Exclusief: ‘Michael is niet meer dezelfde, maar hij is er nog altijd’: Jean Todt vertelt over zijn vriendschap met Schumacher
In ‘En toute liberté’ vertelt Jean Todt over zijn blijvende band met Michael Schumacher en diens familie. Hij blikt terug op het telefoontje van Corinna na het ski-ongeval en op een vriendschap die volgens hem de jaren en talloze overwinningen heeft doorstaan.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
‘Michael is niet meer dezelfde Michael die we kenden, maar hij is er nog altijd.’ In een gesprek met Louis Sarkozy voor En toute liberté, het interviewprogramma van 21News, kiest Jean Todt eenvoudige woorden om over Michael Schumacher te spreken. De voormalige topman van Ferrari vertelt wat er sinds het ski-ongeval van december 2013 van hun relatie is overgebleven: een aanwezigheid, solidariteit met de familie en een genegenheid die door de ingrijpende veranderingen in hun leven niet is verdwenen.
De vraag gaat over de evolutie van hun vriendschap. Todt gaat niet in op de huidige toestand van de zevenvoudige wereldkampioen, noch op de zorg die hij krijgt. ‘We leven anders’, legt hij uit, waarna hij spreekt over ‘dezelfde genegenheid, dezelfde vriendschap voor hem en voor de familie’. Zijn woorden onderstrepen dat hun persoonlijke band is blijven bestaan, los van de carrière die de twee mannen dichter bij elkaar bracht.
Het telefoontje van Corinna, aan de andere kant van de wereld
Wanneer Louis Sarkozy terugkomt op 29 december 2013, herinnert Jean Todt zich in de eerste plaats een telefoontje. Hij is met zijn vrouw op kerstvakantie in Bali. Corinna Schumacher vertelt hem dat Michael een ongeval heeft gehad en naar Grenoble wordt overgebracht. Todt neemt meteen contact op met professor Gérard Saillant, met wie hij betrokken was bij de oprichting van het Herseninstituut.
De volgende dag vertrekken ook Todt en zijn vrouw naar Grenoble om zich bij de naasten van de coureur te voegen. Zijn relaas is kort en zonder opsmuk. Todt legt uit dat ze erheen gingen omdat ze bij hen wilden zijn. Die solidariteit, waarover hij nog altijd in de tegenwoordige tijd spreekt, is een voortzetting van een relatie die al lang voor het ongeval was ontstaan.
Want de vriendschap tussen de twee mannen is niet alleen op de podia gesmeed. In het interview benadrukt Todt de moeilijkheden die ze samen bij Ferrari hebben doorstaan en de manier waarop Schumacher reageerde wanneer het tegenzat. In die loyaliteit ziet hij een van de redenen voor de sterke band die binnen hun team ontstond.
Een jonge coureur die opvalt in Japan
De eerste herinnering aan Schumacher die Todt deelt, speelt zich nochtans ver van de Formule 1-garages af. Hij leidt op dat moment het Peugeot-team, dat met de 905 deelneemt aan races, en ziet in Japan een jonge coureur die voor Mercedes in de prototypeklasse rijdt. Zijn rondetijden maken indruk. Op dat moment hebben de twee nog niets met elkaar gemeen: Todt let vooral op de prestaties van een concurrent wiens naam hij onthoudt.
Na de race treffen de twee mannen elkaar op de luchthaven. Daar vindt volgens Todt hun eerste contact plaats. Jaren later zullen ze bij Ferrari samenwerken. Todt benadrukt wel dat hun persoonlijke band niet meteen ontstond. Bij de komst van Schumacher hebben ze een goede professionele relatie; hun vriendschap groeit daarna, naarmate ze samen met dezelfde moeilijkheden worden geconfronteerd.
Die chronologie is belangrijk voor het beeld dat hij schetst. Hun vertrouwen ontstond op de werkvloer, op momenten waarop de resultaten uitbleven en verantwoordelijkheden een bron van verdeeldheid konden worden. In die moeilijke periodes, legt Todt uit, bleef hun solidariteit overeind. Hij ziet daarin zowel een menselijke eigenschap van Schumacher als een van de redenen voor hun gezamenlijke succes.
Een loyaliteit die tijdens moeilijke momenten op de proef werd gesteld
Om dat te illustreren, keert hij terug naar het ongeval van Silverstone in 1999. Schumacher trapt op de rem, maar de auto vertraagt niet zoals verwacht en botst tegen de vangrails. De coureur breekt daarbij een been. Todt wijt het defect aan een fout van een monteur en herinnert zich vooral de eerste bezorgdheid binnen het team: weten hoe het met hun coureur gesteld was.
Wat hem, naast de angst en de blessure, vooral is bijgebleven, is de houding van Schumacher tegenover zijn collega’s: ‘Geen moment heeft hij het team bekritiseerd.’ In Todts relaas krijgt die terughoudendheid extra betekenis omdat de coureur zelf de gevolgen van de fout ondervond. Hij spreekt over Schumachers elegantie, vrijgevigheid en goede verstandhouding met de mensen die rondom hem werkten. Volgens hem heeft die manier van reageren ertoe bijgedragen dat de groep blijvend hechter werd.
Die herinnering werpt ook licht op het getuigenis dat hij vandaag aflegt. Volgens Todt blijkt de kracht van hun relatie uit het vermogen om elkaar bij te staan wanneer het moeilijk wordt. De titels gaven hun samenwerking een historische dimensie; de moeilijke momenten maakten er een vriendschap van.
Uit de succesvolle periode bewaart Todt onder meer een foto van het podium in Suzuka in 2000, waarop hij Schumacher in zijn armen draagt. Ferrari had na 21 jaar wachten opnieuw de wereldtitel veroverd. In het interview gaat de herinnering aan dat geluk hand in hand met die aan het vertrek naar Grenoble. De verbindende zin is die waarmee Todt hun leven sinds het ongeval beschrijft: ‘We leven anders’, maar met dezelfde genegenheid.