Plug Power is niet het eerste bedrijf dat afhaakt: waarom de industriële motor van Antwerpen sputtert
Plug Power schrapt een waterstoffabriek van 400 miljoen euro in Antwerpen. Het is lang niet het enige alarmsignaal. BASF schrapt banen, TotalEnergies sluit een installatie en andere investeringen verdwijnen. Waarom staat de industrie in de Antwerpse haven steeds meer onder druk?
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Plug Power schrapt zijn waterstoffabriek van 400 miljoen euro in Antwerpen. De beslissing komt boven op ingrepen en gemiste investeringen bij andere grote bedrijven. Tegelijk blijft Antwerpen een van de belangrijkste industriële clusters van Europa.
Vier jaar geleden waren de verwachtingen nog hooggespannen. In 2022 kondigde Plug Power een grote fabriek voor groene waterstof aan op de NextGen-site in de Antwerpse haven. Daarvoor was een investering van 350 tot 400 miljoen euro voorzien. Oorspronkelijk moest de productie in 2025 starten.
De elektrolysefabriek zou een vermogen van 100 megawatt krijgen. De fabriek zou jaarlijks 12.500 ton groene waterstof produceren en ongeveer vijftig nieuwe banen creëren. Een jaar na de aankondiging riep Flanders Investment & Trade Plug Power nog uit tot buitenlandse investeerder van het jaar.
Intussen blijft van het prestigeproject weinig over. Het Amerikaanse bedrijf heeft 13,6 miljoen euro afgeboekt op de investeringen die het al in Antwerpen had gedaan. Plug Power verwijst naar onzekerheid over de economische haalbaarheid. Ook de toekomstige rendabiliteit en de ontwikkeling van de waterstofmarkt zijn moeilijk in te schatten.
Plug Power staat niet alleen
Eén geschrapte investering zegt weinig over de toestand van de industrie in de Antwerpse haven. Alleen staat Plug Power niet alleen. De voorbije tijd namen verschillende grote bedrijven beslissingen die minder gunstig uitvallen voor Antwerpen.
Bij BASF verdwijnen tegen eind 2028 ongeveer 600 van de 3.600 banen in Antwerpen. Daarnaast wil de Duitse chemiereus zijn jaarlijkse vaste kosten op de site met 150 miljoen euro verminderen. Antwerpen blijft wel de grootste BASF-site buiten het Duitse Ludwigshafen.
Ook TotalEnergies grijpt in. De Franse energiegroep sluit eind 2027 zijn oudste stoomkraker in Antwerpen. Bij de operatie zijn 253 werknemers betrokken, al zijn geen gedwongen ontslagen voorzien. Tegelijk blijft het concern investeren in andere activiteiten op de site.
ExxonMobil zette geplande investeringen in chemische recyclage in Antwerpen en Rotterdam on hold. Daarnaast koos Vioneo voor China voor zijn grote fabriek voor fossielvrije kunststoffen, hoewel Antwerpen aanvankelijk als locatie naar voren was geschoven. Ook de sluiting bij Envalior en eerdere ingrepen bij Arlanxeo passen in die reeks.
De dossiers verschillen sterk. Een sluiting is niet hetzelfde als een geschrapte investering of een besparingsronde. Toch wordt het moeilijker om alle beslissingen als geïsoleerde gebeurtenissen te bekijken.
Energie, China en de Verenigde Staten
Een belangrijke verklaring ligt bij energie. De Antwerpse chemie en petrochemie verbruiken enorme hoeveelheden elektriciteit en gas. Europese bedrijven betalen daarvoor structureel meer dan veel Amerikaanse concurrenten. Dat verschil weegt zwaar bij nieuwe investeringen.
Tegelijk heeft China zijn industriële productiecapaciteit fors uitgebreid. Het land is daardoor niet langer alleen een belangrijke afzetmarkt, maar ook een geduchte concurrent. De Verenigde Staten trekken op hun beurt investeringen aan met goedkopere energie, steunmaatregelen en een ander regelgevend kader.
Econoom Peter De Keyzer wees eerder in een interview met 21News op die ontwikkeling. Aanleiding waren toen Envalior en Vioneo. Hij verwees daarbij ook naar beslissingen van TotalEnergies, BASF, ExxonMobil en Arlanxeo.
“Dat zijn geen losstaande dossiers”, zei De Keyzer. Volgens hem versterken de opkomst van China, de Amerikaanse energievoorsprong en de Europese regelgevingsdruk elkaar. “Europa wilde een wereldwijd klimaatprobleem oplossen, maar intussen is vooral onze industrie aan het ‘oplossen’.”
Zijn uitspraken gingen niet over Plug Power. Toch past het nieuwe dossier in dezelfde discussie. Blijft Europa aantrekkelijk genoeg voor grote industriële investeringen?
Waterstof botst op grenzen
Bij Plug Power speelt nog een specifiek probleem. De markt voor groene waterstof ontwikkelt zich trager dan enkele jaren geleden werd verwacht. Bovendien is voor de productie ervan bijzonder veel hernieuwbare elektriciteit nodig.
Ook Port of Antwerp-Bruges erkent dat grootschalige lokale productie in België economisch en technisch moeilijk is. Een belangrijk knelpunt is de beperkte beschikbaarheid van duurzame stroom. Daardoor is het moeilijk om groene waterstof tegen een concurrerende prijs te produceren.
De haven kijkt daarom ook naar de invoer van waterstof en afgeleide producten. Lokale productie blijft mogelijk, maar eerder via kleinere projecten waarvoor al concrete vraag bestaat. De grote fabriek van Plug Power illustreert hoe snel de verwachtingen zijn veranderd.
Regels en vergunningen wegen mee
Naast energie spelen vergunningen, juridische onzekerheid en Europese regelgeving een rol. Voor bedrijven die honderden miljoenen of miljarden investeren, is voorspelbaarheid belangrijk. Veranderende regels kunnen de economische rekening van een project grondig wijzigen.
INEOS vormt daarbij een interessant tegenvoorbeeld. Het Britse chemieconcern zet zijn miljardeninvestering in Project One in Antwerpen wel door. Daardoor bewijst de nieuwe ethaankraker dat de haven nog altijd grote industriële investeringen kan aantrekken.
Toch verliep het vergunningstraject bijzonder moeizaam. Milieu- en klimaatorganisaties voerden juridische procedures en een eerdere vergunning werd vernietigd. Later kon de bouw opnieuw worden voortgezet. Project One toont daarmee beide kanten van het Antwerpse verhaal.
Belgisch aandeel in investeringen keldert van 15 naar 0,8 %
De omslag wordt ook zichtbaar in de investeringscijfers. Sectorfederatie essenscia liet samen met het Franse databedrijf Trendeo de aangekondigde Europese investeringen in chemie, kunststoffen en farma analyseren. De resultaten zijn opvallend.
Voor de coronacrisis was België volgens die analyse goed voor ongeveer 15% van de Europese investeringen in die sectoren. Vandaag bedraagt dat aandeel nog amper 0,8%. Daardoor komen grote nieuwe projecten veel minder vanzelfsprekend naar ons land.
Wel is enige nuance nodig. De vroegere Belgische score werd mee omhooggetrokken door Project One, een investering van meerdere miljarden euro's. Bovendien zegt het aandeel in nieuwe investeringen weinig over de omvang van de bestaande industrie.
Antwerpen blijft industriële reus
De Antwerpse industrie is daarmee niet op weg naar de uitgang. De haven herbergt nog altijd een van de grootste geïntegreerde chemieclusters ter wereld. Bovendien blijven bedrijven er investeren in modernisering en nieuwe productie.
Ook de waterstofambitie is niet verdwenen. Port of Antwerp-Bruges wil een draaischijf blijven voor waterstof en andere koolstofarme brandstoffen. Tegelijk wordt infrastructuur uitgebouwd om importeurs, producenten en industriële afnemers met elkaar te verbinden.
Toch springen steeds meer waarschuwingslichten aan. BASF bespaart en schrapt banen, TotalEnergies vermindert productiecapaciteit en ExxonMobil stelde investeringen uit. Vioneo koos voor China. Nu verdwijnt ook de grote waterstoffabriek van Plug Power.
Niet al die beslissingen hebben dezelfde oorzaak. Samen leggen ze wel een probleem bloot: investeren en produceren in Europa wordt moeilijker. Antwerpen beschikt nog altijd over schaal, infrastructuur, kennis en een unieke concentratie van industriële bedrijven.
De vraag is of die troeven voldoende blijven opwegen tegen goedkopere energie elders, Chinese concurrentie en Europese regels. Plug Power geeft daarop geen definitief antwoord. Het maakt de vraag wel opnieuw dringender.