrijgen van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT). Die toestemming wordt alleen verleend na een grondige risicoanalyse.
Voor elke inzet moet worden aangetoond dat de voordelen groter zijn dan de mogelijke nadelen. Het verstoren van signalen kan immers ook impact hebben op essentiële communicatiekanalen. Daarom geldt ook een meldingsplicht: elke activering van een jammer moet binnen twee uur aan het BIPT worden gemeld.
Minister van Telecommunicatie Vanessa Matz waarschuwde dat dergelijke systemen noodcommunicatie, medische apparatuur of luchtvaartsystemen kunnen beïnvloeden. Daarom blijft het gebruik ervan in een burgerlijke omgeving in principe ongewenst, behalve in uitzonderlijke situaties waarbij het algemeen belang duidelijk opweegt tegen de risico’s.
Met deze nieuwe regelgeving probeert de regering een evenwicht te vinden tussen de bescherming van kritieke infrastructuur en het behoud van betrouwbare communicatie- en veiligheidsnetwerken voor burgers.