Van Ceuta naar Rwanda: Europa zoekt een uitweg uit zijn migratiecrisis
De migratiecrisis in Ceuta legt volgens Pieter Cleppe de tekortkomingen van het Europese grensbeleid bloot. Tienduizenden migranten bereikten de Spaanse exclave, terwijl juridische obstakels een snelle terugkeer bemoeilijken. Cleppe pleit daarom voor een veel strikter migratiebeleid, naar het voorbeeld van Australië.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
Cleppe wijst op de tegenstrijdigheden in de Spaanse aanpak, de mogelijke rol van Marokko en de juridische barrières voor terugkeer. Volgens hem toont Ceuta aan dat Europa zijn migratiebeleid fundamenteel moet hervormen en meer moet leren van het Australische model.
De Ceuta-crisis blijft voortduren, na de chaotische toeloop van naar verluidt 72.000 migranten uit Marokko einde juli. Een traumatische ervaring voor een stad van 84.000 inwoners. Daarbij staken zij vaak zwemmend de grens over tussen Marokko en de kleine Spaanse exclave in Noord-Afrika.
Op dit moment zouden er zich nog altijd meer dan 10.000 van die migranten in Ceuta bevinden. Nochtans beweerde de Spaanse regering net na de invasie dat slechts 3 procent van de migranten nog niet vrijwillig waren teruggekeerd.
Meer dan een maand later blijkt de regering de zaken nog steeds niet onder controle te hebben. De oproerpolitie heeft de handen vol, en sommige burgers nemen het heft in eigen handen, met pogingen van demonstranten om tenten en andere spullen van op het strand verblijvende migranten in brand steken.
De lokale rechterlijke macht sprak zich onlangs uit over het aantal seksuele aanrandingen die in Ceuta zijn gepleegd sinds de komst van de migranten. “Het aantal van deze misdrijven is exponentieel gestegen sinds de massale toestroom van mensen”, stelde een magistrate, waarbij ze er aan toevoegde dat ook minderjarige vrouwelijke migranten slachtoffer waren en dat de cijfers allicht nog een onderschatting zijn.
Eerdere beweringen dat geen van die migranten er zou in slagen naar het Spaanse vasteland - en dus de Schengenzone – te worden overgebracht leken ook al niet te kloppen. Op 19 augustus maakte de Spaanse regering immers bekend dat ze "met spoed" 500 meisjes uit Ceuta naar het Spaanse vasteland wilde halen. Op 1 september sprak de Spaanse Premier Pedro Sanchez echter tegen dat er sommige van die migranten naar het Spaanse vasteland zouden worden getransfereerd.
Dat laatste past allicht in het kader van de verstrenging van de Spaanse asielpolitiek na de invasie van Ceuta. De Spaanse regering lag dan ook vanuit bijna geheel Europa zwaar onder vuur omwille van een recente regularisatiecampagne van meer dan 1 miljoen illegalen. De grootschalige regularisatie door Sanchez „was misschien niet de enige aanleiding, maar was zeker een katalysator”, stelde de Oostenrijkse minister van Europese Zaken Claudia Bauer over de gebeurtenissen in Ceuta.
De rol van Marokko
Sanchez gaf ondertussen al kritiek op iedereen – de Spaanse Koning, andere EU-lidstaten, Israël, Rusland en “een internationale extreem-rechtse groepering” – behalve op Marokko. Hij beweerde op 1 september ook dat er “geen informatie” is van de Spaanse veiligheidsdiensten, het Nationaal Inlichtingencentrum of andere inlichtingendiensten die wijst op betrokkenheid van de Marokkaanse autoriteiten bij de massale binnenkomst.
Dat lijkt vreemd, gezien de macht van de Marokkaanse veiligheidsdiensten, de omvang van de invasie en het feit dat Marokko in mei 2021 toeliet dat in een tijdsbestek van 48 uur naar schatting 6.000 migranten vanuit Marokko de grens overstaken naar Ceuta, door de grensbewaking tijdelijk te versoepelen, in het kader van een diplomatiek conflict met Spanje over de Westelijke Sahara.
Volgens het Spaanse online medium El Español zou er een rapport bestaan waarin de toestroom van zowat 70.000 migranten "gegidst werd door Marokkaanse agenten op bevel van agenten in burger, die een ander doel dan migratie nastreefden". Er werden foto’s gepubliceerd van Marokkaanse agenten nabij de grens, maar het blijft de vraag of Marokko louter passief dan wel actief handelde.
Ook binnen de Spaanse regering spreken politici elkaar tegen. Minister van Defensie Margarita Robles vertelde eind augustus aan Spaanse parlementsleden dat het Nationaal Inlichtingencentrum de nationale autoriteiten heeft gewaarschuwd dat er een migratiegolf zou kunnen plaatsvinden. Minister van Binnenlandse Zaken Fernando Grande-Marlaska heeft daarentegen stelselmatig beweerd dat de regering onmogelijk kon weten dat een dergelijke crisis zich zou voordoen.
Wat wel voor Marokko pleit is dat het op de dag van de invasie ook het Troonfeest vierde. Het is niet bepaald goede propaganda om net op die dag een deel van de Marokkaanse jeugd het land massaal te zien ontvluchten. De banden met Spanje waren trouwens net goed verbeterd, ook al omdat de twee landen in 2030 het volgende wereldkampioenschap voetbal organiseren.
Na een avond vol grootschalige protesten in verschillende Spaanse steden, herhaalde Sanchez op 3 september dan ook in het Spaans Parlement: “Ik kan u verzekeren dat geen enkele instelling – noch de diplomatieke dienst, noch de Europese Commissie, noch enige andere internationale organisatie – de Spaanse regering enig hard bewijs heeft geleverd dat Marokko het incident heeft gepland of uitgevoerd. Helemaal niets.” Hij beloofde wel het akkoord dat Spanje heeft met Marokko over grensbewaking te herbekijken.
De Europese Commissie en ook andere EU-lidstaten hebben in elk geval tot dusver vermeden om Marokko met de vinger te wijzen. Het land wordt als te belangrijk gezien, niet enkel op vlak van samenwerking tegen illegale migratie en economisch, maar ook gezien de goede banden tussen Marokko en de Verenigde Staten.
Juridische obstakels
Opmerkelijk is dat Marokko officieel stelt bereid te zijn om de migranten terug te nemen, waarbij het echter aanhaalt dat Spanje juridische obstakels heeft opgeworpen. Zo zouden van de Spaanse wet niet-begeleide minderjarigen niet mogen worden teruggestuurd, maar moeten ze worden opgevangen.
Het verbaast niet. Het Europees regelgevend kader, of op zijn minst de interpretatie door rechters ervan, is op dit vlak volledig doorgeslagen. In de analyses over Ceuta werd bijvoorbeeld opgemerkt dat het Spaanse Hooggerechtshof op 8 juli oordeelde dat mensen die zwemmend de Ceuta bereikten niet onmiddellijk via zee naar Marokko mochten worden teruggestuurd. Terugsturen kan enkel nadat de migrant een tolk en advocaat had gezien en er een formele gerechtelijke beslissing is genomen. Berichtgeving hierover werd gretig op sociale media in Marokko verspreid.
Los hiervan, maar tekenend voor het soort van juridische obstakels die er zijn, oordeelde een Nederlandse rechter onlangs dat het terugsturen van een Rus naar Italië een schending zou betekenen van artikel 3 van het Europese Mensenrechtenverdrag, namelijk het folterverbod. De Nederlandse regering zou volgens de rechter onvoldoende hebben aangetoond dat Italië kan worden vertrouwd op dit vlak.
Met zo’n rechtspraak wordt het nieuwe Europees Migratiepact dat dergelijke overdrachten moet mogelijk maken ondermijnd. Dat nieuwe pact werd door vele Europese centrumpolitici al aangehaald als belangrijke stap naar een beter grensbeleid.
“Pushbacks” worden wel gedaan door Griekenland en Polen, maar dat is dus een schending van de huidige regels, of toch de interpretatie ervan.
Het geeft aan hoe de koerswijziging op vlak van migratie in de EU zich nog steeds ten volle dient door te zetten. Het wordt allicht nu wel mogelijk voor EU-lidstaten om een reeds afgewezen asielzoekers naar een “terugkeerhub” in een derde land te sturen, waar hun hun terugkeerdossier wordt afgehandeld. Deze zomer stuurden Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Griekenland en Nederland delegaties naar Rwanda om zoiets te onderhandelen. Er zouden ook gesprekken lopen met een tiental andere landen. Tegen het einde van dit jaar willen de vijf staten een akkoord hierover.
Zelfs dat zou echter onvoldoende zijn. Wat er echt moet gebeuren, is de aanpak van Australië, dat sinds 2013 al mensen die illegaal het land binnenkomen naar landen stuurt waarmee het een overeenkomst heeft – onder meer Nauru. In tegenstelling tot de nieuwe EU-aanpak, gaat het hier over mensen die nog geen asielvraag zagen afgewezen. In het Australisch systeem kunnen zij wel nog asiel aanvragen, maar als dit wordt goedgekeurd, krijgen ze nog steeds geen asiel in Australië, maar wel in een ander land waar Australië een akkoord mee sloot, bijvoorbeeld Cambodja.
Het resultaat van dit beleid? Het aantal verdrinkingsdoden voor de kust van Australië daalde van meer dan 1000 in de jaren voor de introductie van het nieuwe beleidsmodel tot nagenoeg nul, officieel althans. Zowat 30.000 mensen zouden de afgelopen tien jaar zijn verdronken in de Middellandse Zee in een poging om illegaal de EU binnen te komen. Het contrast met de zogenaamd moreel superieure Europese Unie is ontluisterend.
Hopelijk kan de chaos in Ceuta het debat eindelijk finaal doen kantelen.