Nieuwe belasting op tweede verblijven ligt op tafel bij de regering
De regering-De Wever overweegt een hogere belasting op tweede verblijven door de coëfficiënt voor het kadastraal inkomen op te trekken. Volgens De Tijd zouden daardoor minstens 1,4 miljoen Belgen worden getroffen.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Samenvatting van het artikel
De nota-De Wever voorziet in een verhoging van de coëfficiënt van 1,4 die wordt toegepast op het geïndexeerde kadastraal inkomen van tweede verblijven.
Volgens De Tijd voorziet de startnota van Bart De Wever in een hogere belasting op tweede verblijven en investeringspanden. Die maatregel zou minstens 1,4 miljoen Belgen kunnen treffen.
Terwijl de federale regering op zoek is naar meerdere miljarden euro's om de begroting weer op het juiste spoor te krijgen, draaien de gesprekken onder meer rond de verdeling van de inspanning. Verschillende Arizona-partijen, waaronder cd&v, Vooruit en Les Engagés, pleiten voor een grotere bijdrage van de "sterkste schouders". De MR legt dan weer meer de nadruk op besparingen en maatregelen die de groei kunnen ondersteunen.
Volgens informatie van De Tijd bevat de startnota die premier Bart De Wever heeft ingediend al verschillende maatregelen om die bijdrage te verhogen. Een daarvan is een wijziging van de belasting voor eigenaars van een tweede verblijf.
Coëfficiënt hoger dan 1,4
Vandaag wordt voor een bebouwd onroerend goed dat niet de eigen woning is en niet voor beroepsdoeleinden wordt verhuurd, de belastbare basis berekend op basis van het geïndexeerde kadastraal inkomen, verhoogd met 40 procent. De FOD Financiën bevestigt dat mechanisme: het kadastraal inkomen wordt eerst geïndexeerd en vervolgens vermenigvuldigd met 1,40.
De piste die momenteel op tafel ligt, bestaat erin die coëfficiënt van 1,4 te verhogen. Hoe hoog de nieuwe coëfficiënt precies zou worden, is nog niet bekend.
Concreet zou de belastbare basis voor het vastgoed stijgen, waardoor een groter bedrag aan inkomsten onderworpen wordt aan de personenbelasting. De impact zou onder meer afhangen van het kadastraal inkomen van het pand en de fiscale situatie van de eigenaar. De personenbelasting is in België progressief, met tarieven die momenteel variëren van 25 tot 50 procent.
Het gaat dus niet om een belasting op de werkelijk ontvangen huurinkomsten. Die piste, die ook tijdens eerdere begrotingsbesprekingen geregeld ter sprake kwam, is niet degene die in het voorstel van de zakenkrant naar voren wordt geschoven.
Minstens 1,4 miljoen Belgen getroffen
De mogelijke impact van de maatregel is aanzienlijk. Volgens De Tijd zouden minstens 1,4 miljoen Belgen met de verhoging van de vastgoedbelasting te maken kunnen krijgen.
Hoeveel de maatregel de begroting precies zou opleveren, is nog niet bekend. Dat hangt rechtstreeks af van het niveau waarop de nieuwe coëfficiënt wordt vastgesteld.
De nieuwe piste komt er nadat de regering-De Wever al heeft beslist om de federale aftrek voor interesten op leningen voor andere panden dan de eigen woning af te schaffen. Tot nu toe konden eigenaars die een lening waren aangegaan voor de financiering van een tweede verblijf of investeringspand, onder bepaalde voorwaarden, de betaalde interesten aftrekken van hun belastbare vastgoedinkomsten. Het verdwijnen van die mogelijkheid verhoogt de belastingfactuur voor sommige eigenaars nu al.
Hoe zit het met woningen in het buitenland?
Ook voor de vele Belgen die een woning in het buitenland bezitten, is de kwestie relevant.
De situatie hangt onder meer af van de dubbelbelastingverdragen die België heeft gesloten. Voor een eigenaar die bijvoorbeeld een tweede verblijf in Spanje bezit, wordt het pand in principe belast in het land waar het gelegen is, wanneer het verdrag dat bepaalt.
Het buitenlandse vastgoedinkomen moet wel worden vermeld in de Belgische belastingaangifte en kan een rol spelen bij de bepaling van het belastingtarief dat op andere inkomsten van toepassing is. Dat betekent dat de fiscale situatie van iemand met een tweede verblijf in België niet noodzakelijk dezelfde is als die van een Belg die een woning bezit in bepaalde andere landen.
Voorstel moet begrotingsconclaaf nog overleven
De grote vraag is nog of de maatregel ook in het definitieve akkoord zal staan.
De startnota van Bart De Wever voorziet in een inspanning van ongeveer 14 miljard euro, meer dan de doelstelling van 10 miljard euro tegen 2029. De nota vormt in de eerste plaats een basis voor de onderhandelingen en heeft binnen de meerderheid al heel wat bezwaren opgeroepen. De MR vindt onder meer dat de verhouding tussen nieuwe inkomsten en besparingen uit balans is.
De vastgoedfiscaliteit zou daardoor een van de gevoelige dossiers in de komende onderhandelingen kunnen worden. Met deze piste kan de premier deels tegemoetkomen aan partijen die een grotere bijdrage van vermogenden vragen, maar tegelijk dreigt hij op verzet te botsen van de Franstalige liberalen tegen nieuwe belastingverhogingen.
De informatie lokte meteen een reactie uit bij de oppositie, onder meer bij Frédéric De Gucht, voorzitter van de Vlaamse liberalen van Anders. "Als ik de krantenkoppen van de afgelopen tijd lees, is er één woord dat steeds terugkomt: belastingen, belastingen, belastingen. We werken en leven toch niet om belastingen te kunnen betalen?!? We werken elke dag om ons leven op te bouwen, niet om de staatskas te spekken. Ik weet niet waar u uw motivatie vandaan haalt, maar de mijne is niet om de staatskas te vullen. Niet u leeft boven uw stand, maar de staat!", verklaarde hij op X.
Als ik de krantenkoppen lees de laatste tijd is er 1 woord dat altijd maar terugkomt: tax, tax, tax 🤯
— Frederic De Gucht (@FredericDeGucht) September 25, 2026
We gaan toch niet werken of leven toch niet om te kunnen belastingen betalen?!? 🤬
We gaan elke dag werken om ons leven te bouwen, niet om de Staat vetter te maken.
Ik weet…
De regering moet vóór 13 oktober tot een akkoord komen, wanneer de premier zijn beleidsverklaring in de Kamer zal afleggen. Tot dan kan de coëfficiënt van 1,4 uitgroeien tot een van de vele cijfers waarover het begrotingscompromis zal worden uitgevochten.