Drie Amerikaanse presidenten, dezelfde impasse: hoe Iran de nucleaire drempel bereikte
Van Obama’s nucleaire akkoord tot Trumps terugtrekking en Bidens mislukte diplomatie: Iran is stap voor stap dichter bij de nucleaire drempel gekomen. Meer dan tien jaar Amerikaanse strategieën hebben één ding niet kunnen verhinderen: Teheran staat sterker dan ooit.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
Na meer dan tien jaar diplomatie, sancties en militaire druk is Iran dichter bij de nucleaire drempel gekomen, terwijl drie opeenvolgende Amerikaanse presidenten er niet in slaagden die evolutie te stoppen.
Toen de Verenigde Staten, Iran en verschillende grootmachten in 2015 het Gezamenlijk Alomvattend Actieplan (beter bekend als het JCPOA) sloten, leek het doel duidelijk: Teheran duurzaam verhinderen om toegang te krijgen tot kernwapens, zonder tegelijk een regionale militaire confrontatie uit te lokken.
Elf jaar later is de balans hard. Iran beschikt vandaag over bijna tien ton verrijkt materiaal, waaronder enkele honderden kilo’s uranium dat tot 60 procent is verrijkt, een niveau dat bijzonder dicht bij militaire standaarden ligt. Volgens verschillende schattingen van internationale experts en gegevens van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) zou Teheran theoretisch over voldoende materiaal beschikken om meerdere kernwapens te voeden, mocht er een politieke beslissing in die richting worden genomen.
De paradox is opvallend. Drie opeenvolgende Amerikaanse presidenten kozen voor heel verschillende strategieën: multilaterale diplomatie onder Barack Obama, maximale druk onder Donald Trump, een poging om de dialoog te herstellen onder Joe Biden en daarna opnieuw een harde lijn tijdens Trumps tweede ambtstermijn. Toch slaagde geen van hen erin om die vooruitgang tegen te houden. De geschiedenis van het Iraanse nucleaire programma van het afgelopen decennium lijkt intussen vooral een opeenstapeling van gemiste kansen, verkeerde inschattingen en slechts gedeeltelijk bereikte doelstellingen.
Het akkoord van Obama: de Iraanse koers vertragen, niet uitschakelen
Het JCPOA, dat in juli 2015 werd ondertekend, was het resultaat van jarenlange onderhandelingen tussen Washington, Teheran en de grote internationale machten. De tekst legde het Iraanse programma toen zeer strenge beperkingen op. De voorraden verrijkt uranium werden beperkt tot ongeveer 300 kilogram. Het verrijkingsniveau werd vastgelegd op 3,67 procent, geschikt voor civiel gebruik maar ver verwijderd van militair gebruik. Ook werden versterkte internationale inspectiemechanismen ingevoerd.
Voor de verdedigers van het akkoord was die aanpak pragmatisch: het ging er niet om de Iraanse nucleaire capaciteiten definitief uit te wissen, maar wel om een eventuele toegang tot kernwapens extreem moeilijk, duur en traag te maken.
Maar de kritiek liet niet lang op zich wachten. Sommige beperkingen zouden vanaf 2030 geleidelijk aflopen. Iran behield de mogelijkheid om bepaalde technologische onderzoeken naar zijn centrifuges voort te zetten. Verschillende Amerikaanse verantwoordelijken, ook buiten het Republikeinse kamp, maakten zich toen al zorgen dat het akkoord het probleem vooral zou uitstellen zonder het echt op te lossen. Donald Trump maakte van die kritiek later een belangrijk thema in zijn presidentscampagne.
De Amerikaanse terugtrekking van 2018 verandert de koers grondig
In mei 2018 trok Donald Trump de Verenigde Staten eenzijdig terug uit het JCPOA. Het Witte Huis vond dat het akkoord tekortschiet en verschillende cruciale dreigingen ongemoeid liet: het Iraanse ballistische programma, de regionale steun aan verschillende gewapende groepen en het behoud van een nucleaire capaciteit die op middellange termijn opnieuw geactiveerd kon worden.
Washington voerde daarop opnieuw een brede campagne van economische sancties in, in het kader van de zogenaamde strategie van “maximale druk”. Het doel was eenvoudig: Iran dwingen tot een ambitieuzer en strenger akkoord.
De Iraanse economie kreeg zware klappen door de terugkeer van de Amerikaanse sancties. Maar Teheran weigerde nieuwe onderhandelingen te openen en koos geleidelijk voor een andere weg: het systematisch afbouwen van de nucleaire beperkingen die door het JCPOA waren opgelegd.
Vanaf 2019 overschreed Iran de toegestane plafonds voor zijn voorraden verrijkt uranium. Het verrijkingsniveau steeg naar 4,5 procent. Krachtigere centrifuges werden geleidelijk opnieuw in gebruik genomen. De ondergrondse installatie van Fordow hervatte haar verrijkingsactiviteiten. Ook Natanz versnelde zijn capaciteit. Tegen het einde van Trumps eerste ambtstermijn naderde Iran al de grens van drie ton verrijkt materiaal.
Volgens Richard Nephew, voormalig Amerikaans onderhandelaar in het nucleaire dossier onder Obama en Biden, geciteerd in de analyse van The Wall Street Journal, heeft de Amerikaanse terugtrekking de dynamiek van het Iraanse programma fundamenteel veranderd.
Andere experts plaatsen daar wel een belangrijke nuance bij. Volgens hen zou Iran waarschijnlijk ook zonder Amerikaanse terugtrekking dichter bij de nucleaire drempel zijn gekomen, omdat de vervalclausules in het JCPOA de doeltreffendheid van het oorspronkelijke akkoord op termijn hoe dan ook zouden hebben verminderd.
Biden probeert de diplomatie te herstellen, maar faalt
Joe Biden kwam in het Witte Huis met een andere strategie. Hij beloofde terug te keren naar het nucleaire akkoord van 2015, maar wilde tegelijk onderhandelen over een “langer en sterker” kader.
Alleen was de diplomatieke realiteit intussen grondig veranderd. Iran eiste garanties dat geen enkele toekomstige Amerikaanse president een nieuw akkoord opnieuw zou kunnen verlaten, zoals Donald Trump dat in 2018 had gedaan. Maar zo’n belofte is juridisch moeilijk te geven in een Amerikaans politiek systeem waarin uitvoerende akkoorden kwetsbaar blijven voor machtswissels.
De onderhandelingen werden in het voorjaar van 2021 hervat. Slechts enkele dagen later verrijkte Iran zijn uranium voor het eerst tot 60 procent. Het symbool was enorm. Geen enkele officieel niet-nucleaire staat produceerde op dat moment zulke hoeveelheden op dat verrijkingsniveau.
De gesprekken liepen geleidelijk vast. In 2022 mislukten ze. Intussen bleven de Iraanse capaciteiten toenemen. In 2024 schatten de Amerikaanse inlichtingendiensten dat Teheran bepaalde activiteiten uitvoerde die een toekomstige militarisering van zijn programma zouden kunnen vergemakkelijken. Iran blijft ontkennen dat het kernwapens wil bouwen. Maar de westerse bezorgdheid neemt toe.
Trump II erft een veel moeilijker probleem
De terugkeer van Donald Trump naar het Witte Huis vindt plaats in een totaal andere context dan die van 2018.
Volgens gegevens die door The Wall Street Journal worden aangehaald, beschikte Teheran vóór de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op bepaalde Iraanse nucleaire installaties in 2025 al over een theoretische hoeveelheid verrijkt materiaal die bijna tien kernwapens zou kunnen voeden. De aanvallen hebben bepaalde infrastructuur zwaar beschadigd.
Maar ze hebben noch de wetenschappelijke kennis uitgewist die in meer dan tien jaar werd opgebouwd, noch de aangelegde voorraden volledig vernietigd. Washington eist nu een volledige stopzetting van de verrijking. Iran weigert.
De gesprekken van de afgelopen maanden hebben de impasse niet doorbroken. Het Iraanse probleem lijkt vandaag moeilijker dan op eender welk moment sinds 2015. Want zelfs als bepaalde installaties vernietigd kunnen worden, blijven de opgebouwde technische vaardigheden bestaan. Centrifuges kunnen opnieuw worden gebouwd. Industriële ketens kunnen opnieuw worden opgestart. Tijd speelt intussen een andere rol.
Een decennium van opeengestapelde fouten
De huidige mislukking toeschrijven aan één enkele Amerikaanse regering zou te simplistisch zijn. Het akkoord van Obama heeft het Iraanse programma aanzienlijk vertraagd, maar bevatte structurele beperkingen. De terugtrekking onder Trump heeft verschillende Iraanse technische evoluties versneld. Biden slaagde er niet in om opnieuw een geloofwaardig diplomatiek kader op te bouwen. Iran zelf heeft elke politieke of diplomatieke ruimte methodisch gebruikt om zijn capaciteiten geleidelijk te versterken.
Het resultaat: na meer dan tien jaar Amerikaanse strategieën die soms tegengesteld en vaak tegenstrijdig waren, lijkt het probleem dat Washington precies wilde vermijden vandaag dichterbij dan in 2015. Dat is misschien wel de hardste vaststelling. Drie Amerikaanse presidenten volgden drie verschillende benaderingen. Geen enkele heeft kunnen verhinderen dat Iran dichter bij de nucleaire drempel kwam.