“Europa handelt alleen”: vier industriële giganten eisen een bevriezing van het Europese klimaatbeleid
ArcelorMittal, ThyssenKrupp, Voestalpine en BASF vragen Brussel om snel in te grijpen op de Europese koolstofmarkt. De vier industriële giganten waarschuwen Brussel voor fabriekssluitingen, het verplaatsen van uitstoot naar het buitenland en banenverlies, nu Amerikaanse en Chinese concurrenten aan veel minder klimaatregels gebonden zijn.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
De vier industriële giganten waarschuwen dat Europa door zijn strenge klimaatbeleid concurrentiekracht en productie dreigt te verliezen aan de VS en China.
Vier van de grootste industriële bedrijven van Europa vragen Brussel om op de rem te gaan staan bij een van de pijlers van het Europese klimaatbeleid. ArcelorMittal, ThyssenKrupp, Voestalpine en BASF willen dat er onmiddellijk wordt ingegrepen in het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Volgens hen vormt de geplande stijging van de CO₂-kosten inmiddels een directe bedreiging voor de concurrentiekracht en zelfs het voortbestaan van een deel van de Europese industrie.
In een brief aan Europees Raadsvoorzitter António Costa, die Politico kon inkijken, vragen de vier bedrijven om “onmiddellijke actie om de oplopende kosten van het ETS een halt toe te roepen en verdere schade aan de Europese industriële basis te voorkomen”. Samen zijn de staal- en chemiegiganten goed voor een beurswaarde van meer dan 100 miljard euro.
Hun oproep, enkele dagen voor een top van de Europese leiders in Brussel, is een van de meest uitgesproken protesten tot nu toe van grote industriële bedrijven tegen de klimaatkoers van de EU. Hun boodschap is duidelijk: het Europese model werd opgezet in de verwachting dat de rest van de wereld zou volgen. Twintig jaar later vinden zij dat Europa zichzelf opzadelt met kosten die zijn belangrijkste concurrenten in veel mindere mate dragen.
“Onder extreme druk”
Het ETS werd in 2005 ingevoerd en legt een plafond op de uitstoot van de meest vervuilende sectoren, waaronder de staalindustrie, chemie, cementproductie en elektriciteitsopwekking. Bedrijven moeten beschikken over emissierechten die overeenkomen met hun uitstoot. Het aantal beschikbare rechten wordt geleidelijk afgebouwd om de prijs van CO₂ op te drijven en de industrie aan te moedigen haar uitstoot terug te dringen.
De Europese koolstofprijs schommelt momenteel rond 75 euro per ton. Naarmate de plafonds verder worden aangescherpt en gratis emissierechten verdwijnen, zullen de kosten voor de grootste uitstoters verder oplopen. De vier industriële concerns zeggen inmiddels “onder extreme druk” te staan door het systeem.
“Europa handelt in feite alleen door zijn industrie op te zadelen met almaar hogere CO₂-kosten, terwijl die industrie al kampt met structurele nadelen zoals hogere energieprijzen en hogere regelgevingskosten”, schrijven ze. Ze waarschuwen voor drie mogelijke gevolgen: koolstoflekkage, waarbij productie en uitstoot simpelweg naar buiten Europa worden verplaatst, fabriekssluitingen en banenverlies.
De rest van de wereld volgde niet
Dat vormt de kern van hun kritiek. Toen Europa zijn koolstofmarkt invoerde, werd de beprijzing van uitstoot gezien als een instrument dat wereldwijd navolging zou krijgen naarmate landen hun uitstoot wilden terugdringen. De EU hoopte onder meer dat de Verenigde Staten en andere grote industrielanden een vergelijkbaar beleid zouden invoeren.
Die wereldwijde toenadering is er niet gekomen in de mate waarop was gehoopt. De Europese koolstofmarkt behoort inmiddels tot de duurste systemen ter wereld om CO₂-uitstoot te beprijzen. Europese bedrijven moeten tegelijk opboksen tegen Amerikaanse en Chinese concurrenten die opereren onder andere energie-, regelgevings- en klimaatvoorwaarden.
Volgens de vier ondertekenaars dreigt het Europese klimaatbeleid daardoor zowel economisch als ecologisch zijn doel voorbij te schieten. Als een ton staal niet langer in Europa wordt geproduceerd maar elders, betekent dat immers niet noodzakelijk dat er wereldwijd een ton staal met minder uitstoot wordt geproduceerd. Het kan er simpelweg toe leiden dat de industriële activiteit, de banen en de uitstoot naar een ander continent verhuizen.
Europees koolstofschild schiet tekort
Brussel zag dit probleem aankomen en voerde daarom het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens (CBAM) in. Dat moet ervoor zorgen dat importproducten met een hoge CO₂-uitstoot een vergelijkbare kost dragen als producten die in Europa worden gemaakt. Zo wil de EU voorkomen dat een strenger klimaatbeleid ertoe leidt dat de Europese markt wordt overspoeld met buitenlandse producten die onder minder strenge normen zijn geproduceerd.
ArcelorMittal, ThyssenKrupp, Voestalpine en BASF vinden echter dat het mechanisme onvoldoende is om het concurrentienadeel weg te nemen waarmee zij naar eigen zeggen kampen. Daarom vragen ze om een veel ingrijpendere hervorming van het ETS, in het kader van de evaluatie die de Europese Commissie midden juli moet presenteren.
Hun kritiek komt op een moment waarop het systeem juist strenger wordt door de geleidelijke afbouw van gratis emissierechten. De industriële concerns vragen om “beslissend in te grijpen om de oplopende ETS-kosten een halt toe te roepen” en stellen dat een “onmiddellijke beleidswijziging noodzakelijk is” om hun sectoren overeind te houden.
Miljarden aan gratis emissierechten
De kritiek vanuit de industrie verdient echter enige nuancering. De staal- en chemiesector profiteerden jarenlang van omvangrijke gratis emissierechten, die juist bedoeld waren om hun internationale concurrentiepositie te beschermen. Volgens Carbon Market Watch, dat door Politico wordt geciteerd, kreeg ArcelorMittal in 2023 voor meer dan 3,8 miljard euro aan gratis emissierechten toegewezen. Voor ThyssenKrupp ging het om 1,8 miljard euro en voor Voestalpine om 795 miljoen euro.
Ook de chemische industrie zou kunnen profiteren van de nieuwe Europese regels voor de periode 2026-2030. Volgens een intern document van de Europese Commissie, dat Politico kon inkijken, zouden de nieuwe berekeningen de industrie nog eens vier miljard euro aan gratis emissierechten kunnen opleveren.
Volgens voorstanders van het ETS doen de grote industriële concerns dan ook niet alsof ze het systeem vandaag pas leren kennen: jarenlang profiteerden ze van maatregelen die bedoeld waren om de overgang naar een koolstofarme economie te ondersteunen. De discussie gaat nu vooral over wat er gebeurt wanneer die bescherming wordt afgebouwd en de koolstofprijs daadwerkelijk de economische druk gaat uitoefenen waarvoor het systeem bedoeld is.
Europese concurrentiekracht zet klimaatbeleid onder druk
De brief gaat dan ook over veel meer dan alleen een discussie over de prijs van een ton CO₂. De oproep komt op een moment waarop de EU zich steeds nadrukkelijker afvraagt of haar klimaatambities wel te verenigen zijn met de hoge energieprijzen en het behoud van een industriële basis die kan concurreren met de Verenigde Staten en China.
Jarenlang verdedigde Brussel het idee dat klimaatregels ook een concurrentievoordeel konden opleveren, omdat ze Europese bedrijven ertoe zouden aanzetten een voorsprong te nemen in de verduurzaming van hun productie. De vier industriële concerns draaien dat argument nu om: als hun concurrenten niet met dezelfde regels worden geconfronteerd, kan een voorsprong in verduurzaming er ook toe leiden dat Europese bedrijven als eerste productiecapaciteit verliezen.
Uiteindelijk is het die kwestie waarover de Europese leiders zich zullen moeten buigen. Het ETS is juist ontworpen om koolstofintensieve productie geleidelijk duurder te maken. Nu enkele van de grootste Europese producenten zeggen dat die kosten onhoudbaar worden, staat Brussel voor een keuze die het juist hoopte te vermijden: het klimaatbeleid versoepelen of het risico nemen dat een deel van de industrie die het wilde verduurzamen, haar productie uiteindelijk naar het buitenland verplaatst.