De Europese klimaattaks onder vuur (opinie)
De Europese industrie trekt eindelijk aan de alarmbel. Pieter Cleppe, hoofdredacteur van Brussels Report, ziet daarin een kantelpunt. Vier industriële zwaargewichten keren zich openlijk tegen het Europese emissiehandelssysteem (ETS), dat de energieprijzen opdrijft en de concurrentiekracht van Europa aantast.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
ArcelorMittal, BASF, ThyssenKrupp en Voestalpine vragen de EU het emissiehandelssysteem te hervormen om de concurrentiekracht van de Europese industrie te herstellen.
Deze maand luidde de Europese industrie eindelijk de alarmbel. In een brief aan de voorzitter van de Europese Raad eisten vier van Europa’s grootste staal- en chemieproducenten „onmiddellijke maatregelen” om iets te doen aan de zelfveroorzaakte hoge energiekosten in de Europese Unie. Daarmee richten ze de pijlen rechtstreeks op het hart van het Europese klimaatbeleid. Met name ArcelorMittal, ThyssenKrupp, Voestalpine en chemiegigant BASF wezen met de vinger naar het emissiehandelssysteem (ETS) van de EU, een de facto klimaatbelasting.
De bedrijven willen dat de EU “de escalatie van de ETS-gerelateerde kosten een halt toeroept en verdere schade aan de Europese productiebasis voorkomt”, en betreuren dat het EU-klimaatbeleid te duur is geworden en “niet langer aansluit bij de huidige mondiale realiteit”.
Europese energieprijzen blijven uit de pas lopen
Het vreemde is dat het zo lang heeft geduurd voordat zij de druk opvoerden. De aardgasprijzen in de EU zijn ongeveer vier tot vijf keer zo hoog als in de Verenigde Staten. Het opschorten van het ETS – zoals gevraagd door Italië en Slowakije – zou dat terugbrengen tot twee of drie keer het huidige niveau. Al in 2023 wees een rapport opgesteld door de voormalige Italiaanse premier Mario Draghi erop dat de CO₂-kosten ongeveer 10 procent uitmaakten van de industriële elektriciteitsprijzen voor eindgebruikers in de EU. Elektrificatie is geen optie voor de zware industrie en 10 procent is al aanzienlijk. De zware industrie heeft aardgas of steenkool nodig.
De Europese Commissie onder leiding van Ursula von der Leyen heeft hier weinig aan gedaan, ondanks dat EU-leiders haar instelling in maart hadden opgeroepen om actie te ondernemen. In reactie daarop kwam de Europese Commissie slechts met een paar beperkte maatregelen om de ETS-prijs licht te verlagen. Direct na de aankondiging van die maatregelen begin april steeg de marktprijs van ETS, wat erop wijst dat handelaren verdergaande maatregelen hadden verwacht. Vervolgens stelde de Commissie ook een nieuw „decarbonisatiefonds“ voor van maximaal 30 miljard euro, deels gefinancierd uit ETS-inkomsten. De centralistische mentaliteit van deze instelling is ronduit weerzinwekkend.
ETS2 treft ook de consument
Wat nog erger is: de EU heeft besloten om het ETS uit te breiden naar consumenten. Deze uitbreiding, ook wel „ETS2“ genoemd, zal ervoor zorgen dat de aardgasprijzen met 16 procent stijgen, stookolie met 21 procent en benzine en diesel met ongeveer 10 procent. Dit zal gezinnen die hun huis nog steeds met gas verwarmen of in een auto op fossiele brandstof rijden naar schatting 250 tot 400 euro extra per jaar kosten. Huishoudens met een laag inkomen, eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen zouden de gevolgen het hardst voelen. Dit heeft ertoe geleid dat de EU-lidstaten de invoering hebben uitgesteld van januari 2027 naar 2028, maar de punitieve benadering is er nog steeds.
Misschien brengt druk vanuit de industrie nu eindelijk weer wat gezond verstand. De vier toonaangevende bedrijven bekritiseren de EU in hun brief ook omdat zij „in haar eentje snel stijgende CO₂-kosten oplegt aan haar industrie, die al te maken heeft met structurele kostennadelen zoals hogere energieprijzen en regelgevingskosten. (…) Europa handelt in feite in haar eentje door snel stijgende CO₂-kosten op te leggen aan haar industrie, die al te maken heeft met structurele kostennadelen zoals hogere energieprijzen en regelgevingskosten.”
CBAM als omstreden antwoord
In feite had de EU hiervoor al een soort oplossing bedacht. Omdat de rest van de wereld niet bepaald enthousiast was om het zelfmoordachtige klimaatbeleid van de EU te kopiëren, besloot zij tot het zogenaamde „koolstofgrensaanpassingsmechanisme“ of „CBAM“. In Brussel zijn ze dol op afkortingen.
De regeling legt tarieven op aan handelspartners, wat – niet verrassend – tot spanningen leidde. De VS wisten concessies te bedingen, in tegenstelling tot armere economieën zoals Zuid-Afrika en India. Ondanks verzet binnen de EU, met name van Frankrijk en Italië, die eisten dat kunstmest zou worden vrijgesteld, is de CBAM-regeling nog steeds van kracht, ook al is deze enigszins afgezwakt.
Zoals professor Samuel Furfari, een voormalig topambtenaar bij de Commissie op het gebied van energie, schreef op BrusselsReport.eu: „Het koolstofgrensaanpassingsmechanisme (CBAM), dat vaak als remedie wordt aangevoerd, richt zich alleen op het geïmporteerde deel van eindproducten, laat complexe waardeketens onbeschermd en lokt handelsvergeldingsmaatregelen uit bij belangrijke partners. Het is een fiscale pleister op een structurele wond, en het kan industriële capaciteit niet herstellen zodra die capaciteit eenmaal is afgeschreven.”
De kritiek op het Europese klimaatbeleid groeit
Het is goed om te zien dat de Europese industrie niet langer terughoudend is om de EU rechtstreeks aan te vallen, in plaats van zich te richten op protectionistische klimaattarieven zoals het CBAM.
Furfari waarschuwt dat dit jaar „een cruciaal moment is voor het besluit tot afschaffing“ van het ETS, vanwege de op handen zijnde invoering van het ETS2, de voortdurende pogingen van de Europese Commissie om ETS-inkomsten als „eigen middelen“ in haar begroting op te nemen en vanwege het „Sociaal Klimaatfonds“ – alweer een EU-fonds dat met ETS-inkomsten wordt gefinancierd – waardoor begunstigden ontstaan die politieke steun aan het ETS zullen verlenen.
Ondertussen zet de Europese Commissie, ondanks de klachten vanuit de buitenwereld over de enorme kosten van het EU-klimaatbeleid, gewoon haar voorbestemde koers voort. Eerder deze maand stelde de instelling wetgeving voor om huishoudens te dwingen tijdens piekuren minder energie te verbruiken door middel van AI-aangedreven slimme meters. Dit om het elektriciteitsnet te ontlasten, ter voorbereiding op een explosieve stijging van de vraag naar elektriciteit als gevolg van datacenters voor kunstmatige intelligentie en de elektrificatie van de economie.
De Deense econoom Bjorn Lomborg, al jarenlang een criticus van het EU-energiebeleid, reageerde hierop door te zeggen: “Door het klimaatbeleid kan de EU niet genoeg betrouwbare stroom produceren. Haar oplossing? Huishoudens vertellen dat ze hun elektriciteitsverbruik moeten verminderen op het moment dat ze die het hardst nodig hebben. Om ruimte te maken voor AI-datacenters en de industrie.”
Oproep tot een koerswijziging
Laten we nu vooral hopen dat de EU-leiders eindelijk ingrijpen en taboe’s opgeven. De jarenlange experimenten met Europese energievoorziening kan men niet in een handomdraai stoppen, maar een schorsing of schrapping van de Europese klimaatbelasting zou alvast een groot verschil op korte termijn kunnen maken voor de Europese concurrentiekracht.