Europese Unie: werkgelegenheid van pas afgestudeerden blijft stijgen
De integratie van pas afgestudeerden op de arbeidsmarkt blijft verbeteren in de Europese Unie. In 2025 had 83% van de jongeren tussen 20 en 34 jaar die één tot drie jaar eerder hun studies hadden afgerond een baan, volgens de nieuwste cijfers van Eurostat. Dat is het hoogste niveau dat in meer dan tien jaar werd geregistreerd.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
Samenvatting van het artikel
83% van de jonge afgestudeerden in de Europese Unie had in 2025 een job. Malta, Duitsland en Nederland voeren de ranglijst aan, blijkt uit cijfers van Eurostat.
Die stijging bevestigt een onderliggende trend. In elf jaar tijd nam de werkgelegenheidsgraad van jonge afgestudeerden in Europa toe met 7,5 procentpunt. In 2015 bedroeg die nog 75,5%.
Hogeropgeleiden vinden sneller werk
Net als in voorgaande jaren blijft het opleidingsniveau een belangrijke factor om snel werk te vinden na de studies. Jongeren met een diploma hoger onderwijs halen een werkgelegenheidsgraad van 87%, tegenover 77,2% voor wie stopte na het hoger secundair of postsecundair onderwijs.
Het verschil van bijna tien procentpunt toont aan dat hogere kwalificaties nog steeds een aanzienlijk voordeel bieden op de Europese arbeidsmarkt.
Malta, Duitsland en Nederland bovenaan
Toch blijven de verschillen tussen de lidstaten groot.
Met een werkgelegenheidsgraad van 91% staat Malta bovenaan de Europese ranglijst. Daarna volgen Duitsland (90,6%) en Nederland (90,1%).
Aan de andere kant van het klassement blijft de situatie moeilijker in verschillende landen in Zuid- en Oost-Europa. Griekenland noteert met 62,4% het laagste aandeel werkende jonge afgestudeerden. Daarna volgen Italië (71,8%) en Roemenië (72,7%).
Blijvend verschil tussen mannen en vrouwen
De cijfers tonen ook een verschil tussen mannen en vrouwen. In de Europese Unie bedraagt de werkgelegenheidsgraad van jonge afgestudeerden 84,4% bij mannen, tegenover 81,5% bij vrouwen.
De hoogste cijfers bij mannen worden opgetekend in Tsjechië (92,4%), Nederland (92,1%) en Duitsland (92%). Bij vrouwen liggen de hoogste werkgelegenheidsgraden in Malta (90,5%), Duitsland (89%) en Oostenrijk (88,8%).
In de meeste Europese landen hebben jonge mannelijke afgestudeerden vaker een job dan vrouwen. De grootste verschillen worden vastgesteld in Tsjechië, Letland en Slovenië. Omgekeerd behoren Griekenland, Estland en Finland tot de weinige landen waar vrouwelijke afgestudeerden beter scoren dan hun mannelijke leeftijdsgenoten.
Belangrijke indicator
Eurostat bekijkt hier de situatie van jongeren die één tot drie jaar geleden afstudeerden en geen opleiding meer volgen. Die indicator wordt door Europese instellingen gebruikt om de overgang van onderwijs naar werk te meten.
De cijfers voor 2025 suggereren dat de Europese arbeidsmarkt over het algemeen gunstig blijft voor nieuwe afgestudeerden, ondanks de economische vertragingen die verschillende landen de afgelopen jaren kenden. De aanhoudende stijging van de werkgelegenheidsgraad toont bovendien aan dat Europese bedrijven gekwalificeerde profielen blijven aanwerven, vooral in sectoren met een hoge toegevoegde waarde.