Loon of nabijheid? Wat Belgen ertoe aanzet om bij hun werkgever te blijven (of niet)
De afstand tussen woning en werk speelt een grotere rol dan het loon bij de keuze om bij een werkgever te blijven, zo blijkt uit een studie van Partena Professional. Dat geldt vooral voor vrouwen, terwijl het mobiliteitsbudget in België nog altijd weinig toegankelijk is.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Samenvatting van het artikel
De afstand tussen woning en werk blijkt voor Belgen een belangrijkere factor om bij hun werkgever te blijven dan het salaris, vooral voor vrouwen, terwijl flexibele loonformules en het mobiliteitsbudget nog weinig toegankelijk zijn.
De nabijheid van de werkplek zou een grotere rol spelen dan het salaris bij de beslissing van Belgen om bij hun werkgever te blijven. Dat is een van de conclusies uit een studie van Partena Professional bij 1.000 Belgische werknemers en 250 werkgevers, uitgevoerd met de steun van arbeidseconoom Stijn Baert.
De werknemers kregen dertien factoren voorgelegd en moesten aangeven welke hen ertoe aanzetten om bij hun huidige werkgever te blijven. Werkzekerheid staat daarbij op de eerste plaats (58%), gevolgd door de balans tussen werk en privéleven (49,5%) en de inhoud van het werk (44,7%).
De woon-werkafstand staat op de vierde plaats en wordt door 38,1 procent van de respondenten genoemd. Daarmee komt dat element vóór het brutoloon (35,1%) en extralegale voordelen (33,6%). Telewerk wordt door 23,8 procent van de werknemers genoemd.
Een verschil met de perceptie van werkgevers
De studie legt vooral een verschil in perceptie tussen werknemers en werkgevers bloot. Werkgevers plaatsen het brutoloon op de tweede plaats als factor die werknemers aan hun werkgever bindt, met 42,8 procent. De woon-werkafstand staat bij hen pas op de elfde plaats, met 21,5 procent.
“Deze cijfers sluiten aan bij de conclusies van onze UGent@Work-studie van drie jaar geleden over wat werknemers in het algemeen belangrijk vinden in hun job: het salaris is lang niet de belangrijkste factor”, zegt Stijn Baert.
Volgens de arbeidseconoom geldt: “Als u uw medewerkers aan uw bedrijf wilt binden, is een loonsverhoging niet de enige hefboom waarover u beschikt.”
Uit de enquête blijkt voorts dat 12,2 procent van de bevraagde werknemers over een bedrijfswagen beschikt. “Voor de meerderheid van de werknemers bestaat dat voordeel simpelweg niet”, benadrukt Mieke Hendrickx, Managing Partner bij Partena Professional. “Zolang mobiliteit synoniem blijft met een bedrijfswagen, hebben we het over een voordeel waar zeven op de acht werknemers geen toegang toe hebben.”
Een grotere impact bij vrouwen
Het belang dat werknemers hechten aan hun verplaatsingen verschilt maar weinig naargelang van hun beroepsstatuut, arbeidsregime of gezinssituatie. “De verplaatsingen tussen woning en werk behoren tot de weinige elementen waaraan vrijwel iedereen evenveel belang hecht: jong of oud, arbeider of bediende, met of zonder kinderen”, merkt Mieke Hendrickx op.
Toch is er een verschil tussen mannen en vrouwen. 41,8 procent van de vrouwen noemt de woon-werkafstand als een reden om bij hun werkgever te blijven, tegenover 34,6 procent van de mannen. Omgekeerd wordt het brutoloon door 41,3 procent van de mannen genoemd, tegenover 28,6 procent van de vrouwen. Vrouwen hechten ook meer belang aan flexibele werktijden en telewerk.
“Het lijkt erop dat alles wat met tijd en verplaatsingen te maken heeft, voor vrouwen belangrijker is dan voor mannen”, stelt Mieke Hendrickx.
“Dat is niet verrassend”, voegt Stijn Baert eraan toe. Volgens hem “tonen studies steevast aan dat voltijds werkende vrouwen in totaal meer uren per week werken, als je zowel betaald werk als huishoudelijke taken meetelt. Ze hebben daardoor nog minder tijd te verliezen aan woon-werkverplaatsingen.”
Het mobiliteitsbudget blijft weinig ingeburgerd
De studie wijst tegelijk op de beperkte toegang tot flexibele loonformules. Slechts 8,4 procent van de bevraagde werknemers kan zijn of haar bedrijfswagen inruilen voor een mobiliteitsbudget, terwijl 79,5 procent aangeeft geen enkele vorm van loonflexibiliteit te genieten.
Ook tussen mannen en vrouwen zijn de verschillen aanzienlijk: 85,9 procent van de vrouwen beschikt over geen enkele vorm van loonflexibiliteit, tegenover 73,4 procent van de mannen. Slechts 5,2 procent van de vrouwen krijgt de mogelijkheid om een bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget, tegenover 11,3 procent van de mannen. Tot slot beschikt 8,7 procent van de vrouwen over een bedrijfswagen, tegenover 15,7 procent van de mannen.
De enquête werd tussen 31 juli en 19 augustus 2026 uitgevoerd door iVOX bij een steekproef die als representatief wordt voorgesteld voor 1.000 Belgische werknemers en 250 werkgevers. De maximaal aangekondigde foutenmarge bedraagt 3,02 procent voor de werknemers en 6,16 procent voor de werkgevers.