Fiscale hervorming goedgekeurd: tot 283 euro netto extra per maand, maar niet iedereen wint
De Kamer heeft de eerste grote fiscale hervorming van de regering-De Wever goedgekeurd. Werknemers houden de komende jaren netto meer over, zelfstandigen krijgen een nieuwe ondernemersaftrek en overuren worden fiscaal aantrekkelijker. Tegelijk verdwijnen enkele bestaande voordelen en blijft de kritiek op de hervorming groot.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Na de pensioenhervorming en de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd heeft de federale regering een derde belangrijk hervormingsdossier afgerond. De Kamer keurde donderdagavond de eerste fase van de hervorming van de personenbelasting goed. De meerderheid stemde voor. PS, Ecolo-Groen en PVDA stemden tegen, terwijl Vlaams Belang, Anders en DéFI zich onthielden.
Volgens minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) moet de hervorming werken aantrekkelijker maken en de belastingdruk op arbeid verlagen. Op kruissnelheid zou een werknemer gemiddeld 823 euro per jaar minder personenbelasting betalen. Voor sommige gezinnen kan de nettowinst oplopen tot ongeveer 283 euro per maand.
Hogere belastingvrije som
De belangrijkste maatregel is de verhoging van de belastingvrije som. Dat is het deel van het inkomen waarop geen personenbelasting verschuldigd is. Vandaag bedraagt die belastingvrije som iets meer dan 11.000 euro. Tegen aanslagjaar 2030 stijgt ze geleidelijk naar 14.450 euro. Een jaar later is een verdere verhoging tot 15.600 euro voorzien, al moet een volgende regering die laatste stap nog bevestigen.
Omdat ook de bedrijfsvoorheffing wordt aangepast, zullen werknemers de belastingverlaging meteen op hun maandloon zien. Ze hoeven dus niet te wachten op hun jaarlijkse belastingafrekening. De regering wil daarmee haar ambitie waarmaken om tegen 2030 het verschil tussen werken en een uitkering minstens 500 euro per maand te laten bedragen.
Lagere lasten voor lage lonen
Naast de belastingvrije som wordt ook de werkbonus uitgebreid. Daardoor betalen werknemers met een lager loon minder sociale bijdragen en stijgt hun nettoloon.
Daarnaast hervormt de regering de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid. Die wordt vanaf inkomstenjaar 2028 individueel berekend in plaats van op gezinsniveau. Vooral tweeverdieners zouden daarvan profiteren, omdat het maximumbedrag per persoon wordt gehalveerd.
Ook gezinnen met kinderen zien enkele wijzigingen. Voortaan krijgt elk eerste en tweede kind dezelfde verhoging van de belastingvrije som. Daarmee wil de regering het fiscale voordeel gelijker verdelen. Vanaf het derde kind wordt het bestaande voordeel echter niet langer geïndexeerd, waardoor grote gezinnen relatief minder voordeel zullen genieten dan vandaag.
Huwelijksquotiënt verdwijnt geleidelijk
Een andere opvallende maatregel is de afbouw van het huwelijksquotiënt. Dat systeem laat vandaag toe dat een deel van het inkomen van de werkende partner fiscaal wordt overgedragen aan een partner met weinig of geen inkomen. Vooral klassieke eenverdienersgezinnen maken daar nog gebruik van.
Voor niet-gepensioneerden wordt het maximaal overdraagbare bedrag de komende jaren stelselmatig afgebouwd. Volgens berekeningen van sociaal secretariaat SD Worx kunnen ongeveer 500.000 gezinnen daardoor gemiddeld ruim 1.200 euro per jaar verliezen. Voor gepensioneerden verloopt de afbouw veel geleidelijker en wordt ze uitgespreid tot 2046.
Ook enkele fiscale voordelen voor vervangingsinkomens verdwijnen. Zo worden de belastingverminderingen voor werkloosheidsuitkeringen geleidelijk afgeschaft, terwijl hogere pensioenen eveneens minder fiscale gunstmaatregelen zullen genieten.
Meer voordelen voor zelfstandigen
Zelfstandigen behoren tot de belangrijkste winnaars van deze eerste hervormingsfase. Vanaf inkomstenjaar 2027 komt er een nieuwe ondernemersaftrek. Die laat toe een eerste deel van de winst vrij te stellen van belastingen. Volgens Unizo zullen zelfstandigen daardoor jaarlijks tussen 1.100 en 1.300 euro minder personenbelasting betalen wanneer die maatregel wordt gecombineerd met de hogere belastingvrije som.
Daarnaast verdwijnt vanaf 2026 de belastingverhoging voor zelfstandigen die geen voorafbetalingen doen. Er komt bovendien een extra periode waarin vrijwillige voorafbetalingen mogelijk zijn.
Voor bedrijfsleiders wordt de minimale bezoldiging om het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting te behouden wel verhoogd. Ook ontwikkelaars van software krijgen opnieuw toegang tot het gunstige fiscale regime voor auteursrechten. Die regeling geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
De regering verhoogt ook het aantal fiscaal gunstige vrijwillige overuren tot 360 uur. Daarnaast wordt de zogenaamde "Vinted-regeling" wettelijk verankerd. Wie jaarlijks voor maximaal 2.000 euro tweedehandsgoederen verkoopt in het kader van normaal privébeheer, hoeft daar geen belastingen op te betalen. Boven die grens zal de fiscus geval per geval beoordelen of er sprake is van een beroepsactiviteit.
Felle politieke discussie
De hervorming leidde tijdens het Kamerdebat tot een stevig politiek steekspel. Voor de meerderheid vormt de belastingverlaging een bewijs dat de Arizona-regering haar belofte nakomt om werken meer te laten lonen. Minister van Financiën Jan Jambon noemt de goedkeuring, na de pensioenhervorming, de tweede grote hervorming die hij op anderhalf jaar tijd heeft gerealiseerd. Volgens Jambon zorgt de hervorming ervoor dat werknemers meer netto overhouden en dat de fiscale druk op arbeid stap voor stap daalt.
De linkse oppositie ziet dat heel anders. PS, Ecolo-Groen en PVDA stemden tegen omdat zij vinden dat de voordelen voor werknemers onvoldoende zijn en de hervorming de ongelijkheid niet verkleint. Vlaams Belang, Anders en DéFI onthielden zich.
Tijdens het debat ontstond een felle woordenwisseling tussen MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez en PVDA-Kamerlid Sofie Merckx. Zij noemde de belastingverlaging voor werknemers "peanuts". Bouchez reageerde scherp en verdedigde de hervorming. "Voor mensen met een laag loon is dat het equivalent van een dertiende maand, van een maandloon. Dat 'peanuts' noemen, getuigt van weinig respect voor mensen met een laag loon", zei hij in de Kamer.
Niet alle belastingverlaging komt er meteen
De fiscale hervorming vertegenwoordigt in totaal een lastenverlaging van ongeveer 4 miljard euro. Oorspronkelijk was het de bedoeling om dat volledige bedrag nog tijdens deze legislatuur uit te voeren.
Om budgettaire redenen besliste de regering echter het laatste pakket van ongeveer 1 miljard euro uit te stellen tot 2030. Daardoor zullen sommige belastingverlagingen pas na de huidige regeerperiode volledig van kracht worden.
Nog meer fiscale hervormingen op komst
Met deze stemming is het fiscale hervormingswerk van de Arizona-regering nog niet afgerond. Een volgende programmawet moet onder meer de vastgoedfiscaliteit verder aanpassen. Daarnaast blijft vooral de invoering van de meerwaardebelasting op financiële activa een gevoelig dossier. Die belasting moet vanaf 1 januari 2026 ingaan en blijft een van de meest besproken onderdelen van het regeerakkoord.
Voor de regering vormt de goedgekeurde personenbelastinghervorming alvast een belangrijke politieke overwinning. Tegelijk is duidelijk dat het debat over de Belgische fiscaliteit nog lang niet voorbij is. Werkgevers vragen verdere lastenverlagingen, terwijl de linkse oppositie net pleit voor een zwaardere belasting van vermogen. Daardoor zal ook het volgende fiscale hoofdstuk wellicht opnieuw tot stevige politieke discussies leiden.