Hoe de EU zich mengt in de Hongaarse verkiezingen (Analyse)
In aanloop naar de Hongaarse verkiezingen van 12 april blijft de rol van de Europese Unie onderbelicht in veel mainstream media. De aandacht gaat vooral naar desinformatie en buitenlandse inmenging, maar veel minder naar de manier waarop Brussel zelf de verkiezingen probeert te sturen. De Digital Services Act (DSA) moet desinformatie, buitenlandse inmenging en schadelijke content tegengaan, een doelstelling die op zich legitiem is. Maar de vraag blijft: wie bepaalt wat desinformatie is? En waar ligt voor de EU de grens tussen buitenlandse inmenging tegengaan en zelf het verloop van verkiezingen beïnvloeden?
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
- De EU grijpt via de Digital Services Act actief in op de kiescampagne in Hongarije, om desinformatie en buitenlandse inmenging tegen te gaan.
- De EU zet daarvoor factcheckers en ngo’s in als ‘trusted flaggers’, wat vragen oproept over wie bepaalt wat gezegd mag worden en wat desinformatie is.
Druk op techbedrijven
De DSA verplicht grote technologiebedrijven zoals Meta, het moederbedrijf van Facebook, en TikTok om sneller en kordater op te treden tegen wat als desinformatie wordt beschouwd. Bedrijven die onvoldoende ingrijpen riskeren zware boetes. Met als gevolg dat sociale mediaplatformen er steeds vaker voor kiezen om inhoud te beperken of minder zichtbaar te maken, eerder dan het risico te lopen te weinig te doen.
Wie bepaalt de grens?
Platformen moeten nepnieuws en propaganda aanpakken, maar wie bepaalt uiteindelijk wat daaronder valt? Beslist de Europese Commissie wat gezegd mag worden, wat als desinformatie geldt en wie nog recht van spreken heeft? De DSA legt die verantwoordelijkheid formeel bij de bedrijven zelf, maar dwingt hen tegelijk om die keuzes te maken onder toezicht en druk van de EU.
Moderatie in de grijze zone
In de praktijk ontstaat een systeem van gestuurde moderatie. Technologiebedrijven voeren het beleid uit binnen een kader dat door Brussel wordt uitgezet. Daarbij spelen ook zogenaamde ‘trusted flaggers’ een rol, vaak ngo’s, “vertrouwde onderzoekers” en factcheckorganisaties die problematische inhoud signaleren. Hun meldingen krijgen prioriteit en kunnen snel leiden tot ingrepen.
In de praktijk richt deze vorm van moderatie zich onder meer op populistische retoriek, kritiek op overheden en anti-EU-standpunten. Daardoor verschuift het zwaartepunt van regulering van duidelijke illegale inhoud naar een bredere en minder scherp afgebakende categorie van toegestane, maar ongewenste meningen.
Verkiezingen als testmoment
Wat minder aandacht krijgt, is hoe intens die coördinatie wordt in de aanloop naar verkiezingen. In de weken voor nationale verkiezingen is er regelmatig overleg tussen Europese instellingen en grote technologiebedrijven. Daarbij ligt de nadruk op snelle detectie en beperking van desinformatie, zeker in de laatste fase van de campagne.
Tegelijk verschuift ook de inhoud van wat wordt gemodereerd. Het gaat al lang niet meer alleen om illegale inhoud, maar steeds vaker om berichten die binnen de wet vallen en toch als problematisch worden beschouwd. Die evolutie verloopt niet alleen via wetgeving, maar ook via richtlijnen, gedragscodes en informele afspraken. Die worden als ‘vrijwillig’ voorgesteld maar zijn in de praktijk moeilijk te negeren.
Orbán versus Brussel
In Hongarije komt die spanning scherp naar voren. Premier Viktor Orbán ligt al jaren overhoop met de Europese Unie. Discussies over rechtsstaat, mediavrijheid en migratie slepen al langer aan, maar ook het dossier rond Oekraïne heeft de relatie verder op scherp gezet.
Hongarije blokkeerde herhaaldelijk Europese steun aan Oekraïne, wat hem ook vorige week op de EU-top op scherpe kritiek kwam te staan. In Brussel groeit daardoor het beeld dat Orbán politiek onmogelijk is geworden. Tegelijk maakt de Hongaarse premier zelf van dat conflict een centraal onderdeel van zijn campagne en profileert hij zich als tegenstander van Europese inmenging.
Dat maakt de situatie dubbel. Enerzijds is er een regeringsleider die botst met de EU en moeilijk te verdedigen valt binnen het Europese kader. Anderzijds is er een Europese Unie die, net in die context, steeds actiever ingrijpt in wat kiezers online te zien krijgen. De vraag is dan niet alleen hoe men met Orbán moet omgaan, maar ook of de rol die de EU zelf opneemt nog wel proportioneel is.
Ongelijk speelveld?
Op sociale media vertaalt zich dat in opvallende verschillen. Orbán heeft ongeveer 1,5 miljoen volgers op Facebook en behaalde met 278 berichten zo’n 5,2 miljoen reacties. Péter Magyar, zijn belangrijkste uitdager, heeft met ongeveer 833.000 volgers een kleiner bereik, maar wist met 179 berichten ongeveer 9,6 miljoen reacties te verzamelen. Zijn berichten genereren dus gemiddeld aanzienlijk meer betrokkenheid.
Op zich valt daar natuurlijk weinig uit op te maken. Of het te maken heeft met inhoud, mobilisatie of algoritmes, blijft onduidelijk. Maar de twijfel neemt toe wanneer platforms ingrijpen. In de aanloop naar de verkiezingen werden meerdere pro-regeringsgezinde regionale mediapagina’s verwijderd, goed voor samen honderdduizenden volgers. Er is geen bewijs dat Orbáns persoonlijke account werd beperkt, maar de combinatie van ingrepen en regelgeving wekt de indruk dat de zichtbaarheid van politieke standpunten niet langer neutraal verloopt.
Beschermen of sturen?
De Europese Commissie verwijst naar mogelijke Russische inmenging om haar aanpak te onderbouwen. Die dreiging is reëel en verdient aandacht. Maar tegelijk verdient ook de rol van de EU zelf meer aandacht dan ze vandaag krijgt. In veel berichtgeving ligt de nadruk op de gevaren van desinformatie, terwijl de impact van de tegenmaatregelen onderbelicht blijft.
De DSA speelt in op reële problemen en legt terecht meer verantwoordelijkheid bij technologiebedrijven. Maar de uitvoering toont hoe dun de lijn is tussen beschermen en sturen. Wanneer overheden, bedrijven en ngo’s samen bepalen wat betrouwbare informatie is en welke informatie zichtbaar mag blijven, komt de vrijheid van meningsuiting onder druk te staan
De situatie in Hongarije legt dat spanningsveld scherp bloot. Dat Orbán voor veel Europese leiders politiek onmogelijk is geworden, betekent niet dat de rol van de EU boven elke discussie verheven is. In haar poging om het debat te beschermen, wordt de Unie zelf steeds actiever in het sturen en begrenzen ervan.