Vandenbroucke wist al jaren dat de controle op langdurig zieken faalde
De bewijzen stapelen zich op. Al in 2021 werd Frank Vandenbroucke gewaarschuwd dat de controle op langdurig zieken faalde, dat ziekenfondsen verschillend werkten en dat cruciale gegevens ontbraken. Toch liet hij het systeem jarenlang verder ontsporen. Dat lijkt steeds meer op schuldig verzuim.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Parlementaire documenten tonen dat Frank Vandenbroucke al sinds 2021 wist dat de controle op langdurig zieken faalde, maar jarenlang nauwelijks ingreep.
Kamer waarschuwde al in 2021
Frank Vandenbroucke probeert vandaag de indruk te wekken dat de omvang van het probleem pas recent echt duidelijk werd. De parlementaire documenten tonen nochtans iets anders.
Op 19 mei 2021 kreeg de minister in de Kamer al scherpe vragen over de controle op langdurig zieken. N-VA-Kamerlid Valerie Van Peel wees toen op grote verschillen tussen ziekenfondsen bij de opvolging van arbeidsongeschikten.
Sommige ziekenfondsen voerden de verplichte quickscans na twee maanden arbeidsongeschiktheid bijna systematisch uit. Andere deden dat veel minder. Ook de beoordelingen liepen sterk uiteen.
Bij de Christelijke Mutualiteiten concludeerden adviserend artsen in 61 procent van de dossiers dat werkhervatting binnen zes maanden mogelijk was. Andere ziekenfondsen kwamen veel sneller tot de conclusie dat terugkeer naar werk onmogelijk was. Daarom stelde Van Peel een bijzonder gevoelige vraag aan de minister: “Is het mogelijk dat de adviserende artsen van bepaalde ziekenfondsen veel soepeler oordelen dan anderen?”
Daarmee lag het probleem van ongelijke controle toen al op tafel.
Cruciale gegevens ontbraken
Daarnaast bleek ook de gegevensverzameling zwaar tekort te schieten.
Van Peel stelde in de commissie dat “de meest elementaire gegevens ontbreken”. Sommige ziekenfondsen konden niet eens aangeven hoeveel quickscans effectief werden uitgevoerd. Andere instellingen hielden onvoldoende gegevens bij over de situatie van langdurig zieken.
De reactie van Vandenbroucke was opvallend voorzichtig. “Ik heb geen bijkomende data die een antwoord kunnen bieden op de vragen”, antwoordde hij toen. Tegelijk gaf hij toe dat het Riziv werkte aan “een nieuwe gegevensstroom” om de inspanningen van ziekenfondsen beter op te volgen.
Met andere woorden: de minister wist toen al dat de overheid onvoldoende zicht had op de controles en begeleiding van langdurig zieken. Toch volgde geen grote hervorming.
Experten sloegen alarm
Een dag eerder had arbeidseconoom Stijn Baert tijdens een parlementaire hoorzitting al gewaarschuwd voor de risico’s binnen het systeem. Baert sprak expliciet over “moral hazard” in de ziekteverzekering. Volgens hem dreigen sommige burgers “onterecht in te stromen” wanneer de overheid de toegang tot sociale zekerheid onvoldoende bewaakt.
Hij pleitte voor strengere controle door artsen en ziekenfondsen. Ook verwees hij naar Nederland, waar de opvolging veel strenger gebeurt. Daarnaast koppelde hij de stijging van langdurig zieken aan strengere regels in andere uitkeringssystemen. Voor sommige mensen dreigde de ziekteverzekering volgens hem “de weg van de minste weerstand” te worden.
Dat waren geen kleine signalen. Het ging om duidelijke waarschuwingen in het federale parlement, gericht aan de bevoegde minister.
Het systeem ontspoorde verder
Toch veranderde er jarenlang weinig fundamenteels. Het aantal langdurig zieken bleef stijgen. De controles bleven versnipperd. Ziekenfondsen bleven verschillend werken. En de overheid beschikte nog altijd niet over uniforme gegevens.
Intussen raakte ook bekend dat tijdens de coronaperiode duizenden 50-plussers automatisch arbeidsongeschikt werden verklaard zonder bijkomende controle. Die beslissing bleef jaren overeind.
Vandaag probeert Vandenbroucke zich tegelijk streng en kordaat op te stellen. Hij waarschuwt ziekenfondsen dat ze zich “totaal moeten heruitvinden” en legt de nadruk op hun verantwoordelijkheid.
Maar precies daar wringt het politieke verhaal. Want dezelfde problemen die hij vandaag aanklaagt, werden hem al in 2021 uitvoerig voorgelegd.
Ook de ziekenfondsen lagen onder vuur
Opvallend is hoe sterk Vandenbroucke vandaag de focus legt op de ziekenfondsen, terwijl hij zelf al jaren politiek verantwoordelijk is voor het beleid rond arbeidsongeschiktheid. Nochtans lag ook de dubbele rol van de ziekenfondsen al jaren onder vuur.
Tijdens de commissievergadering stelde Valerie Van Peel dat adviserend artsen beter onder het Riziv zouden vallen “zodat er tenminste een eenvormig beleid wordt gevoerd”. Ze wees er bovendien op dat ziekenfondsen financieel belang hebben bij het behoud van leden binnen het systeem.
Dat was zware kritiek op de werking van het systeem zelf. Toch greep Vandenbroucke niet in. In plaats van een structurele hervorming kwamen er vooral bijkomende overlegstructuren, coördinatoren en nieuwe trajecten. Ondertussen bleef het aantal langdurig zieken verder oplopen.
Het verwijt van schuldig verzuim groeit
Vandaag presenteert Vandenbroucke zich als de man die eindelijk orde op zaken zet. Alleen tonen de parlementaire documenten dat hij al jaren wist hoe ernstig de situatie was. Hij kende de gebrekkige controles, de ontbrekende gegevens en de grote verschillen tussen ziekenfondsen. Toch liet hij het systeem verder ontsporen.
De vraag is intussen niet meer of de minister op de hoogte was, maar waarom hij zo lang nauwelijks ingreep. Dat is precies waarom het verwijt van politiek schuldig verzuim steeds luider klinkt.