IJslanders zeggen nee tegen EU: visserij en soevereiniteit wegen zwaarder dan Brussel
IJsland houdt de deur naar de Europese Unie voorlopig dicht. In een referendum stemde 52,8% tegen het hervatten van de onderhandelingen over het EU-lidmaatschap. Vooral de visserij en de vrees om zeggenschap aan Brussel af te staan, wogen zwaar.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Met 52,8% tegen hebben de IJslanders het hervatten van de onderhandelingen over EU-lidmaatschap afgewezen. De controle over de visserij en het behoud van nationale zeggenschap speelden het nee-kamp in de kaart. Via de EER blijft het land intussen nauw verbonden met de Europese interne markt.
De IJslanders hebben zaterdag een duidelijke keuze gemaakt. In het referendum stemde 52,8% tegen het hervatten van de onderhandelingen over het EU-lidmaatschap. 47,2% stemde voor. De opkomst bedroeg 82,5%, meldt Reuters.
De stemming ging dus niet over het EU-lidmaatschap zelf. De vraag was of Reykjavik de onderhandelingen met Brussel, die al meer dan tien jaar stilliggen, opnieuw mocht opnemen. Bij een akkoord zou later nog een tweede referendum over de daadwerkelijke toetreding volgen.
Wel interne markt, geen EU-lid
Een nee tegen de EU betekent voor IJsland geen afscheid van Europa. Het land maakt sinds 1994 deel uit van de Europese Economische Ruimte (EER). Daardoor heeft het toegang tot de Europese interne markt, terwijl Reykjavik belangrijke bevoegdheden zelf in handen houdt.
Dat model lijkt veel IJslanders te bevallen. Premier Kristrún Frostadóttir trok na de stemming alvast haar conclusie. Haar regering wil de bestaande banden met de EU via de EER nu verder versterken.
Ook geografisch tekende zich een duidelijke kloof af. Alleen de twee kiesdistricten in het centrum van Reykjavik stemden voor nieuwe onderhandelingen. In de landelijke gebieden en de buitenwijken van de hoofdstad haalde het nee-kamp een meerderheid.
Visserij weegt zwaar
Vooral de visserij speelde een hoofdrol in de campagne. De sector is goed voor ongeveer 40% van de IJslandse exportinkomsten. Rechtstreeks en onrechtstreeks draagt hij bovendien zowat 15% bij aan het bruto binnenlands product.
De vrees dat Brussel zich met de visquota zou bemoeien, lag daardoor bijzonder gevoelig. Het nee-kamp wilde de controle over de visgronden niet op het spel zetten. Voorstanders wierpen tegen dat de EU rekening zou kunnen houden met de bijzondere positie van IJsland.
Ook Europees commissaris voor Uitbreiding Marta Kos liet verstaan dat voor visserij en landbouw creatieve oplossingen mogelijk waren. Die beloften konden een meerderheid echter niet overtuigen. Visserij raakte tijdens de campagne bovendien aan een ruimere vraag: hoeveel zeggenschap wil een klein land aan Brussel afstaan?
Ook Trump overtuigt niet
Het ja-kamp zette daar economische en geopolitieke argumenten tegenover. IJsland kampt met hoge rente en inflatie. Voorstanders hoopten dat EU-lidmaatschap en op termijn mogelijk de euro meer economische stabiliteit zouden brengen.
Daarnaast speelde veiligheid mee. IJsland heeft geen eigen leger, maar is wel lid van de NAVO en heeft al decennialang nauwe defensiebanden met de Verenigde Staten. De uitspraken van de Amerikaanse president Donald Trump over Groenland gaven het debat over de positie van IJsland in het Noordpoolgebied extra gewicht.
Ook dat argument overtuigde uiteindelijk niet genoeg IJslanders. Veel kiezers zagen economisch noch op het vlak van veiligheid voldoende reden om nu van koers te veranderen. De bestaande band met Europa bleek voor hen voldoende.
Soevereiniteit zit diep
Ook de achtergrond van het IJslandse nee speelt mee. In analyses die Brussels Report zondag publiceerde, wijzen twee kenners van IJsland en de Europese instellingen op de grote betekenis van nationale zeggenschap.
Hannes Hólmsteinn Gissurarson, emeritus hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van IJsland, zoekt een deel van de verklaring in de sterke nationale identiteit van de IJslanders. Die werd gevormd door de onafhankelijkheidsstrijd tegen Denemarken en later door de kabeljauwoorlogen over de visgronden rond het eiland.
Carl Baudenbacher, voormalig voorzitter van het EFTA-Hof, benadrukt dan weer de aantrekkingskracht van het huidige Europese model. IJsland neemt via de EER deel aan de interne markt, maar houdt onder meer visserij, landbouw, buitenlandse handel en monetair beleid grotendeels zelf in handen.
Icesave als waarschuwing
Baudenbacher haalt ook de Icesave-zaak aan. Na de IJslandse bankencrisis ontstond een conflict over de verliezen van buitenlandse spaarders bij de failliete internetbank Icesave van Landsbanki. Vooral het Verenigd Koninkrijk en Nederland wilden dat IJsland daarvoor opdraaide.
Het EFTA-Hof oordeelde in 2013 dat IJsland niet verplicht was om die buitenlandse spaarders met staatsmiddelen schadeloos te stellen. Voor Baudenbacher toont die uitspraak de waarde van de afzonderlijke EFTA-structuur. Een klein land behoudt er meer ruimte dan binnen een volledig EU-lidmaatschap, luidt zijn redenering.
Ook de eigen munt speelt in die discussie mee. De IJslandse kroon verloor tijdens de bankencrisis van 2008 fors aan waarde. Daardoor kon de economie zich sneller aanpassen. Voor tegenstanders van toetreding blijft een eigen munt daarom een instrument dat ze liever niet uit handen geven.
Brussel krijgt voorlopig geen tweede kans
IJsland vroeg in 2009, midden in de financiële crisis, het EU-lidmaatschap aan. Vier jaar later legde een eurosceptische regering de onderhandelingen stil. De huidige centrumlinkse regering wilde weten of de bevolking die gesprekken opnieuw wilde openen.
Het antwoord is nee. Frostadóttir heeft al duidelijk gemaakt dat de kwestie tijdens de rest van haar ambtstermijn niet opnieuw op tafel komt. Voor Brussel is de uitslag een tegenvaller: IJsland is welvarend, politiek stabiel en al sterk verweven met de Europese interne markt.
De IJslanders hebben daarmee hun vertrouwde Europese koers bevestigd: economisch nauw verbonden met de EU, maar politiek op afstand. De interne markt blijft welkom. Meer macht voor Brussel ligt voorlopig een stuk moeilijker.