Deze fiscale reflex kan ondernemers uiteindelijk geld kosten
Uit een studie van UHasselt en Xerius blijkt dat een op de drie Franstalige ondernemers sterk vatbaar zou zijn voor het ‘fiscale tunneleffect’: wie zijn belastingen wil verlagen, kan beslissingen nemen die uiteindelijk meer kosten dan ze opleveren.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Samenvatting van het artikel
Uit onderzoek van UHasselt en Xerius blijkt dat veel ondernemers zich blindstaren op fiscale voordelen, waardoor uitgaven die belasting besparen hen financieel toch meer kunnen kosten dan ze opleveren.
De belastingdruk verlagen via fiscale aftrekbare uitgaven betekent niet noodzakelijk dat je financieel een goede zaak doet. Uit een onderzoek van de Universiteit Hasselt (UHasselt) en Xerius bij 190 Franstalige ondernemers blijkt dat een derde van hen sterk vatbaar zou zijn voor het ‘fiscale tunneleffect’. Daarbij krijgt het fiscale voordeel voorrang op de werkelijke kostprijs van een beslissing.
Een bedrijfswagen vervangen om gebruik te kunnen maken van nieuwe afschrijvingen, extra uitgaven doen voor het einde van een goed boekjaar … Zulke reflexen kunnen fiscaal interessant lijken, maar zijn dat financieel niet noodzakelijk.
Volgens de studie is 33 procent van de ondervraagde Franstalige ondernemers sterk vatbaar voor dat ‘fiscale tunneleffect’, terwijl 65 procent er gemiddeld gevoelig voor is. Slechts 2 procent zou er weinig of helemaal niet vatbaar voor zijn. Opvallend is dat 71 procent van de respondenten vindt dat hun fiscale kennis minstens gemiddeld is en 21 procent die kennis als hoog inschat.
"Sommige ondernemers worden er uiteindelijk armer van"
Volgens Maarten Corten, hoofddocent audit en accountancy aan UHasselt, volstaat fiscale kennis niet om die denkfout te vermijden. “Ondernemers schatten hun fiscale kennis doorgaans hoog in, maar blijken toch verrassend vatbaar voor het fiscale tunneleffect”, legt hij uit.
Volgens de onderzoeker houdt dat in dat een beslissing wordt beoordeeld “op basis van de belastingbesparing die ze oplevert, zonder voldoende rekening te houden met de totale kostprijs." Dat kan soms tot een paradoxaal gevolg leiden: “Sommige ondernemers worden uiteindelijk armer doordat ze belastingen willen besparen.”
De onderzoekers stellen bovendien vast dat er weinig verband is tussen die gevoeligheid en het opleidingsniveau, een economische opleiding of de fiscale kennis waarover ondernemers naar eigen zeggen beschikken.
Een fiscale aftrek dekt slechts een deel van de uitgave
Wim Daems, doctoraatsonderzoeker aan UHasselt, wijst erop dat een aftrekbare uitgave in de eerste plaats gewoon een uitgave blijft. “Veel ondernemers weten dat een uitgave fiscaal aftrekbaar is, maar lijken soms uit het oog te verliezen dat de aftrek slechts een deel van de kost compenseert.”
Een investering kan uiteraard nog altijd zinvol zijn als ze “meer comfort, minder onderhoud of lagere kosten” oplevert, vervolgt hij. “Maar het wordt problematisch wanneer de belastingbesparing de belangrijkste reden is om een uitgave te doen.”
De studie geeft een eenvoudig voorbeeld: bij een belastingtarief van 25 procent levert een volledig aftrekbare uitgave van 1.000 euro een belastingbesparing van 250 euro op. Het bedrijf heeft echter wel 1.000 euro uitgegeven en beschikt dus, als alle andere omstandigheden gelijk blijven, over 750 euro minder.
De rol van de boekhouder
Xerius roept ondernemers daarom op om fiscaliteit mee te nemen in een bredere financiële analyse. “Ondernemers doen er goed aan zich niet te beperken tot het fiscale voordeel”, benadrukt Stéphanie Gowenko van Xerius. “Ze moeten ook rekening houden met de werkelijke kostprijs, de meerwaarde van de investering en de impact ervan op hun cashflow.”
“Een grondig gesprek met een boekhouder blijft vaak de beste garantie voor een weloverwogen beslissing”, voegt ze eraan toe. Die aanbeveling geldt voor een grote meerderheid van de ondervraagden: 90 procent zegt een beroep te doen op een externe accountant.
De enquête werd online afgenomen tussen 7 april en 18 mei 2026 bij 190 Franstalige ondernemers, van wie 70 procent in Wallonië en 30 procent in Brussel gevestigd is. De auteurs benadrukken dat een enquête van dit type mogelijk onderhevig is aan selectiebias.